nieuws

Kwaliteit van houten heipalen te testen met nieuwe palenprikker: de ‘specht’

bouwbreed Premium

Kwaliteit van houten heipalen te testen met nieuwe palenprikker: de ‘specht’

Is er eindelijk een protocol om de kwaliteit van houten heipalen te bepalen en dan stopt de Zwitserse fabrikant van het voorgeschreven meetapparaat ermee. Profound besloot een nieuwe palenprikker te ontwikkelen: de specht.

Hét instrument waarmee funderingsexperts de kwaliteit van houten heipalen
controleren is sinds begin van deze eeuw de pilodyn. Die lanceert een vast
omschreven slagpen met een genormaliseerde kracht op de kop van een heipaal. De
indringdiepte is een maat voor de houtkwaliteit. Zijn officiële status heeft de
pilodyn vooral te danken aan de vermelding in het protocol voor de inspectie van
houten funderingen dat in 2003 werd opgesteld. Dat document maakte een einde aan
de praktijk waarbij allerlei bureaus er hun eigen meetmethoden op na hielden en
meetresultaten van inspecties daardoor moeilijk onderling vergelijkbaar waren.
Sommige bureaus werkten met een priem, andere gebruikten een zogenaamde
frankhamer, weer andere een penetrometer. De pilodyn maakte een einde aan die
verscheidenheid en zorgde voor reproduceerbare en vergelijkbare meetresultaten,
ook al was hij eigenlijk ontworpen om de kwaliteit van het hout in het bos te
bepalen hetgeen toch om andere eigenschappen vraagt. Ruim een jaar geleden liet
de Zwitserse fabrikant van het apparaat weten productie te staken. Profound uit
Waddinxveen peilde in de markt de behoefte aan een gelijkwaardig apparaat. Nog
zonder dat er een ontwerptekening bestond, waren er volgens directeur Angela van
Rietschoten van Profound al dertig stuks verkocht. Dat was voldoende om het
ontwikkelingstraject te starten dat vorige week werd bekroond met de
productlancering. De nieuw ontwikkelde palenprikker kreeg een kekke naam: de
specht. De specht heeft volgens Van Rietschoten een aantal voordelen boven zijn
Zwitserse voorganger. De behuizing is een stuk zwaarder, zodat hij minder
terugslag geeft als de slagpen in het hout schiet. De Specht is ook beter
bestand tegen vuil en kan gemakkelijk onder de kraan worden gereinigd. Daarnaast
is hij te kalibreren. Ook de pilodyn moest regelmatig worden geijkt, maar als
hij daarbij werd afgekeurd, viel er niets meer bij te stellen. Dan zat er niets
anders op dan een nieuw apparaat te bestellen. Dat is bij de specht niet nodig.
De staat van de genormaliseerde inslagpen is bovendien door een slim groefje
gemakkelijk te controleren. Zodra het groefje door slijtage is verdwenen, moet
een nieuwe pen worden gebruikt. Nadelen lijken er ook te zijn: de specht is niet
direct ontworpen voor inspecties onder water. De druk die zich onder water in
het apparaat opbouwt, remt waarschijnlijk de slagpen af waardoor hij niet met de
genormaliseerde kracht in het hout slaat. Maar Van Rietschoten verwacht dat de
inspecteurs daar wel een praktische oplossing voor bedenken. En wellicht komt er
nog een specht-2. Opname in het protocol van de specht zit er voorlopig niet in,
meldde onderzoeker René Klaassen van SHR bij de lancering. Profound moet het
doen met de gelijkwaardigheid die uitgangspunt was bij het ontwerp.

Bang

Het ministerie van VROM en de Vereniging Nederlandse Gemeenten lijken na het
opstellen van het inspectieprotocol de handen af te trekken van de
palenproblematiek. Volgens Klaassen zijn ze bang dat het tonen van te grote
betrokkenheid als ongewenst gevolg heeft dat ze ook aansprakelijk worden gesteld
voor de kosten van de nationale palenproblematiek. Want van 25 miljoen houten
heipalen in Nederland zullen er de komende decennia volgens Klaassen miljoenen
moeten worden vervangen. Hij schat dat er zo’n 10 miljard euro mee is gemoeid.
Daarmee is er voorlopig ook voldoende markt voor de specht.

Reageer op dit artikel