nieuws

Auroux-rapport zorgt voor eind aan klacht gebiedsontwikkeling Vathorst

bouwbreed Premium

Sinds 2005 hangt de ingebrekestelling van de Europese Commissie over de gebiedsontwikkeling Vathorst boven de markt. Uit een recente brief blijkt dat de commissie overweegt de zaak te sluiten. Als reden wordt genoemd het in oktober 2008 in Nederland van overheidswege verschenen ‘Auroux-rapport’ over de uitleg van het arrest Auroux/Roanne.

De strekking van de brief is dat gebiedsontwikkeling ingericht volgens de richtlijnen van het Auroux-rapport in beginsel voldoet aan de aanbestedingsregelgeving. Het rapport biedt evenwel geen pasklare oplossing, het blijft schipperen.
Voor de buitenwacht is het vanuit Brussel rondom de zaak Vathorst tot voor kort stil gebleven. Gemeenten en ontwikkelaars/bouwers moesten zich sinds 2005 behelpen met vindingrijke en scherpzinnige analyses van juristen die bekend waren met de (overigens geheime) inhoud van de ingebrekestelling. Kennelijk zijn de Europese Commissie en de Nederlandse Staat het over de zaak Vathorst nu eens geworden. Dat verklaart de brief van 27 maart 2009 van DG Interne markt en diensten van de Europese Commissie gericht aan fractievoorzitter Van Wegen van Burger Partij Amersfoort, de klokkenluider die in 2003 de klacht bij de commissie indiende. De commissie zond in maart 2005 een ingebrekestelling aan de Nederlandse Staat stellende dat het toedelen van ontwikkelingsrechten Europees moet worden aanbesteed. Dat bracht de pennen in beweging, met name over de vraag hoe dit ligt bij gronduitgifte en grondruil.
Inmiddels heeft het Hof van Justitie EG in 2007 het arrest Auroux/Roanne gewezen. Gelet op het belang van deze uitspraak voor gebiedsontwikkeling heeft de Interdepartementale Commissie Europees Recht (ICER) het Auroux-rapport opgesteld. Blijkens de brief van de commissie heeft het met de Nederlandse Staat gevoerde overleg over Vathorst geleid tot dit rapport. Met het rapport worden aan aanbestedende diensten die zich bezighouden met gebiedsontwikkeling duidelijke richtlijnen gegeven hoe zij deze projecten kunnen inrichten op een met communautair aanbestedingsrecht verenigbare wijze.
Essentieel in het arrest Auroux/Roanne is het oordeel van het hof dat de aanleg van het recreatiepark voldoet aan de eisen die de gemeente Roanne heeft vastgesteld en derhalve moet worden aangemerkt als een overheidsopdracht voor werken. De gemeente heeft belang bij de herpositionering van de verpauperde stationswijk. Daarom moet de aanleg van het recreatiepark als één opdracht worden gezien. De toelichting in het Auroux-rapport vermeldt dat gronduitgifte en grondruil geen overheidsopdracht is. Dit ligt anders als aanvullende verplichtingen en eisen worden opgelegd die kwalificeren als gemeentelijk eisen als bedoeld in de aanbestedingsrichtlijn. Hiervan is sprake als de eisen en regels zien op een specifiek bouwwerk waarvan de gemeente actief verwezenlijking nastreeft. Het opleggen van een bouwplicht en eisen die gelden voor alle uit te voeren werken, en voortvloeien uit de gebruikelijke publiekrechtelijke betrokkenheid van de gemeente, leiden volgens de ICER-uitleg niet tot een aanbestedingsplichtige opdracht. Dat geldt dus onder meer voor voorschriften uit de Wet ruimtelijke ordening, Woningwet, Wet milieubeheer en het Bouwbesluit.
Het Auroux-rapport roept ook vragen op. Hoe verhoudt zich het opleggen van een bouwplicht tot het achterwege laten van de eis dat een bouwwerk tot stand komt? Wat zijn eisen die voortvloeien uit de ‘gebruikelijke’ publiekrechtelijke betrokkenheid? Voorts is onbeantwoord de vraag hoe wordt aangekeken tegen de regels en eisen die in het kader van een exploitatieplan worden gesteld, en of deze in een anterieure overeenkomst evenmin als eisen als bedoeld in de Aanbestedingsrichtlijn worden aangemerkt.
De praktijk is weerbarstiger dan ‘kale’ gronduitgifte of grondruil volgens het bouwclaimmodel. Gemeenten hebben vaak belang bij een project, stellen eisen aan de uitvoering en voeren de regie. De zaak Vathorst lijkt zo goed als gesloten. De brief met de aankondiging van het voornemen van de commissie vermeldt ten overvloede dat de beslissing om de zaak te sluiten geen afbreuk doet aan rechten van benadeelde ondernemers om schendingen van het gemeenschapsrecht voor de nationale rechter aan te vechten. De rechten van deze ondernemers voor het verleden worden daardoor niet versterkt. Voor opdrachten die nog moeten worden vergeven wijzigt de situatie evenmin. Benadeelde geïnteresseerden kunnen onveranderd ageren tegen opdrachten die in strijd met het aanbestedingsrecht worden gegund. Met de stroom van claims zal het dus wel meevallen.

Reageer op dit artikel