nieuws

‘Ouderen liggen er straks alleen maar eerder uit’

bouwbreed

Een verplichting mensen met zware beroepen na dertig jaar lichter werk aan te bieden, werkt niet, waarschuwen verschillende – vooral kleinere – ondernemers in de bouw. “Noodgedwongen” werken bedrijven mensen eruit voor het zover komt.

“Wat we nu op onze schouders krijgen, is raar”, formuleert directeur Jaap Oost van de Urker familieonderneming Bouwbedrijf Oost. Het lijkt mij, dat het erop uitdraait dat mensen eruit gaan voor die dertig jaar in zicht komt.” Tegelijk verwacht hij dat de leeftijd waarboven werkzoekenden nauwelijks worden aangenomen, verder omlaag gaat. “Ook ik zou geen oudere mensen meer aannemen.”
Begrijp hem niet verkeerd, wil hij zeggen, hij werkt juist graag met oudere mensen. “Ik heb ze er in elk geval graag tussen zitten. Vorige maand hebben we nog een jubileum gevierd van iemand die veertig jaar in dienst is. Hij is hier op zijn vijftiende begonnen en heeft wat last gekregen van zijn schouders. Daarom werkt hij nu op kantoor. Maar zoiets kunnen we niet met iedereen doen. Dan hebben we straks twintig mensen op kantoor.”
Bij aannemingsbedrijf Pleunis uit Voorburg, een grote regionale speler in bestrating, blijken werknemers en leiding het hartgrondig eens. “Ik heb stratenmakers al met tranen in de ogen horen zeggen: ik ga na dertig jaar niet omschakelen”, zegt Roon Veugelers. Veugelers is juist teruggetreden als directeur, maar blijft als adviseur op de achtergrond aanwezig. “Deze mensen zijn trots op hun vak. Moeten die straks in een wasserette gaan werken?”

Uitval

Het grote tekort aan stratenmakers vindt hij ook een reden ze voor hun eigen sector te behouden. “We doen veel om uitval tegen te gaan zoals zoveel mogelijk machinaal bestraten, het gebruik van goede persoonlijke beschermingsmiddelen en de inzet van automatische tegelknippers, die zijn besteld.”
Waarover hij de politiek, in het bijzonder minister Donner van Sociale Zaken, niet hoort, is het cadeau dat de pensioenfondsen krijgen met de verhoging van de AOW-leeftijd. “Wanneer ze twee jaar langer premie ontvangen en twee jaar minder hoeven uit te betalen, zijn ze gelijk uit de schulden.”
De middelgrote bouwer Hendriks Coppelmans uit Uden denkt ook dat het beoogde herplaatsingsbeleid op niets uitdraait. De onderneming die er een bedrijfsdoel van heeft gemaakt het personeel “fluitend naar het werk” te krijgen en die prat gaat op lange dienstverbanden, heeft met de servicedienst voor onder meer woningcorporaties een alternatief voor werk op de bouwplaats. Ouderen die fysiek een tandje lager moeten, kunnen uit de voeten met het servicewerk, dat ze bij mensen thuis uitvoeren.
Het kan in enkele gevallen lucht geven, verklaart Ronald Coenders namens het bedrijf. Maar gedeeltelijk arbeidsongeschikten en alle oudere bouwvakkers bij elkaar, lijkt hem te veel. “We zitten in de sector toch al met vergrijzing en kunnen niet iedereen in het serviceteam zetten. Dan hebben we straks alleen nog maar een serviceteam.”

Terughoudender

Bij een paar grote bedrijven zijn de reacties terughoudender. Woordvoerder Arno Pronk stelt namens BAM wel weinig heil te zien in een generieke maatregel voor een nader vast te stellen lijst van zware beroepen. “Wij zien meer in maatwerk. Daarmee is het ons tot nu toe aardig gelukt.”
Na een bepaalde leeftijd worden medewerkers periodiek geneeskundig gekeurd”, zo verklaart Pronk de praktijk bij s ‘lands grootste bouwer. “Wanneer blijkt dat dit nodig is, zullen we ander werk aanbieden. Op de bouwplaats of in een ander verband. Mogelijkheden zijn onder meer veiligheidstaken op de bouwplaats, inzet bij de materieeldienst of werk op de serviceafdeling, om bijvoorbeeld klachten op te lossen over opleveringen. Het zijn handige mannen”, verklaart hij dat ze uiteenlopende klussen kunnen doen.
Heijmans laat de woordvoering over aan Bouwend Nederland. Bij de grote Brabantse bouwer kijken ze vooral uit naar de ideeën in Zoetermeer om jongere werknemers te ontzien, opdat die langer mee kunnen.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels