nieuws

Bouwpraktijk wacht opmars van groen composietmateriaal

bouwbreed

Dakkapellen, gevelplaten en geluidsschermen van vlasvezel en plantaardige olie. Met groene composieten wil producent NPSP de bouwsector veroveren. Geen makkelijke opgave; wat de bouwer niet kent…

Een gevel met een textielpatroon, een wastafel met een geverfde henneplook, een dakgoot van vlas.Biocomposiet heeft mogelijkheden, maar of aannemers er op zitten te wachten? Ondanks mooie materiaaleigenschappen (hoge stijfheid, hoge treksterkte, vormvrij, lekdicht, weinig afval) lopen bouwers evenmin warm voor de oudere composieten van bijvoorbeeld glasvezel.
Ir. Dominique Vosmaer van NPSP erkent dat de ‘groene composietmars’ van haar werkgever misschien wat vroeg komt voor de bouw. “We gaan eigenlijk een stapje te snel. Of liever gezegd, we nemen de binnenbocht.”
Composieten, oftewel met vezels versterkte kunststoffen (een afgeleide van het Franse werkwoord composite = samenstellen) bestaan al tientallen jaren. In de tandheelkunde en de scheepsbouw valt het materiaal al lang niet meer weg te denken.
Met toepassingen als wegdekken, binnenwanden, keukenbladen, wapening, constructieonderdelen, fiets- en loopbruggen vinden composieten ook hun weg in de aannemerij. Toch kunnen ze geen echte vuist maken tegen hout, beton en staal, aldus de Vereniging Kunststof Composieten Nederland (VKCN).
“Elk jaar komen er vele innovatieve producten van composiet bij, maar in volume zien we de afzet van composiet nauwelijks groeien. In de concurrentie met traditionele materialen is het nog elke keer vechten”, zegt Jacqueline de Waal namens de belangenvereniging.
Volgens haar weten de meeste aannemers en constructeurs amper wat er te koop is. “Bij de opleidingen zie je dat al terug. Universiteiten en hogescholen behandelen bij voorkeur traditionele materialen. Innovaties krijgen te weinig aandacht.”
Vosmaer van NPSP is het met De Waal eens. Onbekend maakt onbemind. “Een architect kan dan wel composiet voorschrijven, maar aannemers die het niet kennen, vrezen voor hun marges en vallen dan terug op de materialen waar ze wel raad mee weten.”

Biohars

Een composiet bestaat uit een vezel en een hars en soms uit een kernmateriaal van kurk of balsahout dat de stijfheid van een product vergroot. Hoeveel soorten composiet er bestaan, is onduidelijk.
Ongeveer 250 bedrijven in Nederland maken producten van composiet. De meeste mengen polyesterhars (gemaakt van aardolie) met vezels van koolstof, aramide of glas. Bedrijven die experimenteren met natuurlijke vezels zoals vlas, hennep, jute en sisal zijn op één hand te tellen. NPSP is de eerste die ook met natuurlijke harsen gaat werken.
Vosmaer is ervan overtuigd dat biocomposiet het helemaal gaat maken. “Het is toch fantastisch om natuurlijke hightech materialen te maken zonder aardolie, machines en enorme processen. De materialen zijn beter dan hout, beter voor het milieu, en ten opzichte van glasvezelcomposieten leveren ze niets in aan technische eigenschappen. Nadelen zijn het intensieve arbeidsproces. Bovendien is recyclen niet te doen.”
Met een catamaran van natuurlijke vezels toonde NPSP jaren geleden al aan dat plantaardige ingrediënten de sterkte van composiet niet verzwakken. ‘Nabasco’ (nature based composites) werd daarna gebruikt voor kappen van flitspalen, speakerhoorns en een podiumdeel voor discotheek Paradiso. Een fluisterheuvel, sanitaire voorzieningen en stoelen voor het Afrikamuseum zijn recente projecten met biovezels. Sinds kort is het NPSP ook gelukt om met een plantaardige hars een composiet te maken. Een modelpaddenstoel als routewijzer in het bos voor de ANWB heeft die primeur.
Vosmaer meent dat biocomposieten zich prima lenen voor buitenmeubilair, gevelelementen, sanitair en geluidsschermen. Ze zijn ook geschikt voor toepassingen met bijzondere vormen, of producten die verschillende functies integreren. Met belangrijke klanten als de NS en Staatsbosbeheer, richt NPSP zich overigens niet alleen op de bouw.
Met subsidie van het ministerie van Landbouw gaat NPSP de komende maanden de marktkansen van groene composieten in de bouw verder onderzoeken. Omdat duurzaam bouwen steeds belangrijker wordt, ziet Vosmaer de toekomst rooskleurig.
Wel moeten er verschillende barrières worden geslecht. “Op het gebied van regelgeving bijvoorbeeld. Maar, we staan ook voor wat praktische vragen. Zo zijn er in Nederland weinig producenten van geschikte harsen op basis van natuurlijke oliën en suikers. Dat is natuurlijk wel wenselijk. Partijen als Akzo en DSM houden zich wel met die ontwikkelingen bezig.”
Zullen biocomposieten het materialen als hout, beton en staal ooit lastig maken? Eerst zal moet worden afgerekend met het grootste misverstand dat er nog over composiet bestaat: de associatie met de kunststof kozijnen uit de jaren zeventig die enorm verweerden.

NPSP

In de bedrijfshal van NPSP is de lucht van styreen indringend. Toch stoot NPSP 95 procent minder styreen uit dan de meeste soortgelijke bedrijven. Het is ook niet schadelijk voor de gezondheid, meent Dominique Vosmaer. Mondkapjes hoeft het personeel dan ook niet te dragen. Vosmaer toont de werkplaats die vorig jaar is uitgebreid met een extra hal. Composiet wordt gemaakt in mallen van composiet. Tientallen soorten vezels staan in rollen in een soort opslagplaats. De vezels komen veelal uit België en Nederland. Bij grote oppervlakken als gevels en binnenwanden wordt gebruikgemaakt van een kernmateriaal (balsahout voor 3D-vormen, of kurk) waarmee de doorsnee dikker wordt gemaakt om de stijfheid te vergroten. Soms worden composieten gecoat of geverfd.

Vlek

Het verhaal gaat dat composiet bij toeval werd ontdekt in de Verenigde Staten toen iemand per ongeluk bakeliet op zijn kleding morste. De vlek liet hij zitten, om hem na het werk te verwijderen. Dat lukte hem niet, omdat de vlek keihard was geworden. Op basis van deze wetenschap zouden de eerste proeven zijn uitgevoerd.

Elastic tailoring

Bij composietmaterialen kan in de langsrichting worden volstaan met de helft van het aantal vezels in de omtreksrichting. Daardoor wordt een aanzienlijke gewichtswinst behaald. Dit principe heet ‘elastic tailoring’, het spelen met de vezeloriëntatie waardoor de mechanische eigenschappen in verschillende richtingen wordt beïnvloed. Om de eigenschappen van composiet te berekenen zijn er verschillende rekentechnieken.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels