nieuws

Zet Essent-gelden duurzaam in

bouwbreed Premium

Politiek Den Haag is er als de kippen bij om te voorkomen dat de provincies en gemeenten het geld uit de overname van Essent door de Duitse energiegigant RWE uitgeven aan spraakmakende projecten met kortetermijnsuccessen. Dat is de verkeerde insteek, vinden Ruud Boon en Theo Heida. De gelden zijn nu juist in te zetten voor duurzame doeleinden.

Met de overname van Essent voor 9,3 miljard euro krijgt een aantal provincies en gemeenten als aandeelhouder een fraai douceurtje van soms vele miljoenen euro’s. Politieke partijen in Den Haag houden zich vooral bezig met de vraag wat niet met het geld moet gebeuren. Geen ‘hobbyisme’ of prestigeprojecten. Wouter Bos waarschuwt dat zorgvuldig met het geld moet worden omgesprongen. Een jaarlijks dividend wordt een eenmalige uitkering, dus er is nog steeds een langetermijnvisie nodig op de investeringen.
Het zou inderdaad zonde zijn de oude, onrendabele prestigeprojecten van stal te halen en daar het geld aan te spenderen. Maar wat moet er dan mee gebeuren?
Laten we eerst eens kijken waar het geld vandaan komt. Essent is een bedrijf dat duurzame oplossingen nastreeft. Het eigendom is weliswaar veranderd, maar de waarde blijft voor de ex-aandeelhouders bestaan. De 9,3 miljard euro waarmee Essent van eigenaar verwisselt, komt uit energierekeningen van mensen die er vanuit gaan dat hun energiebedrijf meewerkt aan duurzame oplossingen. Kortom, laten we het geld gebruiken waar het in de eerste plaats voor bedoeld was: duurzame oplossingen.
Dat is niet heel abstract. Een eerste praktische optie is het verduurzamen van lopende projectplannen. Vooral voor gemeenten is dat een mooie kans. Dat kan door bijvoorbeeld nog sterker in te zetten op de energieopgave in vastgoedontwikkeling en hogere investeringskosten te compenseren. Ook valt te denken aan maatregelen die burgers stimuleren alternatieve energie, zoals zonnecollectoren, te gebruiken.
Een andere optie is het aangaan van nieuwe duurzaamheidsopgaven. Bijvoorbeeld met investeringen in nieuwe infrastructuur voor OV en fiets en het oplossen van fileknelpunten. Maar ook investeren in nieuwe energievormen. Nog sterker inzetten op windenergie, bijvoorbeeld door de ontwikkeling van windmolenparken op land of in zee. Ook opwekken van energie uit aardwarmte of biomassa blijft een uitdaging.
Ziehier de redenen om het geld bij de provincies en gemeenten te houden. Vooral de laatste kunnen veel betekenen voor lokale energievraagstukken. De impact van duurzame ruimtelijke projecten als (OV-) infrastructuur en windmolenparken overstijgen vrijwel altijd de gemeentegrens. Dat vraagt om regionale bestuurlijke samenwerking, vaak al een opgave op zich. Een gezamenlijke visie is nodig op nieuwe vormen van duurzaam energiegebruik. Juist vanwege het regionale karakter van veel duurzame opgaven moeten provincies met de gemeenten de regierol oppakken.

Reageer op dit artikel