nieuws

Energiekoppeling biedt perspectief

bouwbreed Premium

Technisch gezien zijn de verzwaarde energie-eisen in de retailbranche haalbaar. Maar met traditionele oplossingen zijn de kosten erg hoog. Toch is een forse energiebesparing mogelijk tegen relatief lage kosten. Volgens Joep Brouwers en Marc Douma biedt energiekoppeling met andere functies veel perspectief, ook voor niet-retailvastgoed.

‘De kachel aan met de deur open’ is nog vaak het motto bij de ontwikkeling van retailgebouwen. Anders dan bij kantoren en woningen investeert deze sector nauwelijks in energiezuinig vastgoed. Toch komt daarin vanaf dit jaar verandering. Nu de overheid de energieprestatie-eisen flink heeft aangescherpt, móét de branche in beweging komen. Zo is de energieprestatiecoëfficiënt (epc) voor winkelruimten bijna 25 procent zwaarder.
Traditionele energie- en isolatieoplossingen alléén zijn niet voldoende. Ontwikkelaars zijn min of meer verplicht om collectieve oplossingen te ontwikkelen, zoals warmtepompen met thermische opslag in de bodem. Maar de investeringen daarvoor zijn hoog. Dus om wél aan de eisen te voldoen, maar toch zo min mogelijk centrale voorzieningen te hoeven maken, zijn fundamenteel andere, slimmere oplossingen noodzakelijk.
Een integrale aanpak is nodig, te beginnen bij het stedenbouwkundig en architectonisch ontwerp. De oriëntatie ten opzichte van de zon, wel of geen grote glazen oppervlakken, verkeersstromen, materiaalgebruik, soort verlichting, het is allemaal medebepalend voor de warmtelast op een complex, en daarmee voor het energieverbruik. Installaties zijn slechts een laatste redmiddel.
Een van de slimste oplossingen is het energetisch combineren van functies. Sommige winkels vragen veel koeling, terwijl andere juist warmte vragen. Koppel je die aan elkaar dan komt het saldo van hun gezamenlijke energieverbruik dicht bij nul. Zo’n 30 procent van het jaar is op die manier de energie binnen winkelcentra volledig uitwisselbaar, oftewel energieneutraal. Retail kan ook profiteren van energiekoppeling met andere functies, bijvoorbeeld met nabijgelegen woningbouw. Ook daar is een uitstekende mix te maken van functies die ’s zomers en ’s winters elkaars energie gebruiken. Woningen zijn bijna altijd warmtevragers, winkels vragen meestal koeling.
Techniplan Adviseurs brengt dit principe van uitwisseling steeds vaker in praktijk. Zo geven aan de Amsterdamse Zuidas de kantoorgebouwen van Mahler4 bijna gratis verwarming aan de naastgelegen appartementen, worden woningen in Drachten binnenkort verwarmd door winkels, en verwarmen en koelen volgend jaar in Dordrecht een zwembad en ijsbaan elkaar.
Wat is er voor dit soort oplossingen nodig? Om te beginnen moet het casco-denken (bouw een lege doos) plaatsmaken voor ‘casco plus’, winkelruimte met duurzame basisvoorzieningen, oftewel een ‘slimme doos’. Stedenbouwkundig en architectonisch goed ontwikkelde complexen die gebruikmaken van eenvoudige, effectieve energieconcepten, waar nodig aangevuld met duurzame technische installaties.
Ook gemeenten spelen een belangrijke rol. Zij zijn de aangewezen partij om functiecombinatie op buurt- en wijkniveau te entameren en te stimuleren, zoals de gemeente Arnhem heeft gedaan met een duurzaam energiesysteem voor verschillende gebouwen in het stationsgebied. Met dit soort oplossingen kunnen gemeenten ook voor een belangrijk deel hun klimaatambities verwezenlijken.
Architecten en ingenieurs hebben de taak om foolproof gebouwen en systemen te ontwerpen. De uiteindelijke gebruiker moet niet in staat zijn om de (energie) prestatie van het geheel negatief te beïnvloeden. Nodig zijn oplossingen die altijd werken, ongeacht de kennis van de gebruiker. Daarentegen moeten exploitant en beheerder wel investeren in knowhow om de slimme systemen ook slim te houden.
Duurzaamheid zal ook in de retail hét centrale thema worden. Wetgeving en maatschappelijke druk zullen de katalysator zijn. Sowieso zal er geïnvesteerd moeten worden in energiezuinigheid. Maar met een integrale energievisie hoeft dat nauwelijks meer te kosten dan voor de huidige, niet-energiezuinige winkels. De keuze is aan de sector zelf.

Reageer op dit artikel