nieuws

Voorschrijven duurzaam hout nog niet zo simpel

bouwbreed

In aanbestedingsprocedures wordt vaak voorgeschreven dat de aannemer duurzaam geproduceerd hout voorzien van een bepaald keurmerk moet leveren. Het voorschrijven van een keurmerk kan echter tot een ontoelaatbare beperking van de mededinging en het vrije verkeer van goederen (artikel 28 EG-verdrag) leiden. De minister van VROM heeft in de Tweede Kamer betoogd, dat het exclusief voorschrijven van één bepaald keurmerk niet is toegestaan. Niet elke aanbestedende dienst lijkt met dit standpunt van de minister bekend. Kees Boon licht toe op welke wijze inkoop van duurzaam hout in de praktijk kan worden vormgegeven.

In Nederland wordt het begrip duurzaam geproduceerd hout veelal uitgelegd als hout dat is voorzien van één bepaald keurmerk. Deze uitleg is onnodig beperkend. Er zijn immers meerdere certificeringsystemen in de wereld die bosbeheer op duurzaamheid certificeren. Voorbeelden zijn: MTCS, CSA, SFI, FSC en PEFC. Doordat verschillende keurmerken naast elkaar bestaan zien veel inkopers en bestekschrijvers door de bomen het bos niet meer, zoals ook in Cobouw van 24 januari al te lezen was. Helaas bestaat er voor het begrip ‘duurzaam’ geen eenduidige en algemeen aanvaarde definitie, die nationaal en internationaal wordt aanvaard of in wetgeving is verankerd. Enerzijds is daardoor niet direct duidelijk op welke wijze aanbestedende diensten duurzaam geproduceerd hout kunnen voorschrijven, en anderzijds is volgens inzichten van sommige juristen het exclusief voorschrijven van één bepaald keurmerk of de eis dat een inschrijver over een bepaald certificaat beschikt, aanbestedingsrechtelijk niet toegestaan.
Om toch richting te kunnen geven heeft de Europese Commissie in ‘Groen Kopen! Een handboek inzake milieuvriendelijke overheidsopdrachten’ beschreven op welke wijze een aanbestedende dienst in een bestek duurzaam geproduceerd hout kan voorschrijven. Voorop staat dat wèl geëist mag worden dat hout aantoonbaar uit legale oogst afkomstig is. Het is algemeen geaccepteerd dat de in dit artikel genoemde certificaten daarvoor als afdoende bewijs gelden (zonder echter andere bewijsmiddelen uit te sluiten). Op dit moment wordt in Europa een voorstel van de Europese Commissie besproken voor een verordening ter beperking van het risico van illegale houtoogst.
In de ‘toolbox’ van de Commissie over duurzaam inkopen is met betrekking tot duurzaam hout vermeld: “Boscertificeringsstelsels, zoals FSC (Forestry Stewardship Council) en PEFC (Programme for the Endorsement of Forest Certification), bevatten criteria betreffende de duurzaamheidsaspecten van het bosbeheer waaruit het geoogste hout afkomstig is. In Europa dienen die criteria ten minste te corresponderen met de Pan Europese Richtlijnen voor duurzaam bosbeheer (PEOLG) die door de Ministeriële Conferentie voor de bescherming van de Europese bossen zijn bekrachtigd (Lissabon, juni 1998). Buiten Europa moeten duurzaamheidscriteria ten minste corresponderen met de UNCED bosbeheer principes die in Rio de Janeiro (juni 1992) zijn afgesproken en ook met andere internationale en regionale initiatieven (ITTO, Montreal Proces, Tarapoto Process, UNEP/FAO Dry-Zone Africa Initiatief). Dat houtleveringen aan deze duurzaamheid criteria voldoen kan worden geverifieerd door overlegging van een handelsketen certificaat zoals FSC of PEFC of elk ander gelijkwaardig bewijsmiddel zoals een technisch dossier van de producent.”
De Europese Commissie verwijst dus niet exclusief naar bepaalde keurmerken, maar verwijst naar objectieve criteria en noemt FSC en PEFC als voorbeelden die daaraan voldoen.

