nieuws

Bouwtaal

bouwbreed Premium

Een column schrijven is ook een soort bouwen, maar dan met woorden in plaats van stenen.

Woorden zijn de bouwstenen van de taal. En voor het goed spreken van een taal
is het van belang dat je de juiste woorden gebruikt. Ieder vak heeft daarvoor
zijn eigen woordenschat, ook de bouw. De bouw is een sector die al heel lang
bestaat waardoor een zeer rijke woordenschat is ontstaan. Veel woorden die we
nog steeds gebruiken zijn eeuwen geleden geboren. Ik kan daar enorm van
genieten, want als je dat soort oude woorden even in je hoofd laat rondzoemen,
proef je de geschiedenis. Kauw maar eens op begrippen als een ‘wrong’ of een
‘kuipstuk’. Als je goed proeft, ruik je de geur van hout en de krullen van de
schaaf. Het zijn beide ronde overgangsstukken waarmee in een trappenhuis de
trap, ter plekke van een verdieping, een bocht maakt. Je kunt ze nog steeds
tegenkomen in oude huizen. Mooie stukjes ambacht, maatwerk waarvoor een vakman
nodig was. En wat dacht u van de term ‘klisklezoor’, waar je bijna je tong over
breekt. Een moeilijk woord voor een weerbarstig stuk steen, althans als je het
moest hakken. Het is een baksteen die in de lengte, verticaal, is doorgehaald.
Recent is een boek verschenen dat twee vakgebieden aan elkaar knoopt, de
neerlandistiek en de bouw. Het heet ‘Huis, tuin en keuken. Wonen in woorden door
de Eeuwen heen’ en is geschreven door Maarten Jan Hoekstra. Chronologisch geeft
hij beschrijvingen van woorden in de bouw, die soms weer zijn verdwenen, nog
volop worden gebruikt of soms ook van betekenis zijn veranderd. Het wonen is
door de eeuwen heen steeds veranderd en de taal veranderde mee. Een fascinerend
boek voor iedereen die in de bouw actief is en nieuwsgierig is naar de herkomst
van onze woordenschat. Dus wie wil weten wat ‘schouw’ te maken heeft met iets in
heet water wassen, leze dit boek! De ontwikkelingen in de bouw gaan door, dus
ook de veranderingen in de taal. In mijn eigen werkgebied binnen de bouw (andere
contractvormen) is de opmars van de geïntegreerde contractvormen de meest
duidelijke verandering. Dat gaat gepaard met veel anglicismen en dat is
verklaarbaar. Veel ‘nieuwe’ contractvormen komen uit de procesindustrie c.q. uit
het buitenland. Design-and-construct is een voorbeeld, waarvoor we (helaas) geen
Nederlandse term hebben bedacht. Wat betekent dat voor de bouwtaal? Ik
concludeer dat de taal hierdoor minder gevoel krijgt. Hoe ik ook kauw op een
begrip als ‘general contractor’, er komt geen geur of gevoel bij mij naar boven.
Het zijn ook bijna allemaal moderne management-uitdrukkingen, en die hebben nog
niet veel historie. En het feit dat veel van deze termen nog meerdere
interpretaties kennen, is ook een bewijs van het prille bestaan. Hoe zal het ze
vergaan, zullen ze blijven bestaan? Ik weet het niet, maar ik zal blijven
proeven, ook de nieuwe woorden op mijn bord.

Reageer op dit artikel