nieuws

AAS Tilburg gaat onderwijsprogramma verbreden

bouwbreed Premium

Met nieuwe opleidingen, activiteiten en medewerkers gaat de Academie voor Architectuur en Stedenbouw (AAS) in Tilburg het onderwijsprogramma verbreden.

Daarmee mikt de onderwijsinstelling niet alleen op recent afgestudeerden die zich verder willen specialiseren met een masteropleiding architectuur of stedenbouw, maar ook op architecten en stedenbouwkundigen die al geruime tijd werkzaam zijn in hun vak.
Nicoline Lambers is aangetrokken om zich bezig te houden met permanente beroepsontwikkeling. Daarmee speelt AAS, een van de zes Nederlandse Academies voor Bouwkunst, in op de bij- en nascholingsplicht voor bouwkundig architecten die vorig jaar in de wet vastgelegd is. Sinds 1 januari van dit jaar zijn ze verplicht om ten minste zestien uur per jaar te besteden aan scholing. De Bond van Nederlandse Architecten (BNA), waar Lambers tot voor kort werkte als regiocoördinator, hanteert zo’n regeling overigens al sinds 2005. De BNA gaat uit van minimaal dertig uur en legt sancties op bij niet naleving. “Voor de academie is dit een kans om ook voor mensen die al langer werkzaam zijn wat te betekenen”, aldus Lambers.
Eén van de eerste activiteiten passend binnen de verplichte scholing die zij gaat opzetten is een eenjarige opleiding stedenbouw voor architecten. Een eigen onderzoek van de academie wees uit dat daar veel behoefte aan is. Het streven is om in september te starten met zo’n 24 deelnemers. Er wordt nog nagedacht over de mogelijkheid om de cursusmodules te spreiden over enkele jaren.

Stadslab

Naast het opzetten van cursussen die passen binnen permanente beroepsontwikkeling gaat AAS het internationale Stadslab verder uitbouwen. Het Stadslab is in 2006 opgezet als een kenniscentrum en ontwerplaboratorium voor architecten, stedenbouwkundigen en planologen. In september start de derde editie van een zogeheten masterclass, waarin een Europese stad het vertrekpunt vormt voor een aantal ontwerpopgaven. De voorgaande jaren was dat de Poolse stad Lublin, dit jaar nemen de deelnemers Miskolc in Hongarije onder de loep, vanuit de invalshoek stedelijke segregatie. Het is niet de bedoeling dat de cursisten pasklare oplossingen bedenken, legt de net gestarte Stadslab-coördinator Reinout Crince uit. “Het is een onderzoekende ontwerpopgave, waarbij de deelnemers zonder een vastomlijnd programma werken aan een visie op de gaststad.”
Toch zijn de uitkomsten waardevol voor een gaststad, meent hij, doordat er een discussie over nieuwe inspirerende mogelijkheden en visies op gang gebracht wordt. Crince combineert zijn activiteiten voor Stadslab met zijn werk als stedenbouwkundige bij Metropolis Architecten en met zijn eigen bureau LUGsl.
De deelnemers uit heel Europa volgen van september tot en met december elke maand een week een onderwijsprogramma. De rest van de week werken ze in de vorm van een soort stage bij een van de architecten of stedenbouwkundige bureaus waar het Stadslab mee samenwerkt.
Hoewel Crince voorlopig zijn handen vol heeft aan het voorbereiden van de masterclass in september, denkt hij ook al aan afgeleide projecten, zoals expertmeetings.
Een derde nieuwe medewerker die de Academie heeft ingeschakeld om het onderwijsprogramma te versterken is stedenbouwkundige en architect Matthijs de Boer. Hij begint in april en zal net als Lambers en Crince één dag per week voor AAS actief zijn.

Reageer op dit artikel