Uitleg

Welke uitleg geeft de Nederlandse rijksoverheid aan het begrip duurzaam geproduceerd hout?
Om verschillende keurmerken aan objectieve criteria voor duurzaam bosbeheer te kunnen toetsen heeft de minister van VROM een beoordelingscommissie (Timber Procurement Assessment Committee, afgekort: ‘TPAC’) ingesteld die als taak heeft om certificaten te beoordelen en de minister te adviseren over de vraag of het betreffende certificaat al dan niet als voldoende duurzaam kwalificeert. Inmiddels heeft TPAC in november 2008 de certificaten van FSC, PEFC Finland en PEFC Duitsland als voldoende duurzaam beoordeeld.
De uitkomst van de beoordeling van PEFC International wordt eind 2009 verwacht. De wijze waarop de Rijksoverheid verschillende certificaten beoordeelt, wijkt af van de beoordelingswijze in Groot Brittannië. De Britse commissie CPET (Central Point of Expertise on Timber) beoordeelde de certificaten van PEFC, FSC, MTCS, CSA en SFI alle als voldoende duurzaam. Dat oordeel is door de Britse overheid overgenomen.

Risico’s

Welke risico’s zijn verbonden aan exclusief voorschrijven van één bepaald certificaat?
In de eerste plaats is er het risico van onvoldoende gekwalificeerde inschrijvers. Door exclusief een bepaald keurmerk voor te schrijven, kan als ongewenst effect optreden dat slechts een beperkt aantal aanbieders kwalificeert en op de aanbesteding inschrijft. Niet uit te sluiten is daardoor de kans op minder optimale prijsvorming of zelfs mislukking van de aanbesteding. Juist in de huidige economische omstandigheden, waarbij bijzondere aandacht uitgaat naar het prijsniveau kan het voor de aanbesteder wenselijk zijn om het aantal gekwalificeerde inschrijvers niet (onnodig) te beperken.
In de tweede plaats bestaat het risico dat meerdere inschrijvers weliswaar kwalificeren, maar dat gedurende de uitvoering het gewenste materiaal toch niet of in (te) beperkte mate of niet op tijd beschikbaar blijkt. Een beperkte beschikbaarheid van materialen kan ertoe leiden dat het werk niet conform het bestek kan worden gerealiseerd.
Ten derde bestaat het risico dat inschrijvers in een gerechtelijke procedure bezwaar maken. Bijvoorbeeld omdat zou kunnen worden betoogd dat het exclusief voorschrijven van een keurmerk in strijd is met de Europese aanbestedingsrichtlijn 2004/18/EG of het recht van vrij verkeer van goederen dat is opgenomen in artikel 28 van het EG-verdrag. Zo’n procedure kan leiden tot vertraging bij de uitvoering van projecten.

Objectief

Het exclusief voorschrijven van een bepaald keurmerk of het vereiste dat de inschrijver zèlf gecertificeerd moet zijn overeenkomstig een bepaald milieukeursysteem is niet toegestaan. Wat in een aanbestedingsprocedure wel is toegestaan, blijkt uit artikel 23 van Richtlijn 2004/18/EG. Kort gezegd is het een aanbestedende dienst toegestaan om in het bestek voor te schrijven aan welke objectieve eisen hout(product) leveringen dienen te voldoen, bijvoorbeeld de eis dat de leveringen een aantoonbaar legale herkomst hebben. Indien het niet (goed) mogelijk is om objectieve eisen te formuleren, zou onder strikte voorwaarden kunnen worden verwezen naar bepaalde keurmerken zoals CSA, SFI, FSC, PEFC en MTCS waarbij tevens moet worden vermeld dat de gelijkwaardigheid ook met andere bewijsmiddelen kan worden aangetoond. Het beoordelen van de gelijkwaardigheid is echter niet eenvoudig, gelet op de omvangrijke wet- en regelgeving waarop de verschillende keurmerken vaak zijn gebaseerd (zie voor nadere Nederlandse informatie: www.smk.nl onder ‘TPAC’ en voor Britse informatie : www.proforest.net/cpet. Interessant is dat in Engeland, anders dan in Nederland, een procedure bestaat om die andere bewijsmiddelen te beoordelen. Eén merk voorschrijven met het bekende ‘of gelijkwaardig’ kan aldus tot bewijsproblemen leiden.
Samenvattend: het exclusief voorschrijven van één bepaald keurmerk staat op gespannen voet met nationaal en Europees aanbesteding- en mededingingsrecht. Uit het oogpunt van het milieu geldt bovendien: wie duurzaam bosbeheer wil stimuleren heeft een ruimere keuze!

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels