nieuws

Intensieve menshouderij in de bouwnijverheid

bouwbreed Premium

Het is krankzinnig hoeveel menselijke energie wordt verstookt om in deze tijd een infrastructuurproject voor elkaar te krijgen. Als alliantiemanager van het project A2 Hooggelegen en afkomstig van Rijkswaterstaat ervaart Ton Swanenberg wat er van de markt wordt verwacht.

Al een jaar of tien zijn we erg druk met de veranderingen in de bouwsector. Rijkswaterstaat zit als grote opdrachtgever midden in een onomkeerbaar veranderingsproces om meer te laten doen door de markt. Bouwbedrijven spelen daarop in en proberen zich het ontwerpproces, dat vroeger door de opdrachtgever werd gedaan, eigen te maken. Meer integraal en multidisciplinair werken is het credo. De bouwsector is vooral erg druk om andere partijen het werk te laten doen en niet zozeer met het verbeteren van het bouwproces zelf. Dat is vreemd want de hele sector kampt met personeelsproblemen die op termijn alleen maar groter worden door de vergrijzing en de nog steeds dalende belangstelling van leerlingen voor technische opleidingen.
Waarom zijn er eigenlijk zoveel mensen nodig? Daar is een aantal redenen voor. Zo maakt de veracademisering van het bouwproces bouwen ongelooflijk ingewikkeld. Waar vroeger de projecten werden bevolkt door lbo’ers, mbo’ers en enkele hbo’ers, stikt het in de tegenwoordige projecten van hbo’ers en academici. En door al dat intellect wordt het er niet eenvoudiger op.

Management

Als je niet doet aan scopemanagement, configuratiemanagement, risicomanagement, probabilistisch plannen, documentmanagement, in- en externe audits, systems engineering, contractmanagement, informatiemanagement, communicatiemanagement, verkeersmanagement, stakeholdermanagement, systeem gerichte contractbeheersing, enzovoorts, hoor je er niet meer bij. Of je nu bij een grote opdrachtgever, een ingenieursbureau of een aannemer werkt. Stuk voor stuk zijn dat aspecten waar een project op spaak kan lopen. Stuk voor stuk zijn het ook takken van sport waar je voor doorgeleerd moet hebben en waar een leger adviseurs een goedbelegde boterham aan verdient. Eigenaardig dat mensen die zo lang op school hebben gezeten het met elkaar zo ingewikkeld weten te maken dat bijna geen hond het nog snapt.

Complexer

De projecten zijn natuurlijk ook een stuk complexer dan 50 jaar geleden. Wegenbouw is geen eenvoudige zaak meer, maar heeft de complexiteit van stadsvernieuwing gekregen. Er is eigenlijk geen sprake meer van nieuwbouw maar alleen van reconstructie. En dit is nu eenmaal ingewikkelder. We opereren in een goed georganiseerd, dichtbevolkt en welvarend landje waar polderen tot kunst is verheven en waar gemeenschappelijke wil alleen nog maar gemobiliseerd wordt wanneer er een ramp gebeurt. Individuen zijn alleen dan bereid om het eigen belang ondergeschikt te maken aan het collectieve belang. Met deze reactieve mentaliteit redden we het niet in deze competitieve wereld en veranderen we langzaam in een gezellig, lieflijk en stoffig openluchtmuseum. Met zo’n mentaliteit is Nederland niet groot geworden. Maar als er een ramp gebeurt dan komt de kracht van Nederland weer even aan de oppervlakte. Gelukkig, of helaas, gebeurt dat zelden. Onder normale omstandigheden zijn er altijd wel bestuurlijke, politieke, organisatorische, technische, financiële of andere redenen om kleinschalig te denken. Het resultaat is dat we kleinschalige plannen maken en projecten kleinschalig aanbesteden.
Een van de consequenties daarvan is dat er zowel aan opdrachtgevers- als aan opdrachtnemerszijde steeds weer nieuwe gelegenheidsteams worden opgesteld. Overal worden goedwillende professionals vandaan getrommeld om de projecten te bemensen. Mensen die nog nooit met elkaar hebben samengewerkt worden geacht topprestaties te leveren. En dat is een illusie. Zelfs Guus Hiddink heeft een paar jaar nodig om een ploeg tot hogere prestaties te brengen. Het is eeuwig zonde dat er grote projectorganisaties worden opgetuigd voor relatief ‘kleine’ projecten. Op het moment dat het team goed begint te draaien start de ontmanteling alweer en gaat iedereen op zoek naar de nieuwe klus. Efficiënt is dat allemaal niet.
Bovendien bestaat de misvatting dat vakmanschap kan worden vervangen door kwaliteitssystemen. De tijd dat mensen van school af kwamen, eerst met de poten in de klei moesten staan en alle stappen in een bedrijf moesten doorlopen om uiteindelijk ‘gildemeester’ te worden, is niet meer. De oude garde is weg of andere dingen gaan doen en de nieuwe generatie leunt zwaar op het kwaliteitsdenken. Er is een grenzeloos geloof dat als je de processen beheerst je ook de inhoud beheerst, zoals Frits Bolkestein zei. Maar voor het feit dat we de inhoud niet meer meester zijn betaalt de sector nu zijn leergeld.

