nieuws

Goes meet praktische waarde van openbare led-verlichting

bouwbreed Premium

Led’s kunnen de energierekening voor de openbare verlichting halveren. Een proefproject moet de gemeente Goes leren of dat inderdaad zo is. En of de ‘gebruikers’ er letterlijk mee uit de voeten kunnen.

Goes is één van de 25 gemeenten die met SenterNovem de praktische waarde beproeft van led’s in de openbare verlichting. Dat gebeurt in de Adenauerstede in de wijk Goese Polder. “De openbare verlichting daar stond al op de renovatielijst zodat de gemeente twee vliegen in één klap slaat met de proef”, zegt de Goese milieuwethouder Joost Adriaanse. De armaturen komen op veertien palen van elk 6 meter hoog en vier palen van ieder 4 meter lang. Drie vraagrondes moeten uitwijzen hoe de bewoners het nieuwe licht beleven. En als de theorie klopt zou de nieuwe verlichting ruim 30 procent minder energie verbruiken.

Besparing

Thijs Mol van energiebedrijf Delta laat het precieze percentage van de besparing nog even in het midden. Maar dat led’s beduidend minder verbruiken staan voor hem wel vast. En iedere besparing is welkom want de openbare verlichting beslaat ongeveer de helft van de gemeentelijke energierekening. Met dat in gedachten laten sommige gemeenten zich ertoe verleiden goedkope led-armaturen uit China op hun lantaarnpalen te zetten. Mol: “En zijn vervolgens kapitalen kwijt omdat de leverancier geen service en ondersteuning biedt.” Een waarschuwing waarmee Delta gemeenten oproept voor de openbare verlichting alleen deskundige bedrijven uit de buurt in te schakelen. Zoals bijvoorbeeld het Zeeuwse energiebedrijf.
Bij led’s doet zich het probleem voor dat de technische ontwikkelingen wel heel snel gaan. In de visie van Jaap van der Linden van Philips beproeven de 25 gemeenten die via de Task Force zuiniger openbaar willen verlichten verouderde led-armaturen. SenterNovem die het project coördineert constateert eveneens dat veel nieuwe technieken buiten de proef vallen. Simpelweg omdat de resultaten anders te veel uiteen zouden lopen om nog een vergelijking te kunnen maken. Het gaat net als met digitale camera’s. Het led-armatuur staat nu waar de eerste digitale camera ruim dertig jaar geleden stond.
“Alle conventionele verlichting vervangen door bijvoorbeeld led’s is geen optie”, vindt Van der Linden. De lichtgevende halfgeleiders verbruiken weliswaar zo’n 70 procent minder energie dan bijvoorbeeld een hogedrukkwiklamp maar vergen ook een hogere investering. En ook de efficiëntie van traditionele lichtbronnen neemt nog steeds toe. Van der Linden: “Onder de streep zullen de kosten voor beide soorten verlichting niet heel veel uit elkaar liggen.” En een energiesparende dimmer verdient zichzelf in twintig jaar ruimschoots terug.
Wit licht is een voorbeeld van een verbeterde conventionele lichtbron. De oudere modellen namen meer op dan de hogedruk natriumlampen maar de huidige uitvoeringen kunnen tot 39 procent sparen op het verbruik. De lampen verlichten door middel van metaalhaliden. “Onderzoek leert dat vooral ouderen zich veiliger voelen onder lantaarnpalen die wit licht verspreiden”, weet Janet Veen van Philips.

Veiliger

Anders dan bij het gele natriumlicht gaan minder details van de omgeving verloren. En mede daardoor wordt het licht ervaren als ‘veiliger’. Zeker ouderen zouden na zonsondergang meer zien van wat er op straat gebeurt.
Lampen voor wit licht zijn kleiner dan hogedruk natriumlampen. “Daardoor valt ook de ombouw kleiner uit en laat het licht zich beter sturen”, zegt Veen. “En omdat de lichtopbrengst groter is kunnen de lantaarnpalen 10 tot 20 procent verder uit elkaar staan.”
Dat zou zo maar een paar masten kunnen schelen. De witlichtlampen gaan gemiddeld 16.000 uur mee wat betekent dat ze elke vier jaar vervangen moeten. Gedimd zal de levensduur wat langer uitvallen. De markt biedt inmiddels ook witlichtlampen aan die zo’n acht jaar meegaan.

Reageer op dit artikel