nieuws

Opdrachtgever pakt la nge gunningstermijn

bouwbreed

Opdrachtgevers hebben hoe langer hoe meer tijd nodig voor de beoordeling van inschrijvingen. Daardoor wordt de gestanddoeningstermijn steeds langer met alle risico’s en problemen van dien.

In de eerste helft van dit jaar heeft het Aanbestedingsinstituut Bouw 0x26 Infra 1044 aanbestedingen bekeken. In 62 procent van de gevallen werd daar een gestandsdoeningstermijn gehanteerd van 60 dagen. In 2007 was dit nog in 78 procent van de gevallen zo. Nu wordt dus in 38 procent van de aanbestedingen een termijn gehanteerd van 90 of 120 dagen.
Tegelijkertijd gaan aanbestedende diensten kortere termijnen hanteren tussen aankondiging en aanbesteding. In 2007 werd bij 8 procent van de aanbestedingen een kortere termijn dan volgens de regels mag gehanteerd, in de eerste helft van 2008 was dit in 12 procent van de gevallen. Bouwbedrijven krijgen dus minder tijd om een goede aanbieding te doen, vindt het Aanbestedingsinstituut.
De consequenties van deze twee bewegingen zijn groot voor de aannemers. Zo is het bijvoorbeeld lastiger om een goede inschatting te maken van de prijsstijgingen tijdens de gestanddoeningstermijn naarmate die langer wordt. Als die sneller stijgen dan waarmee de aannemer rekening houdt, en dat is in deze tijd niet ondenkbeeldig, dan offreert hij een te lage prijs.
Afwentelen op de onderaannemer is nu onmogelijk omdat er nog geen sprake is van een concrete opdracht. Bovendien is bij het huidige werkenaanbod nauwelijks een onderaannemer te vinden die bereid is zich uit te laten knijpen.

Hogere inschrijfprijs

De enige oplossing is dan dat de aanbieder een veilige inschatting maakt. Dat leidt dan wel tot een hogere inschrijfprijs en teleurstelling bij de aanbestedende dienst.
De langere gestandsdoeningstermijn leidt ook nog eens tot onzekerheid over de uitvoering. Waar vroeger een werk met een doorlooptijd van 4 maanden dat in mei werd aanbesteed, klaar kon zijn voor de herfst, lukt dat nu nauwelijks meer. Dat brengt onzekerheid met zich over het weer en dus extra risico’s.
Het Aanbestedingsinstituut pleit dan ook hantering van de standaardtermijnen uit de aanbestedingsreglementen. Voor werken is de termijn 45 dagen tussen aanbesteding en gunning. Het instituut vindt dat zeker voor werken waar het gunningscriterium laagste prijs is, en dat is in 85 procent van de aanbestedingen het geval, de inschrijvingen best binnen die termijn beoordeeld kunnen worden.
Alleen bij bijzonder ingewikkelde aanbestedingen zou een langere termijn gehanteerd mogen worden. Nu er toch een nieuwe aanbestedingswet moet komen, kan dit meteen geregeld worden.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels