nieuws

Verhelder rol van provincie

bouwbreed

Het lukt maar niet om rol en betekenis van het middenbestuur te duiden, stelt Robbert Coops vast. En dat terwijl provincies vooral in hun coördinerende en stuwende rol bij de ruimtelijke ontwikkeling betekenisvol zouden moeten zijn.

De ruimtelijke inrichting van ons land staat steeds meer in het teken van bevordering van de kwaliteit van de leefomgeving. Zo ook in de provincie Utrecht, een relatief klein en dichtbevolkt gebied waar bijna 1,2 miljoen mensen leven. Er is sprake van een sterke economische groei en de groeiverwachtingen zijn ondanks de financiële crisis onverminderd positief. Daardoor blijft de verstedelijkingsdruk in de provincie hoog.
De kwaliteit van de Utrechtse leefomgeving wordt over het algemeen goed beoordeeld; inwoners en bedrijven blijken tevreden over woon- en werkkwaliteiten en over de medische, sociale en publieke voorzieningen. Veiligheid, culturele en groene voorzieningen scoren beduidend lager.
De kwaliteit van de leefomgeving wordt in hoge mate bepaald door voldoende geschikte woningen. Door de groei van het aantal huishoudens moeten tot 2040 – volgens de Structuurvisie Randstad 2040 – in elk geval 75.000 woningen worden gebouwd. Dat dit aantal nu al te laag is (het ontbreekt vooral aan koop- en eengezinshuurwoningen) om aan de berekende vraag te voldoen is veelzeggend. Er is een tekort aan 30.000 woningen. Het planaanbod is onvoldoende, terwijl de praktijk leert dat de oplevering zo’n 20 procent achterblijft bij de gemaakte afspraken.
Het functioneren van de toekomstige woningmarkt in de provincie is weliswaar zorgelijk, maar kan – volgens de onderzoekers van de Faculteit Geowetenschappen van de Universiteit van Utrecht – worden verbeterd door “te streven naar een zo groot mogelijke differentiatie aan woningen en woonomgevingen. Dat biedt de noodzakelijke flexibiliteit op de regionale woningmarkt”.
Niet alleen de ruimteclaims voor het wonen, zo’n 5000 hectare, ook die voor natuur en recreatie (6000 hectare) spelen een rol. Dat leidt onherroepelijk tot vermindering van het landbouwareaal. Maar ook tot de keuzes om vooral grootschalige natuurgebieden aan te leggen en verbindingen tot stand te brengen tussen Groene Hart, Plassengebied, Goois Natuurreservaat, Eemvallei, Utrechtse Heuvelrug, Gelderse Vallei en Rivierengebied.
Daarnaast moet bij de uitbreiding van werken en wonen “alles op alles” worden gezet om ruimte te vinden in bestaand stedelijk grondgebied. Als de geplande nieuwbouwlocaties daartoe gerekend mogen worden, dan is een verdichtingspercentage van 40 – volgens het rapport ‘Utrecht 2040’ – haalbaar. Het overhevelen van stedelijke functies naar bijvoorbeeld Almere biedt maar beperkt soelaas.
De analyse is duidelijk. In Utrecht zullen toenemende spanningen ontstaan tussen de ruimtelijke claims van de verschillende functies. Door consequente keuzes te maken, samen met gemeenten en private partijen, en door goed bereikbare stedelijke voorzieningen in een aantrekkelijk stedelijke en groene omgeving te ontwikkelen, kan de provincie sturend en oplossend aan de slag.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels