nieuws

Steden hebben soms weinig andere keus dan verdichten

bouwbreed Premium

Steden hebben soms weinig andere keus dan verdichten

Steden die hun uitleglocaties maar voor het kiezen hebben, zijn minder geneigd tot compact bouwen dan gemeenten waar elke vierkante meter er één is. Het is geen toeval dat uitgerekend ‘s-Hertogenbosch op de eerste plaats eindigde in een onderzoek van Natuur en Milieu naar de verdichting in 24 stedelijke regio’s over de periode 1996-2005.

”Wij zijn een gewilde woonstad, maar hebben nauwelijks uitbreidingslocaties.
We hebben weinig andere keus dan verdichten”, zegt de Bossche wethouder van
ruimtelijke ordening Geert Snijders. Gedwongen door die omstandigheden leverde
de Brabantse hoofdstad een opmerkelijke prestatie. De stad bouwde maar liefst 57
procent van alle nieuwbouwwoningen en 71 procent van alle nieuwe werkplekken
binnen de bebouwde kom. Den Bosch ging daarmee ruim over de aanbevelingen van
het kabinet heen, dat streeft naar 25 tot 40 procent van alle nieuwbouw in de
stad. Een extra schouderklopje kreeg de stad voor het consequent bouwen bij
halten van openbaar vervoer in plaats van bij afslagen van snelwegen. Dat
scheelt CO2-uitstoot en vertaalt zich in een betere luchtkwaliteit. Natuurlijk
ligt er ook milieubewustzijn ten grondslag aan deze bouwpolitiek. Dat de stad
roder moet en de omgeving groener is al een oud beleidspunt op het Bossche
stadhuis. De stad voert al jaren een consequent beleid. Iedere binnenstedelijke
locatie, groot of klein, wordt ontwikkeld. Snijders: ”Aan 24 appartementen in
een oude school hechten we evenveel waarde als aan een paar honderd huizen op
een oud industrieterrein.” Maar kleine locaties zorgen wel voor problemen,
erkent de wethouder. Met buurtbewoners moet soms langdurig worden onderhandeld.
”En dan kan het gebeuren dat je van de dertig huizen er maar 22 overhoudt.”

Bouwkosten

Ook ontwikkelaars doen soms moeilijk, vanwege de hoge bouwkosten. Toch krijgt
de gemeente meestal haar zin. ”Vanwege de grote vraag naar woningen werken de
ontwikkelaars graag met ons samen”, zegt Snijders. Voor de woningzoekende
hebben met name de kleine projecten wel een keerzijde: de prijs. Snijders:
”Goedkoop bouwen schiet er wel eens bij in.” Alkmaar, tweede op ranglijst
compact bouwen van Natuur en Milieu, steekt om die reden weinig tijd in
‘kruimellocaties’. Wethouder S.H. Binnendijk zet zijn ambtenaren liever in op
plekken waar ruimte is voor een paar honderd woningen. De stad moet in hoog
tempo dóórbouwen. ”Door de gezinsverdunning hebben wij te maken met een
constant hoge woningvraag.” Alkmaar heeft bovendien te maken met het
verschijnsel dat de tertiaire sector er harder groeit dan elders. De vraag naar
werkplekken is groot. Van de bij de stations geclusterde kantoren staat maar 5
procent leeg. ”Daar zijn veel steden jaloers op”, weet Binnendijk. Alkmaar is
net als Den Bosch een streekcentrum en wonen en werken leggen er een zware druk
op de schaarse ruimte. Woningen en bedrijfsruimten bouwen kan eigenlijk alleen
in de stad zelf; ook Alkmaar heeft nauwelijks bouwgrond in het buitengebied.
Binnendijk: ”We worden aan alle kanten omgeven door kwetsbare natuurgebieden.
Dat groen willen we hoe dan ook ontzien.”

Ov-gebruik

Door de compactheid van de stad liggen veel bouwlocaties op korte afstand van
een van beide NS-stations. Zoals bijvoorbeeld het 30 hectare grote voormalige
industrieterrein Overstad, waar onder andere 2000 huizen zijn gepland, of
Schelphoek (400 woningen) oostelijk van de binnenstad. Dat stimuleert het
ov-gebruik, en dat scheelt files, lawaai en CO2-uitstoot. Om die reden hoeft
verdichting volgens Natuur en Milieu niet automatisch verslechtering van het
leefklimaat te betekenen. Maar in fysieke zin heeft het verhaal wel degelijk een
keerzijde. Door de stijgende vraag naar grondgebonden woningen voorziet
Binnendijk dat de stad gaat bouwen in dichtheden van dertig tot veertig woningen
per hectare. Daarmee is wat hem betreft de grens wel ongeveer bereikt. ”Bouwen
in de stad is een eindig verhaal”, beseft de wethouder. ”Je moet anticiperen
op de situatie dat er simpelweg geen ruimte meer over is. Dan zullen we met onze
buurgemeenten toch moeten gaan overleggen wat we in regionaal verband kunnen
afspreken.” Anders gezegd: dan zullen omliggende gemeenten een stukje van het
groen moeten inleveren. Ook de Bossche wethouder Snijders weet dat de grens van
het mogelijke vroeg of laat wordt bereikt. ”In de stad hebben we vooral
appartementen ontwikkeld. Maar ook op de vraag naar grondgebonden woningen
moeten we een antwoord vinden. Daarvoor zullen we toch op zoek moeten naar een
locatie buiten de stad.”

Reageer op dit artikel