Misvatting

Tot slot maken we het ons zelf niet gemakkelijk. Waar vroeger stap voor stap werd gewerkt proberen we nu alle projectfasen tegelijkertijd te doen om doorlooptijd te beperken met de nadruk op ‘doorloop’. In de planstudiefase heet dat ‘vervlechten’. Dat kan, dat is leuk, dat is uitdagend maar allerminst energiezuinig. Het geklaag over de exploderende tenderkosten is hiervan een bekend symptoom. In de realisatiefase doen we het ook steeds vaker om verkeershinder te beperken en worden we gedreven door torenhoge financiële prikkels.
Door het in elkaar schuiven van projectfasen wordt een project een stuk ingewikkelder, kost het per saldo meer menskracht, worden de afbreukrisico’s een stuk groter en komen er meer afwijkingen tijdens de uitvoering. En dat kost kapitalen. Als partijen dat open en eerlijk met elkaar delen in de aanbestedingsfase en er goede afspraken over maken, is er niks aan de hand. Maar dat doen noch de opdrachtgevers noch de opdrachtnemers. Opdrachtgevers doen alsof alles kan en aannemers presenteren zich als godenzonen die alles kunnen. Dit sprookje blijft in stand, tót de dag van gunning. Als partijen niet van zeer goede huize komen is dat ook het moment dat ze weer terugvallen in oude gedragspatronen.

Uitweg

Hoe komen we uit deze situatie van intensieve menshouderij? Het in elkaar persen van het bouwproces vraagt niet alleen veel meer mensen maar ook veel meer van mensen. Mocht een of ander hoger doel dit rechtvaardigen dan is het raadzaam om je te beperken tot het vervlechten van planstudie en voorbereiding. Als je daar een uitglijder maakt kost het alleen mensuren. Wie voorbereiding en realisatie in elkaar perst moet bereid zijn de knip te trekken. Doe dit alleen als het echt niet anders kan!
Ten tweede is het raadzaam om academici en dure adviseurs met mate in projecten los te laten. Ik ben er een warm voorstander van om deze mensen eruit te kieperen als ze er niet binnen drie maanden in geslaagd zijn om het werk eenvoudiger te maken.
Het zou ook een goede zaak zijn als stafafdelingen in grote bedrijven, doorgaans gekenmerkt door een dichte populatie academici, méér ondersteunend worden aan het primaire proces en minder normerend en controlerend. In hun drang naar perfectie en beheersing van alle risico’s lijkt het er op dat zij proberen te voorkomen dat projectteams aan het werk gaan in plaats van dat ze hen helpen om de klus te klaren.

Afhankelijkheid

In dit veranderingsproces van de bouwsector is het verstandig om vast te houden aan kwaliteitssystemen als hulpmiddel om het vakmanschap te ontwikkelen. Gewoon even doorzetten, zorg dat je er niet in verzuipt, keep it simple en laten we de beperkingen ervan onder ogen zien. Toen aan Michelangelo werd gevraagd hoe hij zulke prachtige beelden maakte was zijn antwoord simpel. “Het beeld is al aanwezig in het blok marmer dat ik heb uitgekozen en het enige wat ik doe is het beeld bevrijden”. Schoonheid zit ‘m in de eenvoud. Over tien jaar is het vakmanschap weer terug van weggeweest!
In de wetenschap dat opdrachtgevers en opdrachtnemers bij deze veranderingen afhankelijk zijn van elkaar is het raadzaam elkaar de hand stevig vast te houden. Dat kan op allerlei manieren. Een daarvan is het vormen van allianties waarin partijen samenwerken op basis van gelijkwaardigheid en vertrouwen, waar krachten worden gebundeld en waarin kansen en risico’s worden gedeeld in plaats van verdeeld. Een alliantie vormt een stimulerende omgeving om snel van elkaar te leren en het is gemakkelijker om los te komen van oude patronen. Bovendien is het een illusie dat de private sector in z’n eentje de klus kan klaren in de steeds complexere omstandigheden. De publieke en private sector zijn volledig van elkaar afhankelijk. Alleen al op een stukje autosnelweg van 2 km bij Hooggelegen zijn er circa vierhonderd vergunningen, danwel goedkeuringen, nodig van diverse overheden!
Het is tijd dat de sector weer bij zinnen komt en een einde maakt aan de intensieve menshouderij. Dan zal er weer ruimte komen voor creativiteit en voor mensen om zich te ontplooien. Dan is er weer ruimte om na te denken over de grote vraagstukken van de toekomst zoals klimaatverandering, energievoorziening of de kwaliteit van onze leefomgeving. Dan is er weer ruimte om ons af te vragen of we de omgeving aan ons leefpatroon blijven aanpassen of dat het tijd wordt om ons leefpatroon aan de omgeving aan te passen. Het fileprobleem zou in één klap voor de komende tien jaar zijn opgelost als we weer bereid zouden zijn om op zaterdag te gaan werken en onze vijfdaagse werkweek spreiden over zes dagen.

Crisis

Op een crisis hoeven we niet te wachten om tot daden over te gaan. Daar zitten we inmiddels midden in. We hadden de varkenspest, de gekke koeienziekte en de vogelgriep. We hebben een energiecrisis en een financiële crisis. Moedertje natuur heeft het al 200 jaar niet gemakkelijk met de nijvere mensheid die in rap tempo de aarde uitput. Er is een crisis en dus zijn we tot alles in staat. Dat konden we in de VOC-tijd. Dat kon met de Zuiderzeewet. Dat kon de naoorlogse generatie tijdens de wederopbouw. Dat konden we na de overstromingen in 1953. Dat kon met de Deltawet Grote Rivieren. Dat kan met de Spoedwet Wegverbreding. En er kan nog veel meer. Dat kan nu dus ook.

Reageer op dit artikel