nieuws

‘Vroeg natuurdenken voorkomt stagnatie’

bouwbreed Premium

‘Vroeg natuurdenken voorkomt stagnatie’

De gedragscode Flora- en Faunawet geeft bouwers en ontwikkelaars een effectief instrument om tijdens de uitvoering van hun projecten vlot te kunnen opschieten. Voorwaarde is wel dat het betrokken bedrijf structureel oog krijgt voor de kwaliteit van het omringende planten- en dierenleven.

“Aannemers en ontwikkelaars moeten wat eerder zijn in hun omgang met de
natuur. Dat is het hele eieren eten”, zegt Dolf Logemann, namens Bouwend
Nederland en Neprom de opsteller van de gedragscode. “Er bestaan wel degelijk
oplossingen om vertragingen vanwege de Flora- en Faunawet te voorkomen. Alleen,
daar hebben de bedrijven vaak geen verstand van. Ze zien de mogelijkheden niet.
Met de gedragscode dragen wij de oplossingen aan. Het stuk is goed voor de
natuur en de bouwers/ontwikkelaars. Toepassing van de code voorkomt een boel
gedonder.” In de gedragscode zijn hoofdstukken opgenomen met concrete
werkprotocollen en natuurkalenders. Met groene, oranje en rode blokjes is
aangegeven wanneer de kust veilig is, risico op de loer ligt en alles uit de
kast moet worden getrokken om door te kunnen bouwen. Aanwijzingen zijn opgenomen
over noodzakelijk te verrichten vooronderzoek. Het belangrijkste echter is de
verankering van de nieuwe werkwijze in de eigen organisatie. “Heel mooi als de
protocollen in de kast staan, als de projectleiders en werkvoorbereiders op de
hoogte zijn. Roep zeker ook tijdig de mensen bijeen om instructies te geven”,
aldus de adviseur Ruimte en Groen van ingenieursbureau Arcadis. Bij de borging
van de gedragscode in de onderneming moet binnen de directie een specifieke
portefeuillehouder worden aangewezen. Het verantwoordelijke directielid
controleert minimaal een keer per jaar of de code door de organisatie correct
wordt toegepast en rapporteert daarover aan de directie. Bij gecertificeerde
bedrijven gaat de code onderdeel uitmaken van de naleving van het ecologisch
protocol.

Onderzoek

De aannemer krijgt de taak voor afsluiting van een contract na te gaan of de
opdrachtgever degelijk flora- en faunaonderzoek heeft laten verrichten. Bekeken
wordt of activiteiten in strijd zijn met verbodsartikelen en al dan niet
ontheffing is verkregen. In onderling overleg maken de opdrachtgever en de
aannemer uit of volgens de gedragscode of een andere door de minister van
Natuurbeheer goedgekeurde regeling gewerkt zal worden. De protocollen van de
gedragscode geven concrete aanbevelingen over elf veel voorkomende
werkzaamheden. Van het bouwrijp maken van terreinen en het rooien van bomen tot
het renoveren van panden en het verrichten van bronbemalingen. Het licht schijnt
over soorten als wezel, bunzing en bosmuis, waarvoor de algemene vrijstelling
geldt. Bergklokje, kleine modderkruiper en eekhoorn daarentegen vragen om een
lichte toets. Bij toepassing van de gedragscode hoeft geen aparte ontheffing te
worden aangevraagd. Voor zeer zeldzame soorten als ringslang, eikelmuis en
bittervoorn is altijd een ontheffing in het geding.

Middenmoter

Dolf Logemann hoopt dat de minister van Natuurbeheer zo snel mogelijk instemt
met de gedragscode. “Nederland is wel heel goed in het verkopen van zijn
natuurbeleid maar geldt in Europa toch echt niet meer dan een middenmoter. Ook
bij de Ecologische Hoofdstructuur halen we, als de ambities op het huidige peil
blijven, bij lange na niet onze afspraken. In de periode 1950-1990 is in
oppervlakte de helft van onze natuur verloren gegaan. Het aantal soorten nam met
40 procent af. Zelfs de pinksterbloem en dotterbloem zijn betrekkelijk zeldzaam
geworden.” Logemann ziet goede kansen om met actieve landinrichting de
soortenrijkdom in Nederland weer sterk te verbeteren. “Laten we meer geld steken
in kwaliteitsnatuur. Dat betekent werk voor de aannemers. Ik ben geen
crisismanager of econoom. Maar uitvoering van de plannen die al op de plank
liggen, levert veel werk op en je krijgt er kwalitatief interessante natuur voor
terug.”

Reageer op dit artikel