nieuws

Inkoop duurzaam hout janboel door wirwar certificaten

bouwbreed

– Het blijft een lastige klus om hout te certificeren. De lange keten van bos tot plank en de wirwar van certificaten laat ruimte voor gesjoemel. Alleen zeer vasthoudende inkopers kunnen rekenen op 100 procent duurzaam hout.

Toch is de ambitie van het Rijk om vanaf volgend jaar alles 100 procent duurzaam in te kopen, provincies streven naar 75 procent en gemeenten naar 50 procent. Sander Franse van het ministerie van VROM bevestigt dat 100 procent duurzaam hout voorlopig onhaalbaar is. Het Rijk zet vanaf januari in op duurzaam, maar eist minimaal het bewijs dat hout niet illegaal is gekapt. FSC is nog altijd het bekendste keurmerk, maar inmiddels strijden nog vier organisaties om het predikaat duurzaam en zijn twee keurmerken erkend voor toetsing op legaliteit.
Op landgoed Prattenburg volgen overheidsinkopers een training van de stichting Probos om duurzaam hout te herkennen en in een aanbesteding te verwerken. Simpel is het niet: aan een plank is niet te zien, welke boom is gesneuveld. Ook een bestekseis van 100 procent duurzaam geproduceerd hout is geen garantie voor werkelijk geleverd materiaal. Een bon van een pakket FSC-hout kan bijvoorbeeld meerdere keren worden gebruikt als de leverancier niet over een eigen zogenoemd CoC-certificaat beschikt. Veel gehoorde smoesjes vanuit de aannemerij zijn ‘gecertificeerd hout is vijf keer zo duur’, ‘in deze afmetingen en hoeveelheden is dat niet verkrijgbaar’ en ‘dit is geen tropisch hout, dus goed’.
Begin april volgt een ronde tafelgesprek met Bouwend Nederland, de houtleveranciers en de minister van VROM om de stand van zaken op te maken en een inhaalslag in te zetten. De aannemers kijken vooralsnog de kat uit de boom: slechts 50 van de 80.000 ondernemingen in de bouw beschikt over een certificaat. Ruim 90 procent van de bedrijven kan uit de voeten met een relatief eenvoudig groepscertificaat waarvoor de kosten zo’n 750 euro per jaar bedragen. Wie zijn administratie op orde heeft, hoeft daar niet meer dan een dag werk in te investeren.
Timmerfabriek Doornenbal bewijst dat het echt kan. Tien jaar geleden maakten zij als een van de weinige de omslag en dat zien ze bijvoorbeeld beloond door de opdracht om alle kozijnen van het ministerie van Landbouw te mogen leveren: De bovenste helft vuren en via een houtlas de onderste helft gecertificeerd hardhout. Ook leveren ze damwanden waarvan het bovenste deel hardhout is en het onderste deel, dat permanent onder water zit, vuren. “Door de gemengde houtsoorten betaalbaar, en de sterkte is bewezen goed”, verzekert technisch adviseur Jan van Beek tijdens een rondleiding door de fabriek.
De voorraden vuren, robinia en accoya is helemaal voorzien van een FSC-keurmerk.
“Voor vuren scheelt het qua inkoop maar een paar dubbeltjes, dat is een dubbele administratie niet waard.” Het hout is gemiddeld 10 procent duurder is zijn ervaring, maar bij afname van een bewerkt product is de meerprijs nog maar 4 tot 5 procent.
Van al het hout op de Nederlandse markt is ruim 10 procent duurzaam, maar het Rijk streeft naar 50 procent in 2011. Van het Nederlandse bos beschikt 42 procent over een duurzaamheidscertificaat, waaronder de 400 hectare van landgoed Prattenburg. Beheerder Gerard Koopmans neemt de inkopers op sleeptouw door het bos: Indrukwekkende eiken- en beukenlanen, douglassparren en Amerikaanse eiken. Zijn taak is een balans te vinden tussen productiebos, recreatie en natuurwaarden. Vorig jaar is veel gekapt om de oorspronkelijke oprijlaan naar het kasteel in ere te kunnen herstellen.
Passend in het beheerplan wordt jaarlijks 1200 vierkante meter gerooid en verkocht zodat de kosten van het landgoed opwegen tegen de baten. Zijn grootste vijand zijn de ‘paardenpoten’, noesten die de kwaliteit van het productiehout verminderen. De afgelopen twee jaar waren de houtprijzen uitstekend, maar de kredietcrisis doet het ergste vrezen voor komend jaar.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels