nieuws

In 1839 reed het eerste ‘luidruchtige ijzeren monster’

bouwbreed Premium

In 1839 reed het eerste ‘luidruchtige ijzeren monster’

Dit jaar is het 170 jaar geleden dat de eerste Nederlandse spoorlijn feestelijk werd geopend. Op 20 september 1839 legde stoomlocomotief ‘De Arend’ in 25 minuten het gloednieuwe traject van Amsterdam naar Haarlem af.

Vandaag doet de sneltrein – ook met één tussenstop – over hetzelfde traject
16 minuten. Feitelijk een luttele verbetering, maar zoveel is er dan ook niet
veranderd: spoorverbreding en elektrificatie zijn de meest ingrijpende
aanpassingen. Destijds was de versnelling enorm ten opzichte van de trekschuit,
die door paarden naast het spoortraject door de Haarlemmertrekvaart werd
getrokken. Op sommige plaatsen zochten angstige toeschouwers een goed heenkomen
als het luidruchtige ‘ijzeren monster’ eraan kwam. De Hollandsche IJzeren
Spoorweg Maatschappij (HIJSM) die de concessie had gekregen voor aanleg en
exploitatie liet de eerste spoorbaan in breedspoor uitvoeren. Een misrekening,
maar niet onbegrijpelijk. De eerste locomotieven in Nederland kwamen namelijk
uit het Verenigd Koninkrijk. En daar gebruikte men treinspoor met een breedte
van 1945 millimeter. Toen een kleine dertig jaar later aansluiting nodig was op
spoortrajecten van Duitsland en België moest het complete spoorwegnet worden
versmald tot normaalspoor van 1435 millimeter.

Grondeigendom

Ook de bouw van stations verliep niet zonder tegenslagen. Problemen rond het
grondeigendom zorgden ervoor dat station Haarlem, dat ook op 20 september 1839
openging, buiten de stad lag. Dat is nu de hoofdwerkplaats van de Nederlandse
Spoorwegen, het Haarlemse station werd in 1842 verplaatst naar de huidige
locatie in de binnenstad. In Amsterdam lag het eerste station op het grondgebied
van de gemeente Sloten. Ook hier kon pas in 1842 bij het geplande eindpunt de
Willemspoort het definitieve station worden gebouwd. Het traject
Amsterdam-Haarlem was het eerste stuk van wat nog altijd wordt aangeduid als ‘de
Oude Lijn’. Die loopt via Amsterdam en Haarlem naar Leiden, Den Haag en
Rotterdam. Voltooiing van dit traject gebeurde pas in 1847. Een dwarsliggende
landeigenaar zorgde tussen Delft en Rotterdam opnieuw voor forse vertraging.
Elektrificatie van de Oude Lijn gebeurde tussen 1924 en 1927. De HIJSM bouwde
toen langs het hele 86 kilometer lange traject 1500 Volt bovenleiding portalen.
Door hun vorm – vakwerkmasten die met verbindingsstukken werden gecombineerd tot
portalen – werden ze bekend als ‘vlinderportalen’. In 1989 zijn deze vervangen
door standaardportalen, terwijl de bielzen onder het spoor nu van beton zijn in
plaats van hout. Onveranderd is dat het traject een hoofdspoorroute is: de ‘Oude
Lijn’ is één van de trajecten waarop ProRail in de nabije toekomst
‘spoorboekloos’ wil gaan rijden.

Reageer op dit artikel