nieuws

Woningcorporaties zonder koopwoningen

bouwbreed Premium

In onze steden, in wijken, lees je het op de bouwborden

Het zijn de woningcorporaties die daar de grote projecten ontwikkelen. Ineens was er ophef vorige week, de woningcorporaties zouden enorme risico’s aangaan met het ontwikkelen van koopwoningen. De eerste reacties in de media waren er snel, waarom bemoeien onze sociale huisvesters zich met koopwoningen. We leven duidelijk in een tijd van ‘schoenmaker blijf bij je leest’. Het Centraal Fonds Volkshuisvesting (CFV) zette het onderwerp op de agenda, zo bleek, en op zich doet het dat goed. Zonder een echt oordeel te vellen, werd de vraag open gesteld; “is het wel logisch dat woningcorporaties risico’s accepteren die de commerciële ontwikkelaar laat liggen”.
Een goede vraag want op het eerste gezicht lijkt het een kromme situatie. Maar zij kan wel wat minder kritisch worden gesteld. Als ik het CFV was zou ik me afvragen: “zijn de woningcorporaties nu zo moedig dat ze zelfs koopwoningen in de stedelijke ontwikkeling willen ontwikkelen en laten de ontwikkelaars het afweten, of perken ze onterecht hun domein af en trekken ze risicovol werk naar zich toe, wat ze beter aan anderen kunnen overlaten?”
Zoals met veel ligt de waarheid in het midden. Daarom pleit ik voor de stedelijke ontwikkeling al jaren voor samenwerking tussen woningcorporaties en commerciële ontwikkelaars. Zelf mocht ik ervaren hoe vruchtbaar dat is. Maar er is veel onderling achterdocht, er zijn cultuurverschillen en uiteraard verschillen de posities van woningcorporaties en marktpartijen enorm. Dat kan bij de juiste combinatie zeker helpen om nog betere en stevigere projecten te maken. Eigenlijk zou zich dat juist in deze tijd moeten bewijzen. Maar een economische crisis gaat vaak samen met gevoelens van onzekerheid en daarbij passen vragen of we het wel goed doen en of het wel kan zoals het gaat.
Het CFV heeft daar duidelijk last van, want iedereen die bij de stedelijke ontwikkeling is betrokken weet hoe belangrijk het voor onze wijken is, juist ook voor de mindere, dat daar ook koopwoningen worden ontwikkeld. Het geeft de mensen met perspectief de kans in hun wijk te blijven wonen. Commerciële ontwikkelaars zijn te lang uit de wijken gehouden. Gemeenten en corporaties dachten daar zelf het geld te moeten verdienen. Maar de commerciële ontwikkelaar kreeg de renderende projecten in de Vinex ook bijna op een presenteerblaadje aangereikt.
Nu zijn er andere tijden, ze hebben elkaar nodig want de komende decennia zal de woningbouw zich zeker naar de binnensteden verplaatsen. Daarom bepleit ik een koepelcommissie; laten Neprom en Aedes om de tafel gaan zitten om over het samen ontwikkelen in onze stedelijke wijken afspraken te maken. Als daar een leidraad uit komt, een matchingsloket voor degenen die de match niet zelf weten te maken, kunnen we een enorme stap voorwaarts maken. Dan kunnen CFV en Tweede Kamer geruster achterover leunen en worden onze wijken beter, diverser en hoeven we het steeds minder over mindere wijken te hebben. Dan maken ook de wijken een stap voorwaarts.
Zes jaar mocht ik hier uw columnist zijn. Graag nam ik u mee in de wereld van knelpunten, kansen en nieuwe ontwikkelingen van waterbouw tot stedenbouw. Maar vooral sprak ik met u over volkshuisvestelijke vraagstukken, hoe we die beter kunnen oppakken. Dat debat houdt nooit op, deze column wel. Maar zes jaar is ook een mooie periode, het is tijd voor andere en nieuwe geluiden. Wij vinden elkaar vast op andere plekken daar maak ik me geen zorgen over. Blijft u de columns volgen, vooral ook hier!

Reageer op dit artikel