nieuws

Een brede verfrissende kijk op steden

bouwbreed

Ze zijn hoogopgeleid en werken aan de ontwikkeling van steden vanuit verschillende invalshoeken. Een Master of Strategic Urban Studies brengt ze bij elkaar.

Neem Dries Drogendijk, senior bestuursadviseur stedelijke ontwikkeling van de gemeente Amsterdam en Simon van Dommelen, projectadviseur van adviesbureau De Stad bv: Beiden zijn Master of Strategic Urban Studies in wording.
Het tweetal maakt deel uit van de eerste groep van de opleiding Master of Strategic Urban Studies, die vorig jaar is gestart met het nieuwe tweejarige programma. Het is een initiatief van het kennisinstituut voor steden Nicis Institute en de Nederlandse School voor Openbaar Bestuur (NSOB). Deelnemers leren ‘over de schutting te kijken’ en hun blikveld te verruimen.
Van Dommelen over zijn motivatie om mee te doen: “Ik heb cultuurwetenschappen gestudeerd en werk nu vijfenhalf jaar bij De Stad bv. Ik wil nog een keer een flinke kennissprong maken.” De in 1998 afgestudeerde planoloog/bestuurskundige Drogendijk verklaart: “Bij planologie draaide het altijd al om een brede blik. Nu krijg ik de meest actuele inzichten die ik daarvoor nodig heb op een verfrissende manier aangeboden.”
De opleiding vergt naar schatting 20 tot 25 uur per week en bestaat naast zelfwerkzaamheid uit een reeks modules over verschillende thema’s. “Samen met hoogleraren en mensen uit de praktijk ben je tijdens zo’n module drie dagen heel intensief met elkaar in gesprek.”
Het zijn gesprekken van vakmensen die weten waarover ze het hebben. De ‘studenten’ brengen voorbeelden mee uit hun eigen praktijk. Ze praten daarover, met elkaar en met de mensen ‘aan de andere kant’: docenten en gasten, allen afkomstig uit de top van de werelden van wetenschap en praktijk.

Ambitieus

Decaan Wim Hafkamp van Nicis Institute omschrijft de cursisten als “de aankomende top”. Ze zijn zeker ambitieus maar moeten in de eerste plaats worden gedreven door liefde voor het vak. Van Dommelen stelt: “Anders zou je het niet volhouden.” Hij herinnert zich het leven op de universiteit, waar iedereen na twee uur college wel gaar was. “Hier gaan we de hele dag door en vinden dat geen probleem. Je blijft alles volgen, puur uit interesse.”
De werkgevers betalen meestal de – flinke – kosten van de cursus of anders een deel daarvan. Tijdens de cursus moet het werk zoveel mogelijk gewoon doorgaan. Drogendijk en Van Dommelen zeggen vaak opgaven te kunnen combineren; dat scheelt in de benodigde extra tijd. Drogendijk: “Ik heb met de gemeente afgesproken dat ik mijn opdrachten koppel aan actuele vragen voor Amsterdam. Met wat ik bijleer, hoop ik nog betere adviezen te kunnen geven.”
Van Dommelen heeft hoge verwachtingen van de overgang van project- naar gebiedsontwikkeling. “De vraagstelling wordt anders. Want hoe staat het er na tien jaar – een normale looptijd voor plannen – voor met de markt, gebruikswensen, bouwkosten… Dat kun je nu niet precies voorspellen. Projectmanagement gaat daarom over in procesmanagement. Reken maar dat er veel factoren zijn die een proces kunnen beïnvloeden. Die moet je er allemaal bij betrekken.”

Boek

De opleiding mag voor de deelnemers al een drukke periode zijn; Drogendijk deed er voor zichzelf nog een schepje bovenop. “We krijgen veel schrijfopdrachten, voor essays, werkstukken; zo kwam ik er opnieuw achter hoe leuk ik het vind om te schrijven.” Kortom: over één à twee maanden komt zijn boek uit, met als titel: Denkend aan Holland – Een blik op Nederland in de 21e eeuw. “Aan de hand van vijftig locaties schets ik een beeld van de ruimtelijke opgave in Nederland; een soort canon. Het idee zat al langer in mijn hoofd. Dankzij de opleiding heb ik de stap gezet om het uit te voeren.”

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels