nieuws

‘Politiek en bonden zijn niet goed bezig in AOW-discussie’

bouwbreed

‘Politiek en bonden zijn niet goed bezig in AOW-discussie’

Politiek en vakbonden slaan de plank volledig mis door afspraken te willen maken over zware beroepen. Arts en directielid van ArboNed, Willem van Rhenen, verwijt politici en bondsbestuurders hun band met de achterban te zijn kwijtgeraakt. Via dochter ArboDuo is ArboNed verreweg de grootste aanbieder van arbodiensten in de Nederlandse bouw.

“Politiek en bonden zijn in de AOW-discussie niet goed bezig. Ze verliezen
daarmee het contact met de achterban. Als ik hoor hoe cynisch op de werkvloer
over de bonden gesproken wordt. Dat geeft te denken. En hoe doet de PvdA het
momenteel? Ook daar is wat aan de hand. Misschien heb je wel helemaal geen
arbeiders meer. Ga maar eens nadenken hoe het werk beter kan worden
georganiseerd.” Zwaar werk heeft Willem van Rhenen (1958) maar al te vaak van
erg dichtbij gezien. Vader werkte als arbeider in het slachthuis, moeder in de
gezondheidszorg. Zelf trok hij eind jaren tachtig als tropenarts naar Lesotho,
één van de zwakke broeders in diep donker Afrika. De eerste keer zien, de tweede
keer doen en de derde keren leren aan je opvolger. Een tropenarts moet
aanpakken. Hij promoveerde vorig jaar aan de Universiteit van Amsterdam op het
onderwerp ‘Van stress naar bevlogenheid’. “Werk heb ik altijd gezien als een
belasting waar je goed mee om moet gaan. Werk geeft voldoening, de mogelijkheid
tot ontplooiing. Die benadering is heel wat zinvoller dan arbeid slechts te zien
als een belasting.” Van Rhenen herkent aan werk de fysieke kant: zwaar stenen
sjouwen is niet voor iedereen weggelegd. Een andere zijde is mentaal van soort.
Kun je de druk wel aan, bestaat voldoende flexibiliteit. Als derde facet noemt
de arts de spiritualiteit. Zit je op het werk wel lekker in je vel of zou je
veel liever geheel iets anders doen. Als die drie aspecten in balans zijn
(fysiek, mentaal, spiritueel) dan is de basis gelegd om op bevlogen wijze te
werken. En dat levert zowel de werknemer als de werkgever veel op. “Als ik graag
buiten wil zijn en ik zit door mijn werk altijd binnen dan gaat dat wringen.
Daardoor kan veel energie weglopen. Veel mensen in de bouw willen met hun handen
werken, houden niet van een kantoor. Ze willen iets maken waar ze trots op
kunnen zijn. Dan kan de PvdA wel zeggen, die gaan we omscholen… Hou toch op. Ga
met de mensen praten. Ze willen niet naar het kantoor.”

Bollenpeller

De medische man uit de directie van ArboNed neemt als voorbeeld de metselaar.
Een man die zwaar werk verricht. Geef hem de gelegenheid na een paar jaar over
te stappen op gelijkwaardig ander handwerk. Stop de avontuurlijke jongeren niet
in de schoolbanken. Maar geef begeleiding door in de vijfde dag van de week ze
voor te bereiden op een nieuwe taak in hun werkzame leven. “Als je jong bent, is
het veel meer ontdekken. Je perceptie van de wereld – misschien zit je in de
jonge kinderen – is anders dan als je straks vijftig bent.” Van Rhenen is wars
van het idee dat een bouwvakker zijn hele leven bouwvakker moet blijven. Zware
beroepen? Alleen de gedachte al is krankjorum. In zijn ogen bestaan alleen zware
taken. En je behoort het stelselmatig oppakken van de zwaarste lasten niet te
formaliseren tot een heus beroep. Integendeel: alle zeilen moeten worden
bijgezet om de taken te verlichten. “Werken in de mijnbouw is een zware taak.
Kleine ruimtes, hoge temperaturen. Best avontuurlijk. Sta zo’n taak een paar
jaar toe. Prima. Maar dan wel vier dagen in de week met daarnaast een scholing
naar een ander beroep waar je met de handen kunt werken. Loodgieter wellicht. Of
stratenmaker.” Het accepteren dat beroepen zwaar zijn, hindert volgens Van
Rhenen de toestroom van nieuwe gezichten. Wie wil nou gebrandmerkt worden met
een zwaar beroep? Zeker niet als ook nog de betaling aan de lage kant zit. “Wie
wil zijn hele leven bollenpeller zijn? Niemand toch? Aan de andere kant is er
niets mis mee als studenten een paar jaar bollen pellen om wat bij te
verdienen.” Van Rhenen kreeg een reactie van een operator uit de petrochemische
industrie. Een man van 49, bijna op. Hij kon het werk nauwelijks nog aan,
onderuitgehaald door de vele nachtdiensten. Zo’n operator in de petrochemie zit
gevangen in zijn beroep. Zijn werkgever laat hem niet gaan. Niemand wil zo veel
nachtdiensten doen. Neem in de bouw de opperman. Waarom zou hij die fysiek zware
functie altijd moeten blijven uitoefenen? Help hem tijdig zich horizontaal te
verplaatsen naar een andere werkkring.”

Doekje voor het bloeden

De lijstjes met zware beroepen die de ronde doen, noemt Van Rhenen een doekje
voor het bloeden voor de 65-jarigen. “De lijstjes zijn krankzinnig. Je moet het
werk zo maken dat de mensen niet willen stoppen. Hoe komt het dat een groep tot
na hun 65-ste blijft doorwerken? Omdat ze hun taken erg leuk vinden. Op tal van
plaatsen sluit het werk niet aan bij wat de mensen graag willen. Als je hoort
“ik moet nog tien jaar werken” dan is dat duidelijk een signaal dat iets mis
is.” De directeur van ArboNed zegt niet te begrijpen waarom vakbonden geen thema
maken van het fenomeen werkdruk of beter gezegd: sociale steun. Veel te
defensief vindt Van Rhenen de bonden, veel te traditioneel, door altijd maar
weer op de centen in te zetten. “Als de bonden echt voor de mensen willen
opkomen, zouden ze meer energie moeten steken in de horizontale werkbeweging en
een gezonde leefstijl. En niet in het dichttimmeren van de lijst met zware
beroepen.” Ondernemingen die niets doen om de zware taken binnen hun bedrijf te
verlichten, komen volgens Van Rhenen na de huidige crisis van een koude kermis
thuis. Als de arbeidsmarkt weer aantrekt, zullen de werknemers de tot zwaar
uitgeroepen beroepen de rug toe keren.

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels