nieuws

Rijkswaterstaat ontwikkelt visie op zandmarkt

bouwbreed

Rijkswaterstaat gaat een visie ontwikkelen op de zandmarkt. Aanleiding is de waarschuwing van de Algemene Rekenkamer dat de kosten van zandsuppleties onzeker zijn.

In een onderzoek naar het programma Zwakke Schakels Kust waarschuwt de Rekenkamer dat zandsuppleties ter versterking van de kust leiden tot onzekerheid over de prijzen. Bij de start van het programma werd nog uitgegaan van een prijs van 3 euro per kuub, eind 2008 lag de marktprijs rond 7 euro per kuub.
De komende jaren besteden overheden bovendien grote suppletiewerken ongeveer gelijktijdig aan. Behalve voor het programma Zwakke Schakels is ook zandsuppletie nodig voor de reguliere kustlijnzorg en voor de aanleg van de Tweede Maasvlakte.
“Aangezien slechts een beperkt aantal aannemers op de markt van zandsuppleties actief is in Nederland, kan een gebrek aan afstemming aan opdrachtgeverszijde onnodig tot (veel) hogere prijzen leiden. De grote invloed van de prijs voor zandsuppleties vraagt om een doordachte en gecoördineerde benadering van deze markt”, vindt de Rekenkamer.
De Rekenkamer vraagt zich af of het de voorkeur verdient om flexibeler om te gaan met de afronding van het programma in 2015, als de veiligheid dat tenminste toestaat. Dan is er meer ruimte om rekening te houden met marktomstandigheden. Bovendien kunnen aannemers met langere doorlooptijden de inzet van mate­rieel beter plannen, wat wellicht tot lagere kosten leidt.
In een reactie laat staatssecretaris Tineke Huizinga van Verkeer en Waterstaat weten dat Rijkswaterstaat al langer aandacht heeft voor de hoge prijzen van zandsuppleties. Daarom werkt de dienst nu ook aan een visie op dit punt.
Verder vindt de Rekenkamer dat de Regeling bijzondere subsidies waterkeren en waterbeheren niet deugt. Volgens die regeling krijgen waterschappen 15 procent van de bouwkosten vergoed als apparaatskosten. Als de kosten lager uitvallen, kan het ministerie van Verkeer en Waterstaat het teveel betaalde niet terugvorderen. De regeling stimuleert waterschappen niet om kritisch naar de eigen apparaatskosten te kijken. Bovendien prikkelt het waterschappen om hogere in plaats van lagere bouwkosten te maken. De Rekenkamer ziet dan ook meer in een regeling waarbij waterschappen alleen de werkelijk gemaakte apparaatskosten kunnen declareren.
Huizinga is het met deze kritiek volledig eens. Zij wil de regeling dan ook voor het volgende Hoogwaterbeschermingsprogramma in 2012 evalueren. Daarbij wordt nadrukkelijk gekeken naar het vergoeden van de werkelijke kosten.

Reageer op dit artikel