nieuws

WRO schreeuwt om reparatie door minister

bouwbreed Premium

Advocaten Anne-Marie Klijn en Valentijn Leijh verbazen zich over de verwarring die de nieuwe Wet ruimtelijke ordening (WRO) teweegbrengt.

Op 22 april 2009 deed de voorzieningenrechter van de rechtbank Arnhem een uitspraak waaruit geconcludeerd kon worden dat er voor bouwvergunningsaanvragen ingediend na 1 juli 2008 – gelet op het overgangsrecht zoals opgenomen in de Invoeringswet WRO – geen gebruik kon worden gemaakt van een verleende artikel 19 WRO-vrijstelling. Om de bouwvergunning te kunnen verlenen moest een projectbesluit worden genomen. Dit leidde tot grote commotie aldus een eerdere publicatie in Cobouw.
Hoe is deze verwarring nu ontstaan? Sinds 1 juli 2008 is de Wet ruimtelijke ordening in werking getreden. Voor het overgangsrecht tussen de oude Wet op de ruimtelijke ordening en de nieuwe WRO dient gekeken te worden naar de overgangsrechtelijke bepalingen zoals deze zijn opgenomen in de Invoeringswet WRO. Bij het overgangsrecht is in de WRO in zijn algemeenheid gekozen voor een zogenaamde eerbiedige werking. Dat wil zeggen dat eerdere rechtsgeldig genomen besluiten juridisch zoveel mogelijk worden gelijkgesteld met vergelijkbare rechtsfiguren in de nieuwe WRO. Formele juridische procedures die voor de inwerkingtreding van de Invoeringswet WRO (1 juli 2008) in gang zijn gezet, worden afgewikkeld volgens het oude recht.
Voor de artikel 19 WRO-vrijstelling zoals die bestond onder de oude WRO is echter geen gelijkstellingsbepaling opgenomen in het overgangsrecht. Hierdoor is grote verwarring ontstaan over de bruikbaarheid van dergelijke vrijstellingen onder de nieuwe WRO. Grote vraag was of dergelijke artikel 19 vrijstellingen hun werking zouden verliezen na 1 juli 2008.
De Voorzieningenrechter van de rechtbank Arnhem vond dus van wel maar op 17 juli 2009 heeft de de Voorzieningenrechter van de rechtbank Utrecht een tegengestelde uitspraak gedaan. Deze rechter is van mening dat ook na 1 juli 2008 de artikel 19 WRO-vrijstelling gebruikt kan worden voor een bouwaanvraag gedaan na 1 juli 2008.
Dit betekent nu dus dat niemand op dit moment meer weet hoe de vork in de steel zit. Het is wachten op een uitspraak van de Raad van State of op de minister, die mogelijk alsnog de wettekst verduidelijkt. Jammer dat wij dit bij VROM al aankaartten in oktober 2008 en het meegenomen had kunnen worden in de reparatiewet die op 16 juli 2009 in werking trad.

Reageer op dit artikel