nieuws

Risico-alliantie in alle contracten van ProRail

bouwbreed Premium

ProRail gaat bij alle nieuwe contracten de risico’s in een alliantie gieten om die gezamenlijk met de markt te managen. Een gezamenlijk belang bij het oplossen van problemen is veel efficiënter dan een vechtcultuur.

Dat maakte aanbestedingsexpert Ger van der Wal van ProRail bekend op het
congres over prestatiebestekken van het Nederlands Bouw Instituut. De
risico-alliantie is een nieuwe stap van de professioneel opdrachtgever op de weg
naar samenwerking met de markt. De opdrachtgever gaat daarbij overigens uit van
het adagium dat degene die de risico’s het best kan beheersen, ze ook beheert.
“Wel in redelijkheid en billijkheid. Als een goederentrein vijf kilometer spoor
kapottrekt, dan is dat risico voor ons. Mocht de ontsporing het gevolg zijn van
nalatigheid van de aannemer -wat hier overigens niet het geval was- dan kan die
rekenen op een forse boete en is in het uiterste geval zijn contract kwijt.”
Vooraf in gesprek gaan met marktpartijen is voor Van der Wal een vast onderdeel
van de aanbestedingsprocedure. Bij prestatiebestekken wegen de resultaten uit
het verleden overigens al mee bij het verkrijgen van nieuwe opdrachten. Van der
Wal laat weten dat de Rijksopdrachtgevers hard werken om binnen een jaar de
zogenoemde ‘past performance’ ook voor alle civiele werken te introduceren.

Lastig

De opdrachtgever beheerst 90 procent van de spoormarkt en is constant op zoek
naar evenwicht met opdrachtnemers. Een lastige markt, want wie op het spoor wil
werken moet voldoen aan hoge veiligheidseisen en moet fors investeren in
materieel. “Spoor gaat ongeveer 25 jaar mee. Idealiter zouden
onderhoudscontracten van 30 jaar voor ons goed uitkomen, maar daarmee zet je
alle concurrentie weer buitenspel. Daarom hebben we gekozen voor contracten met
een looptijd van tussen de vier en zes jaar.” Een markt waar jaarlijks bijna
twee miljard euro in omgaat. De spoormarkt verkeert in grote moeilijkheden
wegens te weinig opdrachten en de invoering van innovaties als de schouwtrein
waardoor visuele inspecties overbodig zijn. Door de introductie van concurrentie
staan de prijzen onder grote druk. VolkerWessels schrapt 200 arbeidsplaatsen
omdat er geen werk is. ProRail probeert ondertussen projecten te vervroegen,
want op de iets langere termijn komt een grote bulk van werk op de markt als het
zogenoemde ‘spoorboekloos’ rijden wordt ingevoerd. Tot de jaren negentig
beheerde de opdrachtgever alles zelf en liet alleen het maken van kunstwerken
aan de markt over. In 1995 werd ProRail opgericht en werd de onderhoudsdivisie
verkocht aan BAM (20 procent), Volker Wessels (30 procent) en Strukton (50
procent). De 39 onderhoudscontracten werden evenredig onder hen verdeeld in de
eerste prestatiebestekken. In die tijd werd al wel gewerkt met
‘outputspecificaties’, maar ontbraken nog meetmethodes.

Concurrentie

Enkele jaren jaar geleden werd ProRail door de NMa gemaand om de contracten
in concurrentie op de markt te zetten. Het aantal erkende spooraannemers voor
onderhoud van drie werd uitgebreid met Asset Rail en het Duitse Spitkze. De 39
onderhoudscontracten werden teruggebracht naar 25 deelgebieden die gemiddeld een
keer in de vijf jaar op de markt komen. Voor het doorlopen van de procedure
trekt Van der Wal ongeveer een jaar uit, waarbij tussen de vier en vijf maanden
voor bilateraal overleg over de opdracht. Daartegenover stelt ProRail wel een
redelijke ontwerpvergoeding. Daarop volgt ongeveer twee manden voor de
aanbieding en nog eens een week of zes totdat wordt gegund. Zo’n drie maanden
daarna is het tijd voor de overdracht. De opdrachtgever heeft bij het overdragen
van een contractgebied naar een nieuwe aannemer een speciaal overgangscontract
geïntroduceerd. De nieuwe aannemer mag een prijs neerleggen een gewenst
startniveau te realiseren het achterstallig onderhoud van de voorganger weg te
werken.

Reageer op dit artikel