nieuws

Niet wachten met betalen NMa-boete

bouwbreed

Bij het betalen van een mededingingsrechtelijke boete komt meer kijken dan het invullen van een overschrijfformulier. Kwesties als wettelijke rente en eventuele fiscale aftrekbaarheid van een dergelijke boete kunnen immers grote financiële gevolgen voor een onderneming. Wees op uw hoede, waarschuwen Niels Nuland en Sabine Smallegange.

Op 11 juli 2008 heeft de Hoge Raad de knoop doorgehakt in een lange en bittere juridische strijd over de vraag vanaf welk moment wettelijke rente verschuldigd was over een NMa-boete. In dit artikel gaan wij in op enige achtergronden van deze kwestie. Daarnaast geven wij enkele praktische tips met betrekking tot NMa-boetes.
In één van haar eerste zaken heeft de NMa bij haar besluit van 26 augustus 1999 de voorganger van het Nederlandse Elektriciteitsadminsitratiekantoor (NEA) SEP beboet voor het maken van misbruik van haar economische machtspositie. De boete bedroeg maar liefst 14 miljoen gulden (afgerond 6,4 miljoen euro). De NMa oordeelde dat NEA de boete binnen dertien weken na 26 augustus 1999 (datum bekendmaking besluit) diende te betalen en dat bij gebreke daarvan na deze dertien weken wettelijke rente verschuldigd was. NEA betaalde de boete niet en ging in bezwaar tegen het boetebesluit. De zaak is vervolgens voor de bestuursrechter gekomen. Medio 2004 werd de opgelegde boete in hoogste instantie verminderd tot 3,5 miljoen euro.

Rente

De NMa claimde vervolgens de wettelijke rente van meer dan 1 miljoen euro over de verminderde boete vanaf dertien weken na 26 augustus 1999. Zij baseerde zich hierbij op artikel 67 lid 2 Mededingingswet (oud) (Mw). NEA betaalde de boete en de wettelijke rente onder protest en startte een juridische procedure tegen de NMa waarin zij de wettelijke rente terugvorderde. NEA stelde dat de wettelijke rente pas verschuldigd was vanaf dertien weken nadat de boete definitief en in hoogste instantie was vastgesteld. De verplichting tot betaling van de boete wordt immers ook opgeschort door het instellen van bezwaar en beroep. Zij beriep zich hierbij op een uitspraak van het College van Beroep voor het Bedrijfsleven (CBB) , de hoogste administratieve rechter in mededingingszaken. Deze procedure is op 11 juli 2008 tot een einde gekomen met het arrest van de Hoge Raad.
De Hoge Raad oordeelde – in tegenstelling tot het CBB – dat de Mededingingswet vóór 1 oktober 2007 bepaalde dat de wettelijke rente over een NMa-boete reeds vanaf dertien weken na de bekendmaking van het initiële boetebesluit verschuldigd was. Dit gold ondanks dat de betalingsverplichting van de boete door het instellen van bezwaar en beroep wordt opgeschort. De Hoge Raad oordeelde namelijk dat de verschuldigdheid van de wettelijke rente is verbonden aan de inwerkingtreding van de boetebeschikking en niet aan de invorderbaarheid van de boete. Het verweer van NEA is bijgevolg afgewezen.

Boetebesluit

De wetgever is de Hoge Raad in deze kwestie overigens voor geweest door de Mededingingswet per 1 oktober 2007 onder meer op dit punt te verduidelijken. Vanaf deze datum bepaalt artikel 67 Mw dan ook expliciet dat een onderneming wettelijke rente verschuldigd is over een NMa-boete vanaf dertien weken na de bekendmaking van het (initiële) boetebesluit. Voor mededingingsrechtelijke boetes opgelegd door de Europese Commissie geldt overigens een vergelijkbaar systeem.
De uitspraak van de Hoge Raad heeft met name gevolgen voor ondernemingen waaraan de NMa vóór 1 oktober 2007 een boete heeft opgelegd en die bezwaar of beroep hebben ingesteld tegen het boetebesluit van de NMa. Teneinde een hoge vordering vanwege wettelijke rente over de verschuldigde boete te voorkomen, is het in beginsel verstandig om de boete - mits de dertien weken na de bekendmaking van het boetebesluit zijn verstreken - zo snel mogelijk te betalen aan de NMa. Indien later in een bezwaar- of beroepsprocedure zou blijken dat de NMa-boete geheel of gedeeltelijk onterecht zou zijn opgelegd, dient de NMa het te veel betaalde bedrag plus de wettelijke rente hierover aan de onderneming terug te betalen. Gezien het huidige investeringsklimaat zou de beslissing om de boete aan de NMa te betalen overigens niet eens een slechte investering kunnen blijken.

Andere boeteperikelen

Daarnaast wijzen wij op een andere nog lopende discussie met betrekking tot mededingingsrechtelijke boetes. Dit betreft de vraag of en in hoeverre een mededingingsrechtelijke boete in aftrek kan worden gebracht op de fiscale winst. Momenteel is bij het Gerechtshof in Amsterdam een zaak aanhangig waarin deze kwestie speelt. Teneinde eventuele rechten op aftrekbaarheid te behouden is het voor een beboete onderneming het overwegen waard om een eventuele Europese of Nederlandse mededingingsrechtelijke boete gedeeltelijk in aftrek te brengen op de fiscale winst van de onderneming. Voor het antwoord op de vraag of deze aftrek gerechtvaardigd is, dient evenwel een definitieve uitspraak in voornoemde procedure te worden afgewacht.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels