nieuws

EU zet vaart achter hernieuwbare energie

bouwbreed

Brussel heeft haast met de invoering van hernieuwbare energie. In 2020 moet 20 procent van de energie afkomstig zijn van duurzame bronnen.

“Wij hadden in onze voorstellen voor nieuwe bouwregelgeving een minimaal
niveau van duurzame energieopwekking in gebouwen zitten. De Raad van ministers
was daar echter op tegen omdat de raad vond dat niet elk land dezelfde potentie
als Spanje heeft vanwege andere zon­omstandigheden. Het is dan ook gebleven bij
een aanbeveling”, zegt Tom Howes van de commissie bij het laatste forum van het
PV Sunrise programma. Dat programma is destijds opgezet met als doel de
industrie van fotovoltaïsche (PV) energieopwekking dichter bij de bouw- en
installatiesector te brengen. Want juist in de gebouwde omgeving zijn er nog
legio kansen om op daken en in gevels zonnecellen aan te brengen. De
PV-industrie denkt zelf dat in 2020 zo’n 12 procent van de elektriciteit
geleverd kan worden door de zon. Howes vindt dat PV niet op zichzelf bekeken
moet worden maar onderdeel is van een talrijke mogelijkheden om duurzaam energie
op te wekken. Want 12 procent, zelfs als dat gehaald wordt, is onvoldoende om de
zogenoemde 20-20-20-doelstelling te halen in 2020. Dan moet de CO2-uitstoot 20
procent lager zijn, het energieverbruik 20 procent minder en de toepassing van
hernieuwbare energie 20 procent van het totale energiegebruik zijn. De EU
investeert daar ook volop in. Uit het potje CO2-rechten worden 300 miljoen
rechten gehaald. Afhankelijk van de prijs is dat tussen de 7 en 9 miljard euro.
Zelfs de stringente regels voor staatssteun worden voor dit doel verlicht.
Subsidies tot 100 procent zijn mogelijk, vertelde Howes. Ook krijgen
energieprojecten die mede worden gefinancierd uit het Structuurfonds en het
Cohesiefonds, voorrang boven andere projecten. En ten slotte maakt de Europese
Investeringsbank jaarlijks 2 tot 3 miljard euro vrij voor leningen voor
vernieuwbare energieprojecten.

Terugverdientijd

Het grote probleem voor een grootschaliger penetratie van PV is in praktisch
alle landen de terugverdientijd. De investering is nog relatief hoog terwijl de
baten niet altijd direct voelbaar zijn. Daarnaast speelt in sommige landen de
regelgeving een remmende rol. Zo haalde Niels Ruyter van Bouwend Nederland het
voorbeeld aan van een architect die bijna een jaar bezig is geweest een
PV-installatie te krijgen in zijn eigen huis. Het meest bizarre daarin was nog
wel dat hij als elektriciteitsproducent een certificaat moest halen waar hij
niets voor hoefde te doen behalve 30 euro per jaar betalen. “Als bedrijven
business willen maken van PV dan zullen zij die bureaucratische last van de
schouders van de klant af moeten halen”, was dan ook zijn stelling.

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels