nieuws

Toekomst mainports niet krimpbestendig

bouwbreed

De perspectieven van luchthaven Schiphol en de Rotterdamse haven zijn allerminst rooskleurig. De gevolgen van de internationale kredietcrisis zijn ook daar voelbaar. Niettemin blijken stakeholders nog steeds redelijk optimistisch te oordelen over de huidige en toekomstige positie van beide mainports in de Randstad. Maar er wordt geen rekening gehouden met een krimpscenario.

Permanent inzicht in de huidige en toekomstige potenties van de luchthaven Schiphol en de Rotterdamse haven is noodzakelijk om te kunnen anticiperen op externe of beleidsmatige ontwikkelingen. JBR deed daar onderzoek naar en sprak met honderd topbestuurders uit het bedrijfsleven over de rol en regionaal-economische vooruitzichten van de luchthaven Schiphol en de haven van Rotterdam. Ook werden gesprekken gevoerd met de overheid. Dat leverde op het eerste gezicht een opvallend eenduidig en positief beeld op. De opvattingen over het essentiële belang van Schiphol (94 procent) en Rotterdam (84 procent) voor de nationale economie zijn misschien minder verrassend, maar wel weer opvallend is de eenstemmigheid waarmee de meeste topbestuurders oordelen over de belemmerende invloed die uitgaat van regels en bureaucratie op de groeimogelijkheden van de twee “gateways to Europe”. Meer dan driekwart van de bestuurders ziet bijvoorbeeld mede daardoor de groeimogelijkheden van Schiphol vrijwel tot stilstand komen.

Betuweroute

Verrassend is dat – ondanks de realiteit van de scherpe internationale concurrentie, het uitstel van de privatisering van de nationale luchthaven en de huidige financiële crisis – vrijwel geen enkele bestuurder of manager rekening houdt met een krimpscenario. Wat gebeurt er als de Tweede Maasvlakte tot grote overcapaciteit in de haven leidt? Wat is de consequentie wanneer blijkt dat de Betuweroute uiteindelijk toch niet exploitabel is of onrendabel blijkt? Wat gebeurt er als vaker passagiers gaan kiezen voor Dubai of Parijs in plaats van Schiphol als overstapplek? En wat gebeurt er als de toegangswegen tot beide mainports niet worden uitgebreid?
Het blijken weinig populaire onderwerpen te zijn die in de loop der tijd ook zijn “weggeschreven” in nota’s als de Nota Ruimte, Perspectieven in de Delta of Nota Mobiliteit en die onlangs nog eens herhaald zijn in de structuurvisie Randstad 2040. Daarin is (nog eens) vastgelegd dat de Randstad een economische topregio is en moet blijven. Dat daarbij volstrekt voorbij wordt gegaan aan het gegeven dat de Randstad allerminst één regio is – en door bestuurders van private en publieke partijen ook absoluut niet zo ervaren wordt – is nogal pijnlijk. En op z’n minst weinig genuanceerd. De Zuidvleugel (Rotterdamse haven) en de Noordvleugel (Schiphol) van de Randstad hebben nu eenmaal een eigen dynamiek, een eigen bestuursstijl maar ook eigen ruimtelijke doelstellingen en visies, die vrijwel autonoom tot stand komen. Er is met andere woorden weinig onderlinge afhankelijkheid tussen beide gebiedsdelen, waardoor ook ten opzichte van groei- of krimpscenario’s geheel andere opvattingen bestaan. Het zou zinnig – zo niet economisch noodzakelijk – moeten zijn die verschillende doelstellingen en visies op een slimme manier te integreren.

Nuchter denkwerk

Uit de gesprekken met bestuurders blijkt hoe ver de ambities en prognoses van ondernemingen en overheid uit elkaar liggen. Niet alleen de kritische opvattingen over het gebrek aan slagkracht en visie van de overheid speelt daarin een rol. Ook de verwachtingen over allerlei autonome ontwikkelingen lijken de gewenste en geïntegreerde Randstadontwikkeling te beperken. Onderzoek, actuele ervaringen en nuchter denkwerk geven aan dat het realiseren van beleidsdoelstellingen iets geheel anders is dan het formuleren van beleidsvisies op lange termijn. Er is uiteraard niets tegen een nota als Randstad 2040, maar de harde economische realiteit houdt zich over het algemeen niet aan papieren beleid. Daar is meer voor nodig. Zoals serieus overleg en een blijvend commitment van de top van het bedrijfsleven. En een streven naar een gezamenlijk, realistisch ontwikkelingsperspectief voor zowel de noord- als de zuidvleugel van de Randstad. Dat vergt integratie van de huidige ideeën en plannen, maar vooral ook bestuurlijke lef, visie en permanente terugkoppeling.

Reageer op dit artikel