nieuws

Fundamenteel andere kijk op ontwerpen nodig

bouwbreed Premium

De constructie is de kern van een duurzaam gebouw. Of beter gezegd: zou dat moeten zijn. Nog té vaak lijken opdrachtgever, architect en zelfs de constructeur zich niet bewust van de potentie van de constructie als ‘duurzame drager’. Dat vindt constructeur ir. Pim Peters. Volgens hem is een fundamenteel andere kijk op ontwerpen nodig.

Praten over constructies en duurzaamheid gaat vaak over relatief makkelijke
maatregelen, zoals puingranulaat. Oud beton vermalen tot nieuw toeslagmateriaal
is weliswaar een prima vorm van hergebruik, maar nóg duurzamer is minder
materiaal gebruiken. Een constructie die 30 procent minder beton nodig heeft, is
ook 30 procent duurzamer. Vergelijk het met de bekende Prius; een
milieuvriendelijk alternatief, maar minder autorijden is nóg beter. De laatste
jaren lag bij constructeurs de nadruk vooral op die min of meer voor de hand
liggende groene maatregelen, zoals puingranulaat, maar ook betonkernactivering.
Niet toevallig zijn voor beide flink punten te verdienen in de huidige
duurzaamheidsberekeningen. Maar de hoeveelheden staal en beton die worden
gebruikt, tellen niet of nauwelijks mee. Wie op dit moment een zware
betonconstructie maakt met betonkernactivering, is op papier duurzamer dan een
constructeur die dat niet doet, maar die een veel lichtere, slimmere constructie
ontwerpt. Natuurlijk moet je beide doen, maar het gaat om de mindset, die moet
anders. Gelukkig is er verandering op komst in de vorm van BREEAM. Deze
internationale BRE Environmental Assessment Method houdt veel meer rekening met
materiaalgebruik. Een constructie is goed voor ongeveer een derde van al het
materiaal van een gebouw. Grote besparingen daarop zetten dus al snel zoden aan
de dijk. Minder materiaal betekent minder energie nodig bij de productie, minder
grondstoffen, minder opslag, minder transportbewegingen en ga zo maar door. Het
nieuwe gemeentehuis van Leiderdorp is hiervan een goed voorbeeld. Door het
ontbreken van een constructieve beganegrondvloer is een besparing van 20 procent
op materiaalkosten mogelijk (Cobouw, 6 februari 2009, ‘Gemeentehuid Leiderdorp
zonder constructieve vloer’). Natuurlijk is dit ‘op staal funderen’ niet nieuw.
Toch zie je bij moderne utiliteitsgebouwen zelden of nooit deze combinatie
funderingspalen en een beganegrondvloer op staal. ‘We’ zijn simpelweg gewend om
een constructieve vloer te maken. Maar voor echte duurzaamheid zullen we juist
moeten kijken of alle constructies die we maken überhaupt wel nodig zijn. Pas
dan ben je in staat om grote, groene stappen te zetten. Nu al het laaghangend
fruit zo’n beetje is geplukt, zullen meer onorthodoxe maatregelen nodig zijn.
Ontwerpers en adviseurs moeten daarin het voortouw nemen. Zij hebben de kennis
om hun opdrachtgevers te wijzen op de mogelijkheden. Bijvoorbeeld dat staal in
principe duurzamer is dan beton, en dat hout nóg beter scoort. Er is geen enkele
reden waarom een constructie niet van hout kan zijn. Professionals moeten
bouwprojecten duurzamer maken. Gebouwen met slimme, hyperefficiënte constructies
die niet alleen vriendelijk zijn voor het budget, maar ook voor het milieu. Alle
partijen moeten daarvoor fundamenteel anders naar constructies leren kijken. Wie
dat doet, wordt beloond met verrassende oplossingen.

Reageer op dit artikel