nieuws

Reeks van missers werd faculteit Bouwkunde fataal

bouwbreed

Het ontbreken van brandwerend glas in de faculteit Bouwkunde van de TU Delft heeft invloed gehad op het verloop van de brand die het gebouw op 13 mei vorig jaar in de as legde. Dat concludeert COT Instituut voor Veiligheids- en Crisismanagement in het rapport Brand bij Bouwkunde.

Of het faculteitsgebouw de vuurzee zou hebben overleefd als het brandwerende
glas wel in voldoende mate aanwezig was geweest, is onzeker. “De brandwerendheid
zou op een aantal plaatsen waarschijnlijk hoger zijn geweest”, stelt het
onderzoek. “Maar gelet op de grote vuurlast in het gebouw is het niet
waarschijnlijk dat dit tot een significant ander schadebeeld zou hebben geleid.”
Feit is dat de brandweer al in 2005 aan de Technische Universiteit had laten
weten dat het ontbreken van brandwerend glas in het gebouw ontoelaatbaar was. In
2008 was dit nog niet gebeurd. En dat terwijl een risicoanalyse zes jaar eerder
al had uitgewezen dat de faculteit Bouwkunde een hogere kans had op brandgevaar.
Waarom dat zo was, konden de onderzoekers niet achterhalen.

Waterleiding

Op de fatale 13de mei sprong een waterleiding. Hierdoor was er in eerste
instantie wateroverlast. Nadat het vocht in een koffieautomaat op de zesde etage
liep, ontstond kortsluiting. Vervolgens maakten zowel een faculteitsmedewerker
als de brandweer fouten. Volgens het rapport deed de brandweer de eerste
brandmelding af als loos alarm, omdat kort tevoren een melding van wateroverlast
was binnengekomen. Daarnaast schortte het aan de interne communicatie binnen de
TU Delft. Doordat de medewerker die eerst de wateroverlast en even later de
brand doorgaf, niet wist wat er precies gaande was en ook geen kennis had van
vuurbestrijding, informeerde hij de brandweer onvoldoende. “Nu was er slechts
een beperkt beeld bij de meldkamer, en vervolgens bij de ingezette bevelvoerders
van de situatie”, aldus het COT-rapport.

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels