nieuws

‘De ellende van de jaren tachtig heeft me gevormd’

bouwbreed Premium

‘De ellende van de jaren tachtig heeft me gevormd’

Dick van Haaster is aan zijn laatste maanden bezig als voorzitter van FNV Bouw. Nog één congres, nog één bondsraad en dan zit het erop voor de 57-jarige vakbondsman. “Ik zie onheil aankomen.”

U heeft 27 jaar voor een en dezelfde bond gewerkt. Is dat niet erg
lang?

“Voor mijn gevoel heb ik inderdaad lang bij de bond gewerkt. Maar in die 27 jaar
heb ik natuurlijk wel veel verschillende dingen gedaan. Ik ben begonnen met het
geven van cursussen, heb arbeidsvoorwaardenbeleid gemaakt, ben hoofd van de
afdeling belangenbehartiging geweest, opgeklommen tot sectorbestuurder en
uiteindelijk voorzitter geworden.”

En nu is het genoeg geweest?
“Nou ja, ik kan niet hoger. Bovendien willen we als bond graag meer jongeren
aanspreken. Nu voel ik me niet oud, maar ik ben toch een man met grijs haar. Het
is daarom goed om plaats te maken voor John Kerstens. Hij is 15 jaar jonger.”

Was het eigenlijk vanzelfsprekend dat u destijds bij de vakbond
terecht kwam?

“Niet in de zin dat ik uit een typisch vakbondsnest kom. Want dat is niet zo.
Maar thuis ging het er wel sociaal aan toe. Hard werken, maar eerlijk zijn; dat
was wel zo ongeveer het motto. Mijn ouders waren ook zeer actief in het
verenigingsleven. Dat heb ik van ze meegekregen. In mijn studententijd ben ik
vol in de studentenbeweging gedoken. Heb me hard gemaakt voor meer democratie,
meer invloed op het onderwijs. Ik deed overal aan mee: acties, bezettingen.”

Wat trekt u zo aan in het vakbondswerk?
“Eenvoudig gezegd: het gaat ergens over en je kunt nog iets voor elkaar krijgen
ook.”

Nooit de behoefte gehad om in het bedrijfsleven aan de slag te gaan?
Met uw bestuurlijke ervaring had u ongetwijfeld veel kunnen verdienen.


“Ten eerste: ik kom niets tekort. Ik verdien goed bij de bond en heb bovendien
een werkende partner. Ten tweede: in het leven gaat het niet alleen om geld. Je
moet je hart kunnen volgen en je eigen ideeën realiseren. Dat heb ik bij de
vakbond altijd gekund.”

Speelt de door u zo verfoeide beloningscultuur bij veel bedrijven ook
een rol?

“Zeker. Ik stoor me echt mateloos aan bestuurders die met vele tonnen naar huis
gaan. Topsalarissen, bonussen; ze zijn tegenwoordig buitenproportioneel. Ze
stroken niet met mijn idee van eerlijke verdeling van geld. Ook daarom heb ik
nooit zo de behoefte gehad de overstap te maken.”

U heeft in uw tijd bij FNV Bouw stakingen meegemaakt, de bouwfraude
en nu een crisis. Wat heeft de meeste indruk gemaakt?

“Absoluut dieptepunt is toch wel de crisis van de jaren tachtig. 45.000
werklozen, bouwvakkers die hun huis moesten opeten, prestatievergoedingen die in
rook opgingen. Ik heb huilende mensen bijgestaan. De ellende van toen staat nog
altijd op mijn netvlies gebrand. Het heeft me tegelijk gevormd. Ik weet waarvoor
ik dit werk doe.”

De bouw koerst af op eenzelfde ellendige periode als
toen….

“Ik houd mijn hart vast. We zien de ontslagen oplopen. Hier tien, daar vijf, een
keer honderd. De crisis bezorgt ons nu al een puist werk, terwijl we allemaal
weten dat voor de bouw de grootste klap nog moet komen.”

Het kabinet laat de sector in de steek, heeft u eerder gezegd. Is het
crisispakket echt zo slecht?

“Natuurlijk zit er in het pakket best wat voor de bouw. Provincies en gemeenten
leveren bovendien ook hun bijdragen. Maar het is echt te weinig. Kennelijk vindt
men in Den Haag dat het nog te weinig piept en kraakt in de bouw. Maar ik zie
het onheil aankomen. Orderstromen drogen op, het aantal ontslagen neemt toe. Het
kabinet is te kortzichtig. Waarom niet het btw-tarief voor nieuwbouw verlagen
van 19 naar 6 procent. Bij schilders en stukadoors werkt dat goed. De overheid
loopt wat btw mis, maar als er helemaal niet wordt gebouwd, komt er niets meer
binnen.”

U heeft tijdens uw voorzitterschap vrijwel alle kabinetsplannen
gekraakt. Kennelijk deugt van de regering maar weinig.

“Kritiek leveren hoort natuurlijk ook bij de rol van de vakbond. Wij komen op
voor de werkgelegenheid.”

Ander punt. Vlak voor uw benoeming zei u mogelijkheden te zien om
meer bouwvakkers aan de bond te binden. Dat is niet gelukt. Heeft u op dat punt
gefaald?

“Ik had liever gehad dat het ledental was gestegen. Voor het verlies zijn best
een aantal goede redenen te geven. Niettemin vind ik dat we als bond hebben
gefaald. We hebben werknemers onvoldoende duidelijk kunnen maken waarom zij lid
moeten worden. Ik had ook graag meer uta-personeel (uitvoerend, technisch en
administratief, red) aan ons gebonden. We hebben daar te weinig werk van
gemaakt. Daar staat echter tegenover dat we wel steeds meer zelfstandigen zonder
personeel organiseren. Dat is een succesverhaal! Vakbonden uit heel Europa
willen van ons weten hoe we dat hebben aangepakt.”

De vakbond is niet op sterven na dood, zoals de VVD nog wel eens wil
roepen?

“Tot nog toe heb ik nog geen bond zien verdwijnen. En we slagen er in om steeds
meer jongeren te organiseren. Blijkbaar wordt ons gedachtegoed breder gedeeld
dan ledencijfers soms doen vermoeden.”

Reageer op dit artikel