nieuws

Van laagopgeleide werkloze naar volwaardig vakman

bouwbreed Premium

Aannemers in Rotterdam maken dankbaar gebruik van de werklozen uit de bestanden van de sociale dienst en het UWV Werkbedrijf. De bouw behoort tot de grootste afnemers van DAAD, het werkgeversservicepunt dat bedrijven helpt hun personeelstekorten aan te vullen met laagopgeleide werklozen die na een leertraject kunnen uitgroeien tot volwaardige vaklui.

Twintig procent van de tweeduizend werkzoekenden die DAAD in 2008 bemiddelde, kwam terecht op een bouwplaats. Het personeel van DAAD is deels in dienst bij het UWV Werkbedrijf en deels bij de gemeente Rotterdam. Het bureau startte eind 2005 op initiatief van de gemeente en het bedrijfsleven. In de Maasstad deed zich de paradoxale situatie voor dat er een kleine veertigduizend werkzoekenden stonden ingeschreven, terwijl het bedrijfsleven met duizenden onvervulbare vacatures zat.
Veel werkgevers reageerden aanvankelijk terughoudend bij het vooruitzicht dat ze een langdurig werkloze in dienst moesten nemen. Rotterdamse werklozen hebben een lager profiel dan gemiddeld; een kenmerkende eigenschap is hun lage opleiding. ”Zo’n 65 procent heeft vmbo of minder. De meesten hebben een heel korte cv”, typeert Hans Broere, manager bij DAAD, de categorie die hij bemiddelt.
Desondanks heeft Broeres bureau de afgelopen drie jaar door zorgvuldige selectie van de kandidaten een reputatie van degelijkheid en betrouwbaarheid weten op te bouwen. ”Mensen die totaal ongeschikt lijken, bijvoorbeeld omdat ze geen enkele belangstelling hebben voor wat voor baan ook, worden door onze matchmakers afgevangen. Wij sturen alleen mensen door die echt willen werken. Werkgevers weten inmiddels dat het met iemand die van DAAD komt, meestal wel goed zit.”Bij DAAD worden kandidaten ”gezeefd” op hun beroepsinteresses – lijken ze beter geschikt als schilder dan als timmerman – en gaan daarna met behoud van uitkering een opleiding van een half jaar volgen. Tegelijk gaan ze op proef een paar dagen in de week bij de werkgever aan de slag. De overheid betaalt de opleidingskosten; de werkgever kan zonder enig financieel risico beoordelen of hij het juiste vlees in de kuip heeft.
Omdat kandidaten eerst moeten worden opgeleid, kan DAAD niet in acute tekorten op de arbeidsmarkt voorzien. ”Wij werken een half jaar tot een jaar vooruit”, zegt Broere. Hij erkent dat dat een gevaar inhoudt: tegen de tijd dat een aankomend stukadoor zijn opleiding heeft afgerond, kan de vraag naar stukadoors sterk zijn afgenomen. Risico van het vak, zegt Broere flegmatisch. ”Vroeger schoolden we mensen op voorraad. Dat was ook niet ideaal. Soms moest je mensen direct na het behalen van het diploma weer omscholen.”
In de bouw maakt DAAD dankbaar gebruik van de 5 procent regeling. Deze regeling is van toepassing op de meest uiteenlopende projecten. Daardoor is er altijd wel ergens een bouwplaats waar een cliënt kan worden ondergebracht. En iemand die bij nader inzien toch geen goede tegelzetter is, kan op een ander karwei worden ingezet in een technische functie en daar veel beter uit de verf komen.Broere: ”Tien jaar geleden vonden werkgevers de 5 procent regeling maar niks. Ze ervoeren de regeling vooral als een verplichting. Nu vinden de meesten het systeem heel prettig. Ze hebben ontdekt dat wij aan hun kant staan. Wij gaan uit van de vacature. Wij leuren niet met werklozen, wij kijken met de ogen van de ondernemer.”
Vorig jaar leverde DAAD zo’n vierhonderd werknemers aan de bouw. Direct aan individuele werkgevers of via de BV Aanbouw, die optreedt als detacheerder. Het nieuwe personeel werd op 103 bouwplaatsen ingezet. Gewoonlijk krijgen DAAD-cliënten na gebleken geschiktheid een arbeidscontract voor één, maximaal twee jaar. DAAD blijft de nieuwelingen ook daarna volgen. Het blijkt dat een groot aantal zijn draai weet te vinden in de bouw Hans Broere: ”60 Procent stroomt na de eerste twee jaar door in de sector.”

Reageer op dit artikel