nieuws

Twee jaar cel geëist voor grootschalige oplichting

bouwbreed

Twee jaar gevangenisstraf waarvan drie maanden voorwaardelijk vanwege grootschalige flessentrekkerij. Dat eiste de officier van justitie tegen aannemer Gert van D.

Hij zou in 2005 en 2006 voor een bedrag van ruim zeven ton aan goederen hebben gekocht, die hij vervolgens niet betaalde. Ook zou hij zijn personeel niet hebben betaald en afspraken niet zijn nagekomen. Nadat zijn bedrijf Driebouw failliet was gegaan, zou hij bovendien clandestien geld aan het bedrijf hebben onttrokken. Verder is hij nog duizenden euro’s verschuldigd aan de curator.
Van D. bleef stoïcijns onder de beschuldigingen. Weliswaar was hij verantwoordelijk voor de dingen die mis waren gegaan, de ware schuldige was zijn voormalige levenspartner W. Zij zou de administratie zonder zijn weten in de soep hebben laten lopen, zo beweerde de verdachte. “Ik ben verantwoordelijk, maar wat er is gebeurd, is niet mijn schuld. W. deed de administratie en hield me niet op de hoogte van wat er allemaal misging”, betoogde de verdachte, die eerder tegenover de politie had beweerd dat zijn levenspartner nergens van had geweten. Toen de rechter hem daarop wees, zei de inmiddels gedetineerde aannemer dat hij zijn vriendin de hand boven het hoofd had willen houden.
De officier van justitie hechtte nauwelijks waarde aan die verklaring en de rechtbank net zo min. Advocaat R.F. Dirkzwager daarentegen vond dat zijn cliënt het voordeel van de twijfel verdiende. Volgens hem had de vroegere levensvriendin van Van D. zich tegenover de politie voorgedaan als een ‘dom vrouwtje’, maar was zij in werkelijkheid nauw bij de zaken van haar vriend betrokken.

Flessentrekker

De harde woorden van de officier van justitie dat zijn cliënt een flessentrekker is, wees hij van de hand. “Een slechte boekhouder is hij zeker”, aldus Dirkzwager. “Maar ik betwijfel of hij een flessentrekker is.” Dat laatste ontkende Van D. in alle toonaarden. Hij omschreef zichzelf als ‘naïef en goedgelovig.’
De reclassering die een rapport over Van D. had samengesteld, twijfelt aan zijn naïviteit. Het onderzoek roept de vraag op of Van D. wel altijd het achterste van zijn tong laat zien. Niettemin vond de reclassering dat Van D. een voorwaardelijke straf moest krijgen. In die periode zou hij dan onder toezicht boekhoudkundige scholing kunnen volgen.
Zijn advocaat sloot zich hierbij aan. Hij bepleite voor zijn cliënt vooral een voorwaardelijke straf. De rechtbank doet op 9 september uitspraak.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels