nieuws

Ariepaal laat geen groutresten achter

bouwbreed Premium

Door trillen en fluïdiseren slaagt Gebroeders van Leeuwen erin trekankers aan te brengen met een kraan naast de bouwput. Er blijven zo ook veel minder groutresten achter op de bodem.

Met de Vibro-fluïdatiepaal, die in de volksmond Ariepaal wordt genoemd, sleepte het funderingsbedrijf op de Infratech vorige week de innovatieprijs in de wacht.
Het slimme van de paal zit hem in een reeks van aanpassingen ten opzichte van het traditionele gewi-anker. Het grootste voordeel is volgens naamgever en bedenker Arie van Vliet wellicht dat hij met een kraan op rupsbanden naast de bouwput aangebracht kan worden. Er is dus geen zware traverse nodig. Dat kan door de combinatie van trillen en fluïdiseren die wordt gebruikt om de casing tot wel 25 meter onder de bodem van de put in de grond te brengen. De stelling hoeft niet hard te drukken of te draaien, en in feite alleen casing en trilblok recht boven de juiste plek te hangen.
Bij de Drontermeertunnel voor de Hanzelijn waar de eerste 1900 palen zijn aangebracht, werd vaak op een afstand van 25 meter uit het hart van de kraan gewerkt. Voor de juiste positionering is wel een speciaal hulpframe gebruikt dat de positie van vijf palen per keer markeerde. Daardoor was het meetwerk ook aanzienlijk simpeler.

Onder druk

Voor het fluïdiseren wordt met leidingen aan de buitenkant van de casing water onder druk bij de punt gebracht. De waterdruk gecombineerd met het trillen verweekt plaatselijk de bodem. Vooral het passeren van stevige lagen met grind gaat zo een stuk soepeler. In feite worden de palen volgens Van Vliet trillingvrij aangebracht.
Ook de toevoer van grout vindt door leidingen aan de buitenkant van de buis plaats. Zodra de casing bij het trekken boven de bouwputbodem uitkomt kan de grouttoevoer worden stilgelegd. Bij de traditionele aanbrengwijze van gewi-ankers loopt dan vaak nog zo’n 400 tot 500 liter grout uit de buis en belandt op de bodem van de put. Daar moet het later weer verwijderd worden. Met de aparte leidingen gekoppeld aan een pomp kan het grout veel nauwkeuriger gedoseerd worden. De leidingen hebben bovendien een verstijvende werking op de casing.
Na de grote klus bij de Drontermeertunnel zijn nog vijftig Ariepalen toegepast bij een project van moederbedrijf Ballast Nedam. Er zijn volgens Van Vliet ook al weer wat verbeteringen doorgevoerd. Vooral de koppeling tussen casing en trilblok is versterkt. Bij de eerste versies ontstonden daar al gauw scheuren.

Reageer op dit artikel