nieuws

‘Geen tweederangs architecten, iedereen telt volwaardig mee’

bouwbreed

‘Geen tweederangs architecten, iedereen telt volwaardig mee’

De eisen aan architecten worden aangescherpt. Pas na twee jaar praktijkervaring volgt inschrijving in het architectenregister. “Je houdt je groot, maar veel dingen heb je helemaal niet geleerd op de universiteit”, weet architect Kees Rijnboutt uit eigen ervaring.

De Wet op de architectentitel zorgt voor aanscherping van de eisen die aan
architecten en stedenbouwkundigen worden gesteld. De interieurarchitecten tellen
dan eindelijk volwaardig mee en krijgen hun eigen masteropleiding. Daarnaast
begeleiden speciale mentoren alle afgestudeerde ontwerpers gedurende twee jaar
door de verschillende disciplines van het vak. Pas na succesvol doorlopen van
alle praktijkeisen wordt een architect ingeschreven in het register.

Is het dan als beginnend architect niet nog lastiger om aan de bak te
komen?
“Nee, juist niet. De ervaring met vijf jaar pilots in de vorm van Het
Experiment Beroepservaring Jonge Architecten leert juist dat twee jaar extra
begeleiding architecten een comfortabele uitgangspositie geven. Als je van de
universiteit komt, sta je in een keer voor een heel groot zwembad: Je weet niets
van je plek in een organisatie, onderhandelingen, kosten, vergunningen aanvragen
of uitvoering. In vier uur per week komen alle aspecten aan bod. Wie zijn
monsterboekje vol heeft, komt in het register. De werkwijze is vergelijkbaar met
net afgestudeerde medici, advocaten en notarissen. Voor de architecten trekken
we één lijn voor bouwkundige-, stedenbouwkundige-, landschaps- en
interieurarchitecten. En internationaal is het hoog tijd dat we in de pas gaan
lopen met Duitsland, België, Engeland en Frankrijk. Trouwens de ervaring in
Engeland leert dat ongeveer de helft van de pas afgestudeerde architecten
aansluitend het praktijkdeel volgt. Je kunt ook prima aan de slag als
stedenbouwkundige of interieurarchitect zonder een inschrijving in het register.
Dat is nu zo, maar straks niet anders.”

Wat is dan de meerwaarde?
“Ik heb gesprekken gevoerd met de decanen van de universiteit
Wageningen, Eindhoven en Delft. Keer op keer kreeg ik als voorzitter van de
projectgroep Wet op de Architectentitel te horen dat er tijdens de studie geen
ruimte is voor praktijkkennis. Een afgestudeerde weet alles van ontwerpen, maar
heel weinig van de wereld eromheen. De meerwaarde is dat je het wiel niet zelf
hoeft uit te vinden en door schade en schade wijs wordt, maar kan terugvallen op
ruggespraak met een ervaren architect. Dat geldt niet alleen voor een
stedenbouwkundige, maar net zo goed voor een tuin- of interieurarchitect. Ik
vind het wel belangrijk dat niet-ingeschreven architecten geen slechtere positie
krijgen op de arbeidsmarkt. In sommige ons omringende landen worden
niet-ingeschreven architecten toch behandeld als tweederangs en wij willen dat
alle architecten volwaardig meetellen. Die toezegging hebben we ook gekregen van
alle vier de brancheorganisaties van architecten: BNA, BNSP, NVTL en BNI.”

Wordt het niet hoog tijd dat ook de brancheverenigingen samengaan?

“Dat is niet aan mij. Ik weet dat ze bij elkaar over de vloer komen,
maar verder gaat het nu niet. Er bestaat ook maar één architecten-CAO, maar die
is niet van kracht voor stedenbouwkundigen en landschapsarchitecten. Daarom
hebben we zo gehamerd op een gezamenlijke intentieovereenkomst voor alle
ontwerpers. Zij staan met z’n allen achter de wet en dat is een duidelijk
signaal vanuit de hele branche.”

Is het nog wel leuk om architect te zijn?
“Het is een geweldig leuk vak. De verantwoording voor de inrichting van
ons land is zwaar, maar ook spannend en uitdagend. We hebben al lastiger
vraagstukken opgelost dan krimp, hoogbouw of prachtwijken. We praten nu en dan
veel te zwaarmoedig over architecten. Ach, ik kan uren volpraten over
onmogelijke eisen bij Europese aanbestedingen en de zware opgaven in verpauperde
gebieden. Maar kijk uit het raam! (Het bureau van Rijnboutt zit in een oude
meelfabriekaan de rand van de Westerdokhaven in Amsterdam, red.). Kijk naar de
boten voor de deur, die mix van gebouwen. Dat hadden we 25 jaar geleden nooit zo
aangepakt. Nu heb ik als supervisor duizend uur gestoken in de samenhang van het
gebied. We hebben geweldig veel talent in huis: toen ik het werk van Donald Judd
wilde bekijken, reisde ik 400 mijl de woestijn van Texas in. Bij de omgebouwde
kazerne van Judd vond ik een enorme boekhandel met een tafel waarop het werk van
allerlei grote Nederlandse architecten lag: Van Berkel, Rem Koolhaas en Claus en
Kaan. Dat was in 1965 ondenkbaar! Ik begon met een radeermesje en hoefde net
mijn eigen papier niet meer mee te nemen voor de ontwerpen. Nu is er in mijn
hele bureau geen tekentafel meer te vinden. De geur van ammoniak – van de
lichtdrukker – is definitief verdwenen.”

CV

Kees Rijnboutt (1939)

Wet op de architectentitel

De huidige rijksbouwmeester Liesbeth van der Pol heeft alle 13.433
architecten op donderdag 29 oktober uitgenodigd in de Jaarbeurs in Utrecht om
geïnformeerd te worden over het wetsvoorstel voor de nieuwe architectentitel.
Het kabinet heeft al ingestemd met de wijzigingen en de verwachting is dat het
parlement binnen een half jaar volgt. De wet zal waarschijnlijk 1 januari 2011
ingaan en vanaf 2015 voor alle afgestudeerden gaan gelden. Er zijn geen directe
gevolgen voor inschrijving van de huidige architectuurstudenten en voor de
13.433 al ingeschreven architecten. Architecten waren sinds 2008 al verplicht
tot bij- en nascholing. Die eis wordt uitgebreid tot alle disciplines van
ontwerpers. Opdrachtgevers krijgen het recht te vragen naar deskundigheid en
vakbekwaamheid, met inbegrip van bij- en nascholing.

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels