nieuws

Stedenland

bouwbreed

Hoe zorg je dat sterk en zwak binnen de Randstad niet te ver van elkaar afdrijven? En dat er geen middeleeuwse twisten ontstaan. Een tweetal lijstjes van de afgelopen twee weken gaf weer stof tot nadenken. En gaf zicht op koplopers en achterblijvers.

Hoe zorg je dat sterk en zwak binnen de Randstad niet te ver van elkaar afdrijven? En dat er geen middeleeuwse twisten ontstaan. Een tweetal lijstjes van de afgelopen twee weken gaf weer stof tot nadenken. En gaf zicht op koplopers en achterblijvers.
Allereerst kopte MonocleMagazine- een semi-intellectueel tijdschrift – met een lijst waarop de 25 ‘most livable cities in the world’ figureerden. Als het om de kwaliteit van leven gaat voert Kopenhagen de lijst aan, met onbekende parel München als tweede. Amsterdam ontbreekt in de top tien. En in de top twintig. Wenen, Barcelona en Hamburg niet.
Kennelijk overtuigt Nederland, noch Amsterdam, het internationale journaille. Dat is pijnlijk. De lijst baseert zich op real life aspecten: van connectiviteit tot het aantal uren zonneschijn en de mogelijkheid om na 1 uur ’s nachts een borrel te gaan drinken.
Volgens de Herald Tribune levert het hele Urban Manifesto genoeg praktische handvatten op voor steden. Meer nog dan de bekende verhalen van Richard Florida, die zegt dat steden die aantrekkelijk zijn voor creatieve, sterker zijn en overleven. Hoe doe je dat dan? Monocleziet wel kansen. Van het terugbrengen van lichte industrie in de stad, het werken aan een 24-uurs cultuur en het recht op buitenruimte, tot het realiseren van stadsdorpen. Dat laatste is opmerkelijk, omdat velen Amsterdam als een dorp zien. En eerlijk gezegd heeft heel Nederland daar wel trekken van; een oergezellige meute verenigingen, handeltjes en mini-stadjes. Kortom, er zijn weer lessen om te leren.
Dit lijstje komt op het moment dat een ander lijstje verschijnt: over de groei van Europese steden. Op dat lijstje blijkt dat Utrecht als snelste groeier op de voet wordt gevolgd door Amsterdam. En dat Den Haag en Rotterdam achterblijven. Hier blijkt andermaal het verschil in dynamiek tussen de Noord- en Zuidvleugel van de Randstad. De frustratie zal er op de stadhuizen niet door afnemen.
Met een nota Randstad 2040 voor de deur wordt het dan ook spannend wat de boodschap zal zijn: gaat het kabinet voor de sterken, of kiest het de zwakken? Net zoals dat op Europees niveau het geval is, zal de waarheid en wijsheid wel in het midden liggen.
Op Randstadniveau is niemand gebaat bij het verder wegzakken van de Zuidvleugel. Dat zou op de lange termijn fataal zijn. Hopelijk weet het kabinet tussen de klippen van de verdelende rechtvaardigheid en het simplistisch ‘alles op Amsterdam’ door te laveren. Het zou de Zuidvleugel nog verder in het defensief drukken, een neiging die daar bestuurlijk toch al bestaat.
En verder geeft Monocleaan dat er voor alle stadsbesturen werk aan de winkel is. Ooit was Nederland het stedenland bij uitstek. Kennelijk weten we niet meer wat een stad ‘really a great city’ maakt. Een dorpse stedenoorlog helpt daar niet bij. Stedelijk elan wel. Nederland moet weer stedenland worden. Randstad 2040 moet daarbij helpen.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels