nieuws

Gebrekkig luchtkwaliteitsonderzoek vertraagt aanleg Randweg-Zuid

bouwbreed Premium

Aan de orde is de uitspraak van de Afdeling op 25 maart 2009, zaaknr

200800836/1. Een inwoner van Didam is het niet eens met het bestemmingsplan dat voorziet in de aanleg van de Randweg-Zuid in Didam. Volgens hem had het provinciebestuur het bestemmingsplan niet mogen goedkeuren, onder andere omdat te weinig rekening is gehouden met sluipverkeer en met verkeer van en naar de nieuwe woonwijk Kerkwijk, waardoor de berekeningen naar de luchtkwaliteit niet deugen.
Ter onderbouwing van de gebruikte verkeersintensiteiten verwijst verweerder (Gedeputeerde Staten van de provincie) naar de verkeersmodellen die als bijlage bij het derde luchtkwaliteitrapport zijn gevoegd. In deze verkeersmodellen zijn volgens de Afdeling echter slechts avondspitsuurintensiteiten per wegvak weergegeven voor de verschillende toetsingsjaren, aan de hand waarvan de in het derde luchtkwaliteitsonderzoek gebruikte etmaalintensiteiten zijn berekend. Hiermee is niet inzichtelijk gemaakt met welke omstandigheden en ontwikkelingen in de berekeningen van de verkeersintensiteiten rekening is gehouden. Ook het betoog dat uit het bestemmingsplan blijkt dat bij het bepalen van de verkeersintensiteiten rekening is gehouden met de volledige realisatie van de woonwijk Kerkwijk, slaagt niet volgens de Afdeling. Uit de plantoelichting volgt namelijk dat bij het luchtkwaliteitsonderzoek van 21 juli 2003 (het tweede onderzoek) de verkeersintensiteiten zijn gebruikt uit het rapport ‘Verkeersberekeningen Randweg-Zuid’ van 7 september 1999 (het eerste onderzoek) en dat deze intensiteiten zijn gecorrigeerd vanwege een autonome groei van het wegverkeer van 2 procent per jaar voor de verschillende toetsingsjaren. Volgens laatstgenoemd rapport (het eerste onderzoek) is rekening gehouden met verschillende toekomstige ontwikkelingen die van invloed kunnen zijn op de verkeersintensiteiten, zoals het realiseren van de woonwijk Kerkwijk. Dat bij de berekeningen van de verkeersintensiteiten die ten grondslag liggen aan het luchtkwaliteitrapport van 21 juli 2003 rekening is gehouden met toekomstige ontwikkelingen, betekent echter niet dat daarmee ook is komen vast te staan dat bij het derde luchtkwaliteitrapport eveneens rekening is gehouden met toekomstige ontwikkelingen. De Afdeling komt daarom tot de conclusie dat Gedeputeerde Staten niet deugdelijk hebben gemotiveerd of bij de in het derde luchtkwaliteitrapport gebruikte verkeersintensiteiten met alle relevante ontwikkelingen rekening is gehouden. De Afdeling vernietigt het goedkeuringsbesluit.

juridisch

Ondanks het feit dat luchtkwaliteitsonderzoeken ter onderbouwing van besluiten die noodzakelijk zijn voor de aanleg van infrastructuur (maar ook bouwen van woningen en andere gebouwen/constructies) steeds beter worden, blijven dergelijke onderzoeken en de regelgeving daaromtrent, complex. Een fout is snel gemaakt, zo blijkt weer eens uit een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak Raad van State (hierna Afdeling). Gevolg; vernietiging van het besluit en daarmee vertraging van het project.

Reageer op dit artikel