nieuws

Besluit van college lijkt in strijd met fair play-beginsel

bouwbreed Premium

Het college van B en W heeft een bouwvergunning verleend voor de bouw van varkensstallen.

Twee dagen nadat de bouwvergunning is verleend, is het bestemmingsplan waarop
de bouwvergunning was gebaseerd vernietigd. Is het fair play-beginsel geschonden
nu de schijn bestaat dat het besluit over de bouwvergunning opzettelijk naar
voren is gehaald?

Almelo 12 november 2009, Reg.nr.: 09/1083 WW44 N1 V). Toch is deze zaak
alvast een vermelding waard omdat de voorzieningenrechter uitgebreid ingaat op
het fair play-beginsel. Twee dagen voordat het herziene bestemmingsplan wordt
vernietigd door de Afdeling bestuursrechtspraak Raad van State (AbRS), verlenen
burgemeester en wethouders een bouwvergunning die voldoet aan het herziene
bestemmingsplan en de overige vereisten in art. 44 Woningwet. Echter, bij
besluitvorming dient tevens het zogenoemde fair play-beginsel te worden
aangehouden. Dit beginsel houdt onder andere in dat een bestuursorgaan een
burger zorgvuldig bejegent, wat kan betekenen dat het bestuursorgaan door het
tijdstip van besluitvorming een burger niet onredelijk benadeelt. Het fair
play-beginsel kan in het geding komen als burgemeester en wethouders, in de
verwachting dat een bestemmingsplan zal worden vernietigd en de bouwvergunning
niet meer kan worden verleend, opzettelijk de beslissing naar voren halen. Dan
bevoordelen burgemeester en wethouders immers de vergunningaanvrager boven de
tegenstanders van deze vergunning. Als het gaat om overtreding van het fair
play-beginsel, heeft het college van B en W in dit geval de schijn tegen. Het
college van B en W heeft één werkdag na de ontvangst van het advies van de
bezwaarschriftencommissie zowel op het bezwaar beslist als de beslissing
verzonden. Naar algemene ervaringsregels is een dergelijk snelle behandeling van
een advies in de bestuurspraktijk ongebruikelijk. Hier komt bij dat het college
van B en W van deze gemeente normaliter op dinsdag en niet op maandag vergadert.
Op de zitting kon niet worden vastgesteld of slechts dit onderwerp op maandag is
afgehandeld of dat de hele vergadering van dinsdag naar maandag is verplaatst.
Verder heeft het college van B en W zijn beslissing genomen slechts twee dagen
vóór de vernietiging van het bestemmingsplan en het college had dus met deze
vernietiging rekening kunnen houden (de AbRS doet haar uitspraken immers op
woensdag). De voorzieningenrechter acht daarom vooralsnog aannemelijk dat het
college van B en W heeft gehandeld in strijd met het fair play-beginsel. In de
nog volgende bodemprocedure zal dit definitief moeten worden vastgesteld.

www.ibr.nl

Reageer op dit artikel