nieuws

Nooit eerder zo’n groot deel funderingen onderzocht

bouwbreed Premium

De opdrachtgevers van de spoortunnel in Delft stellen enkele honderdduizenden euro’s beschikbaar voor het archeologisch onderzoek tijdens de uitvoering. Nog nooit is zo’n omvangrijk deel van de funderingen van een verdedigingswerk ontgraven.

Deunhouwer wijst op het verdrag van Malta en de Wet archeologische monumentenzorg (WAMZ). Verstoorders moeten de kosten van het opgraven en documenteren van waardevolle archeologische vondsten betalen. De opdrachtgevers van het project Spoorzone zijn de minister van Verkeer en Waterstaat voor de tunnel en het spoor en de gemeente Delft voor de woningen en kantoren.
De werkzaamheden zijn in juni begonnen met het graven van sleuven voor het verleggen van kabels en leidingen. “Daarbij hebben we alleen modern zand aangetroffen”, zegt Deunhouwer. Volgens de planning worden vanaf januari diepwanden uitgevoerd. De weggeknepen grond wordt afgevoerd en niet op archeologische vondsten onderzocht. De gemeentearcheoloog verwacht dat deze te veel met bentoniet is vermengd.
Deunhouwer weet niet zeker wie de eigenaar van de grond is binnen het projectgebied Spoorzone. Volgens Manou Verhoeven van Ontwikkelingsbedrijf Spoorzone Delft is het grootste deel van de 2,3 strekkende kilometer eigendom van de gemeente Delft. Andere delen zijn van Rail Infra Trust, een combinatie van ProRail en NS, en van DSM. Volgens Gerben van den Hurk, voorlichter bij ProRail, wordt de provincie eigenaar van de archeologische vondsten, tenzij de gemeente een depot heeft – en dat heeft de gemeente Delft, aldus een woordvoerder.
Deunhouwer heeft een voorstel dat de gemeente inkomsten zou kunnen opleveren. Hij verwacht van de ontgraving veel historische bakstenen. “750 meter van de fundering van de stadsmuur zit nog in de bodem”, licht hij toe. “Als er geen ethische bezwaren tegen bestaan, zou de gemeente Delft de bakstenen met certificaat van echtheid kunnen verkopen. Het gaat om miljoenen stenen. De gemeente is eigenaar van het materiaal. Delen van de fundamenten zouden ook in het tunnelproject kunnen worden verwerkt.”

Prehistorie

Van de omstandigheden waaronder de archeologen in Amsterdam bij de uitvoering van de Noord-Zuidlijn hun werk moesten doen, is Deunhouwer geschrokken. Zij werkten gebukt in het donker onder de langzaam zakkende caissons.
Tot zijn opluchting werkt het Consortium Cromme Lijn (CCL), een combinatie van CFE, Haverkort Voormolen/TBI Infra en Dura Vermeer, met de wanden-dak-methode. Vanaf het maaiveld wordt 2,5 tot 3 meter per dag afgegraven. Op dat niveau verwacht Deunhouwer archeologisch waardevolle resten uit de Middeleeuwen en de Romeinse tijd. Daarna worden het dak gestort en de tunnel tussen de diepwanden uitgegraven. Daarbij kan het consortium stuiten op vondsten uit de prehistorie. De grond wordt in depot gezet en kan worden gezeefd teneinde voorwerpen terug te vinden.
Archeologisch onderzoek heeft in het projectgebied nog nauwelijks plaatsgevonden. In de jaren ’60 van de vorige eeuw is wel eens wat waargenomen en opgetekend bij bouwwerkzaamheden, maar volgens de gemeentearcheoloog zijn de gegevens minimaal.
“Wat we wel hebben zijn de resultaten van bureauonderzoek en een uitgebreid onderzoek met de grondradar door Dirk van der Roest. Door de combinatie van historische kaarten en de radarbeelden weten we veel. In het centrum van de tunnelbak liggen de fundamenten van de buitenmuur van de verdedigingswerken. We verwachten ook fundamenten van een binnenmuur aan te treffen. Op een meter of drie beneden maaiveld gaan we de vulling van de gracht vinden. De kans op de vondst van Romeinse sporen, zoals verkavelingsgreppels en resten van boerderijen, is groot.”
In totaal zijn zeventien plekken aangewezen, waar elke vijf dagen archeologisch onderzoek kan worden verricht. Volgens Hans van Vilsteren, hoofd Bouw- en Woningtoezicht van de gemeente Delft, staat in de contracten dat het werk niet wordt stilgelegd bij onverwachte archeologische vondsten, teneinde te voorkomen dat de uitvoering van de spoortunnel vertraging oploopt.
Een beperkte vertraging is er al vanwege onvolledige aanvragen van vergunningen. De sloopvergunningen voor 133 panden, het Bacinol-gebouw van de gistfabriek en een muurtje bij de Bagijnetoren zijn inmiddels verleend, meldt Manou Verhoeven. Aanvragen voor kapvergunningen van bomen zijn nog in behandeling. De planning van het archeologische werk is nog ongewijzigd.

Reageer op dit artikel