nieuws

Willekeur

bouwbreed Premium

Ze beschermen ons land tegen overstromingen vanuit de zee, het IJsselmeer, het Markermeer en de grote rivieren

Primaire waterkeringen worden deze dijken, duinen, stormvloedkeringen en dammen genoemd. In totaal 3500 kilometer. Van deze keringen is 90 procent in beheer bij de waterschappen. Wat wel en wat niet mag bij de primaire waterkeringen regelen de waterschappen in hun keuren. Die hebben een wettelijke status. Keuren zijn vergelijkbaar met de Algemeen Plaatselijke Verordeningen van gemeenten.
Een waterschap met uitzonderlijk veel primaire keringen is het Waterschap Zuiderzeeland dat de Noordoostpolder en de Flevopolders omvat. ‘Zonder dijken geen Flevopolders,’ melden billboards langs de A6. Zuiderzeeland doet er alles aan om zijn dijken veilig te houden. Twee ontwikkelingen dreigen echter. Eén: de druk van het omringende water neemt toe door klimaatverandering. Twee: het stedelijke gebied rukt op. Gemeenten, projectontwikkelaars en architecten dromen openlijk van bebouwing op en langs dijken. Blauwdrukken liggen bij wijze van spreken klaar. Denkt althans SP-Kamerlid Paulus Jansen.
Vóór de zomer stelde hij schriftelijke vragen aan waterstaatssecretaris Tineke Huizinga met als centrale boodschap: bouwen bij waterkeringen zou om redenen van veiligheid en beheer verboden moeten worden. Of de bewindsvrouwe dat met landelijk beleid wilde regelen. Jansen verwees naar Zuiderzeeland. Dit waterschap verdient volgens hem lof vanwege zijn restrictieve beleid rond het bouwen bij of op dijken.
Huizinga antwoordde onlangs. Het bouwen op of bij waterkeringen is goed geregeld, stelde zij luchtig. Waterschappen zijn via hun keuren heel goed in staat de zaak in de hand te houden. Bovendien: wat Zuiderzeeland doet, sluit aan bij het landelijke waterveilig-heidsbeleid. Het komende nationale waterplan verplicht waterschappen tot het instellen van beschermingszones bij primaire waterkeringen. Kan Jansen met dit antwoord uit de voeten? Ja en nee. Huizinga heeft gelijk met de stelling dat waterschappen met hun keuren in principe goede instrumenten in handen hebben om dijkverrommeling tegen te gaan. Probleem is echter dat veel schappen hun regelgeving en ontheffingenbeleid op dit punt nog onvoldoende hebben geformuleerd. Wat tot onnodige onduidelijkheid en zelfs gekrakeel kan leiden.
Wat helemaal niet geruststelt is de mededeling van de staatssecretaris dat waterschappen zelfstandig hun keuren vaststellen. Dat kan namelijk leiden tot grote verschillen in inzicht en aanpak. Wat het ene waterschap toestaat is bij het volgende waterschap uit den boze. Bij gemeenten zie je die willekeur (soms) ook. Bijvoorbeeld bij de aanleg van nieuwe bedrijven-terreinen. In dát geval is bij het Rijk en veel provincies gelukkig het inzicht doorgebroken dat zaken bovengemeentelijk aangepakt dienen te worden. Dat lokale verrommeling bestreden moet worden. Voor dijken zou eenzelfde aanpak niet misstaan. Om het al dan niet toestaan van dijkbebouwing louter aan individuele waterschappen over te laten, is daarom té gemak-kelijk. Als ik Jansen was, zou ik het er niet bij laten zitten.

Reageer op dit artikel