nieuws

Nieuwe Aanbestedingswet in feite bundeling van Bao en Bass

bouwbreed Premium

De voorgestelde opzet en inhoud van de nieuwe Aanbestedingswet zijn beter dan die van de vorig jaar gesneuvelde wet. Waar de vorige veel kritiek opriep doordat veel in algemene maatregelen van bestuur geregeld zou gaan worden, regelt deze wet juist veel zelf en dat is ook passend. Veel nieuws brengt het concept niet: het is eigenlijk een bundeling van Bao en Bass. Die conclusies werden volgens Monika Chao-Duivis getrokken op de expert meeting van het Instituut voor Bouwrecht over de concept-wet.

De experts, afkomstig van aanbestedende diensten en de advocatuur, waren het
op de bijeenkomst van het IBR niet over alles met elkaar eens, maar er bleek
toch wel een duidelijke lijn in de opvattingen te ontwaren. Kritiek was er op de
invalshoek van de wet: deze was te zeer nationaal van aard. Een bepaling gewijd
aan de Europese doelstelling van de wet (slechten van de grenzen/eenwording)
werd gemist. Dat de algemene beginsel van het aanbestedingsrecht overigens
opgenomen zijn in de wet, ondervond bijval van de aanwezigen. Opvallend is het
ontbreken van een regeling voor opdrachten onder de drempel. De meerderheid van
de aanwezigen vond dat niet onjuist. De redenen daarvoor: de wet beoogt een
regeling te treffen voor de opdrachten betreffende alle klassieke sectoren
(werken, diensten en leveringen) en deze zijn uit hun aard zeer divers. Het is
beter ter wille van de noodzakelijke flexibiliteit in de praktijk hier niet te
veel te willen regelen. Bovendien mag verwacht worden dat de in het vooruitzicht
gestelde ontwikkeling van aanbestedingsreglementen er voor zal zorgen dat de
praktijk voldoende handvatten krijgt. De ervaring met het ARW 2005, dat naar
verluidt in 95 procent van de aanbestedingen in de werken sector toepassing
vindt, wijst in die richting. Het spreekt voor zich dat het ARW 2005 als
voorbeeld voor deze reglementen zal dienen, al zal natuurlijk met de specifieke
omstandigheden van de sectoren diensten en leveringen rekening gehouden moeten
worden. Deze reglementen zullen ook een uniformering van de
aanbestedingspraktijk stimuleren.

Lappendeken

Zoals opgemerkt: het ging hier om een meerderheid van de aanwezigen. Een
minderheid had liever wel gezien dat er voor de opdrachten onder de drempel een
regeling was gekomen. Deze aanwezigen vreesden dat de lappendeken die het
aanbestedingsrecht thans is, zal blijven bestaan en dat aanbestedende diensten
zelf regelingen zullen blijven opstellen. Een meerderheid was wel voor de
suggestie om de publicatie van opdrachten onder drempel transparanter te maken,
mits het gaat om gevallen waarin gekozen wordt om aan te besteden dan wel indien
men onder de drempel daartoe verplicht zou zijn in verband met het
grensoverschrijdend belang. Het flankerend beleid waarop zwaar ingezet lijkt te
gaan worden, werd door de aanwezige experts toegejuicht. Men vroeg in dit kader
vooral aandacht voor de benodigde professionalisering van de aanbestedende
diensten. Dit zou met name gediend worden door veel meer voorlichting en
onderricht. Zo zou er vooral veel voorlichting moeten komen betreffende het
stellen van vragen door de aanbestedende dienst van wanneer welke bepaalde eisen
te stellen, aan wie welke eisen te stellen, welke contractspecifieke eisen in
bepaalde situaties wel of niet stellen e.d. Naast het ontwikkelen van een aanbod
van voorlichting dienen medewerkers van aanbestedende diensten ook voldoende in
de gelegenheid gesteld te worden gebruik te kunnen maken van deze voorlichting.
Aandacht werd ook geschonken aan het proportionaliteitsbeginsel, waarop ook een
van de specifieke vragen van het ministerie van EZ zag. De aanwezigen waren het
met elkaar eens dat geconstateerd kan worden dat met regelmaat onredelijke
overeenkomsten worden gesloten. De oorzaak van dit probleem zit hem vooral in
onvoldoende marktkennis bij aanbestedende diensten. Over wat daar aan te doen,
was er minder eenstemmigheid. In ieder geval moet er veel aan voorlichting
gedaan worden, daar bestond geen verschil van opvatting over. De opvatting dat
er in de sfeer van de regelgeving iets gedaan zou moeten worden om aan deze
praktijk paal en perk te stellen, ging de meerderheid van de aanwezigen echter
te ver. Een tussenoplossing zou gevormd kunnen worden door er in de Memorie van
Toelichting aandacht voor te vragen.

Uitsluitingsgronden

Er ging nog veel meer over tafel. Ook detailpunten werden besproken. Ik haal
er twee uit. De aanwezigen hadden ernstige twijfels bij de uitsluitingsgronden
opgenomen in art. 93 onder c en d (betreffende overtredingen in de
mededingingsrechtelijke sfeer). Is hier geen sprake van een verboden aanvulling
van het limitatieve stelsel van uitsluitingsgronden? In art. 115 lid 1 wordt
bepaald dat nadere criteria die verband houden met de overheidsopdracht in de
aankondiging al gesteld dienen te worden. Voor de praktijk werd dit onwerkbaar
genoemd. Afsluitend was de algemene indruk dat de aanwezigen in grote lijnen
positief stonden tegenover het wetsvoorstel vooral gezien de vorig jaar
gesneuvelde wet. In expertmeetings van het Instituut in het najaar van 2008 over
de vraag hoe nu verder met het aanbestedingsrecht is de minister door alle
deelnemers aan die bijeenkomsten uitdrukkelijk opgeroepen vooral ook aandacht
aan flankerend beleid te besteden. Het is dan ook goed te zien dat deze oproep
gehoord is, al is de inhoud van dat flankerende beleid nog niet bekend.

Reageer op dit artikel