nieuws

‘Hand schudden Hongaarse klusjesman al boete waard’

bouwbreed

Als Rob Brucker voor de bestuursrechter van de Bossche rechtbank zijn pleitrede heeft beëindigd, slaakt S. Eekhout, gevolmachtigde van de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid onder wie de Arbeidsinspectie valt, een diepe zucht. “Poeh!” Ze heeft nauwelijks een weerwoord op het met details doorspekte betoog van haar opponent. Behalve dan dat ze het niet met hem eens is.

De Arbeidsinspectie strooit ten onrechte met boetes

Brucker, directeur van bemiddelingsbureau Winstar in Purmerend, treedt op als zaakwaarnemer van Michel Hilster. Deze werd in mei 2005 beboet met 20.000 euro omdat hij zijn woonhuis door vijf Poolse klusjesmannen liet opknappen.
De klussers waren in dienst van Hilster, meent de Arbeidsinspectie. Daarmee overtrad hij de Wet arbeid vreemdelingen (Wav) want de mannen konden geen tewerkstellingsvergunning tonen. Hilster diende een bezwaarschrift in.
Terecht, vindt Brucker. Het Nederlandse arbeidsrecht stelt dat een klusjesman die het huis van een privépersoon opknapt niet in dienst is van zijn opdrachtgever, legt hij uit. “Voor Poolse burgers die zonder gezagsverhouding werkzaamheden anders dan in loondienst uitvoeren en daarom niet als werknemers kunnen worden geclassificeerd, is een tewerkstellingsvergunning niet vereist.”
Brucker is geen jurist. Toch kent hij de Wet arbeid vreemdelingen op zijn duimpje vanwege een zaak waarvan hij zelf het middelpunt was. In 2005 werd hij door de Arbeidsinspectie beboet met 24.000 euro omdat hij drie Hongaarse dakdekkers illegaal bemiddeld zou hebben bij een particuliere opdrachtgever. Zijn verweer dat de drie zelfstandige ondernemers waren, legde de dienst naast zich neer.
Daarmee nam Brucker geen genoegen en stapte naar de rechter. Die stelde de inspectie in het gelijk. Drie jaar later haalde de ondernemer alsnog zijn recht bij de Raad van State. Hij krijgt zijn geld terug. intussen lag zijn bedrijf stil. De schadepost die daardoor ontstond, enkele tonnen, kan hij op niemand verhalen.
Strijdlustig

Botsen

Verontwaardigd over de gang van zaken, nam hij een kloek besluit. Particuliere opdrachtgevers van buitenlandse bouwvakkers die om vergelijkbare redenen als hij botsen met de Arbeidsinspectie, kunnen rekenen op zijn volle inzet. “Gratis!”, zegt hij strijdlustig. Hij schoot dan ook te hulp toen hij hoorde van de kwestie Hilster. “De man was volkomen te goeder trouw. Niettemin is hij bekeurd en tijdens een verhoor op het politiebureau ronduit geïntimideerd. Volgens het jaarverslag van de Arbeidsinspectie speelden er drie jaar geleden 210 zaken die vergelijkbaar zijn met die van Hilster.”
Het verbaast hem niet. “De Arbeidsinspectie geeft je al een boete als je een Hongaar de hand schudt. Maar je hoort er weinig over. Vanwege de hoge advocaatkosten stapt niet iedereen naar de rechter.” Dan relativerend: “Natuurlijk doet de Arbeidsinspectie ook goed werk. Zeker als ze erop toeziet dat buitenlandse werknemers niet worden uitgebuit. Niettemin is ze in een groot aantal gevallen te fel.”
Brucker steekt zijn verontwaardiging tegenover de bestuursrechter niet onder stoelen of banken. Hij hekelt het feit dat de directeur van de arbeidsinspectie, J. Uilenbroek, de verplichte termijn van zes weken negeerde waarbinnen het bezwaarschrift van Hilster moest worden beoordeeld. Daardoor kwam de zaak pas voor de rechter op 22 september, dat wil zeggen 34 maanden nadat de vermoedelijke overtreding was vastgesteld.
Brucker wijst de bestuursrechter op een uitspraak van het Europese Hof: in een strafzaak mag een verdachte niet langer dan 24 maanden wachten op de uitspraak van de rechter. “Aangezien het hier om een punitieve boete gaat die wordt gegeven door de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, valt deze onder het Europese Verdrag van de Rechten van de Mens en had Hilster recht op een rechtszitting binnen 24 maanden.” Omdat de minister verantwoordelijk is voor de late beslissing over het bezwaarschrift, moet hij niet ontvankelijk worden verklaard, vindt Brucker.
De redevoering van Brucker lijkt juriste Eekhout van de Arbeidsinspectie te overrompelen. Haar weerwoord is dan ook kort. De vijf Polen die voor Hilster werkten, kregen opdrachten van hem. Derhalve was er sprake van een gezagsverhouding en dus waren de klusjesmannen bij hem in dienst. Kortom er is terecht bekeurd. De bestuursrechter hoort beide meningen stoïcijns aan. De uitspraak volgt over zes weken.

Pleitnota

Na afloop van het geding schudt mevrouw Eekhout haar opponent de hand en vertrekt. Ze heeft er geen behoefte aan vragen van de pers te beantwoorden. Zelfs haar voorletter wil ze liever niet kwijt.
In de advocatenkamer van de rechtbank praten Brucker en Hilster nog wat na. “De Arbeidsinspectie maakt geen schijn van kans”, zegt Brucker zelfverzekerd. Glimlachend: “Mevrouw Eekhout had niet eens de moeite genomen een pleitnota te schrijven.”
Hilster weet het zo net nog niet, maar Brucker spreekt hem moed in met dezelfde woorden die hij ook al tegenover de rechter bezigde. “Als het hier niet lukt, gaan we naar de Raad van State. Ik zie die zaak met vertrouwen tegemoet.” n

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels