nieuws

Transfersom kan ronselen stoppen

bouwbreed

Aannemers en bouwopleidingen moeten net als in de voetballerij gaan werken met transfersommen. Zo kan het ronselen van nog niet volledig opgeleide werknemers worden gestopt.

Dat zegt Egbert Hidding, directeur van bouwopleidingsinstituut OCB. Onderaannemers en uitzendbureaus bieden de nog niet volleerde bouwvakkers salarissen waardoor velen na twaalf weken opleiding al afhaken. Het gaat om zij-instromers, meestal langdurig werklozen, die via een reïntegratietraject aan werkervaring in de bouw worden geholpen. Na een stoomcursus van drie maanden gaan ze een jaar lang werken in de bouw. Na het gesubsidieerde praktijkjaar volgt normaal gesproken een BBL-opleiding.
Maar zover komt het vaak niet, ziet Hidding. “Onderaannemers en uitzendbureaus ronselen mensen tijdens het opleidingstraject.” Niet hoofdaannemers, benadrukt hij. “Die zijn in het algemeen solidair.”
Of de uitzendbureaus en onderaannemers actief werknemers onder de zij-instromers werven, weet hij niet. “De werknemers zullen er zelf ook wel op zoek naar zijn.” Hid­ding heeft wel een idee waarom ze gevoelig zijn voor een overstap. “Ze hebben al een werkrelatie gehad, daardoor zijn ze gewend aan een hoger salaris.”

Dupe

Een transfersom is niet gebruikelijk in de bouw, weet Hidding. Maar er moet iets worden gedaan. Voor werkgevers is het frustrerend om medewerkers te zien gaan, die je net hebt opgeleid. “Bovendien heeft niemand baat bij niet goed opgeleide werknemers op de bouwplaats.”
Verstandig is het tussentijds verlaten van de opleiding niet, vindt hij. “Mensen die midden in het opleidingstraject weggaan, zijn vaak als eerste de dupe, als het bij hun werkgever even niet gaat. Staan ze na een paar maanden toch weer in de kaartenbak bij het CWI te zoeken.”

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels