nieuws

Vakcollege laat praktisch ingestelde tiener opbloeien

bouwbreed Premium

Vakcollege laat praktisch ingestelde tiener opbloeien

Het Da Vinci College in Roosendaal knapt op sinds de start van het Vakcollege ruim een jaar geleden, zo verzekert directeur Chrétien Geertzen. “Wij koppelen de theorie aan de praktijk.”

In de hal van de vmbo-school pronkt hoogglanzend een houten schip. Je kunt
ermee roeien, zeilen en motoren. Leerlingen zijn de makers en alles zit op zijn
plaats. Of hij echt goed zou varen, vonden de leerlingen van het Vakcollege
tevoren al uit dankzij toegepaste wis- en natuurkunde. Die integratie van
theorie en praktijk is de essentie van het Vakcollege, waar praktisch ingestelde
tieners tot hun recht komen. Het is elf uur in de ochtend als het laatste uur
aanbreekt van het praktijkgedeelte van deze dag. De 22 tweedejaars zijn druk in
de weer met het maken uiteenlopende dingen, van 3d-ontwerpen tot houten
olifanten, lampenkappen en metaalconstructies. Leerling Rowin bewerkt koper voor
een cascaderende waterval in de tuin. “De pomp werkt op zonne-energie”, ontvouwt
hij zijn opzet. “Dat is goedkoper. Zon kost niets en ik hoef geen kabel te
leggen.” Klasgenoot Frenkie maakt een virtuele rondgang door een woningontwerp.
Naast hem geeft Geoffrey zijn – gedroomde – slaapkamer vorm. De dj-installatie
XL springt er in het oog; hier valt een feestje te bouwen. Zijn eigen kamer ziet
er zo niet uit, weet hij. “Dat zou ik wel willen.” Directeur Chrétien Geertzen
staat er glimmend bij. Dit is wat hij wil laten zien: hoe goed leerlingen
terecht kunnen komen die liever praktisch bezig zijn dan dat ze in de boeken
duiken. “Dit vinden ze leuk, ze zijn gemotiveerd, ordeproblemen zijn er
nauwelijks en iedereen komt altijd opdagen. Leerlingen met griep moeten we wel
eens dwingen om naar huis te gaan.”

Reputatie

Toen hij twee jaar geleden op deze directeurspost terecht kwam, was zijn
opdracht een eind te maken aan de daling van het aantal leerlingen; een fenomeen
waarmee vrijwel alle vmbo-scholen hebben te maken. De reputatie van het vmbo
speelt een grote rol. “Het beeld is dat je daar beter niet kunt zijn. Hierbij
kwam nog dat het Da Vinci College geen profiel had waarmee het zich
onderscheidde van andere scholen, zoals gebeurt met bijvoorbeeld extra aandacht
voor sport of cultuur.” Het Vakcollege was een welkome opsteker. De oude
ambachtsschool is terug, klinkt vaak als reactie. Lang niet iedereen bedoelt dat
negatief, ziet Geertzen, maar hij wijst de suggestie met klem van de hand. “Wij
laten de theorie niet los om ze weer alleen klaar te stomen voor een vak in de
praktijk. Wij koppelen de theorie aan de praktijk.” De leerlingen maken van
alles en ontwerpen daarvoor met autocad. Dat is gelijk computerles. Ze berekenen
maten en onderzoeken de krachten die op de materialen terecht komen. Daarmee heb
je wis- en natuurkunde. De kostenberekening, dat is economie. Wiehet Vakcollege
een kneuzenopleiding noemt, zit er volgens de directeur naast. Niet wat het
praktisch maar ook wat het theoretisch leren betreft, verwerpt hij het
vooroordeel van ‘domme kinderen’. “We hadden ons er vooraf wel op ingesteld dat
we kneuzen zouden krijgen”, erkent hij. Maar dat blijkt niet waar te zijn. “Ze
presteren voor de theorievakken nu zelfs beter dan de reguliere klassen.” Onder
de laatste toetreders tot het Vakcollege heeft hij er twee met een
havo-kwalificatie. “De basisschool waar ze vandaan komen, was fel tegen hun keus
maar ze wilden erg graag en de ouders staan erachter. Wij gaan ervoor ze op het
hoogste niveau af te leveren. Ze kunnen langs de oude, koninklijke weg naar het
hbo en dan later prima managers worden.” Het Vakcollege telt ook – weliswaar
slechts een paar – meisjes en dat is bijzonder voor de techniekafdeling.
Wellicht speelt hierbij een rol dat de keus voor het Vakcollege vroeg valt, vóór
de puberteit zijn invloed doet gelden. Het zal verder ook niet lang duren of
migranten zullen de opleiding in grotere aantallen ontdekken, ziet de directeur
bij een nieuwe generatie de stemming kantelen dat werken met de handen vies is.
In het praktijklokaal blijkt één docent de hele klas te bestieren. Geertzen:
“Dit was twee jaar geleden onmogelijk. Docenten renden constant als een razende
roeland rond om orde te houden. Om de haverklap werd ik er in klassen
bijgeroepen omdat er grote problemen waren. Dingen werden vernield en er werd
gestolen.” Die dingen gebeuren vrijwel niet meer, beschrijft hij hoe een wonder
is geschied. Ondanks dat iedereen overal makkelijk bij kan. “Dit komt”, meent
hij, “de school is iets van henzelf geworden.” Leerlingen geven zelfs hun
lokalen zelf vorm. Regelmatig gebeurt zoiets in samenwerking met aannemers uit
de regio. Dat praktijk en theorie zijn samengebracht, heeft grote gevolgen voor
de docenten. Die van Engels begint niet meer zoals vroeger met de familie Jones,
maar komt met handige vaktermen aanzetten. En ook die van Nederlands komt
evengoed in het praktijklokaal. “Hij hoeft niet veel van techniek te weten maar
daar komen de leerlingen dan grotendeels zelf wel uit.” Sommige praktische
zaken, zoals efficiënt omgaan met computers, leren docenten weleens van
leerlingen. Het is er voor de leerlingen een stuk leuker op geworden, meent de
directeur. Maar ook voor de docenten. “Je moet de klas na de les soms echt
wegjagen.”

Reageer op dit artikel