nieuws

Zijn retro-architecten machteloos?

bouwbreed

De auteurs van het Jaarboek architectuur in Nederland constateren dat de traditionalistische architectuur bepaald wordt door de macht van de markt en politici, en dat architecten met lef durven kiezen voor het modernisme. Jan den Boer vraagt zich af of alle Nederlandse architecten zich in dit verhaal herkennen, of dat het Jaarboek alleen geschreven is voor de eigen kring?

Opnieuw een Jaarboek architectuur in Nederland. Wat vertelt dit boek over de architectuur, en waar gaat het vooral over? De intentie op zich is veelzijdig genoeg. De samenstellers schrijven: “Wil de architectuurkritiek zinvol zijn en invloed hebben op hetgeen gebouwd wordt – en dus betekenis hebben voor meer dan alleen het eigen kringetje – dan zal de ontwerp- en bouw-praktijk in al haar facetten in ogenschouw moeten worden genomen.”

Retro

Heeft dit Jaarboek betekenis voor meer dan het eigen kringetje? Op grond van de criteria in hun eigen citaat niet echt. Nederland wordt volgebouwd met prachtige retro architectuur, maar de samenstellers van het Jaarboek ontdekken het meest opvallende project in de stedelijke vernieuwing in de ver-bouwing van een blok portiek etagewoningen in de Rotterdamse Pendrecht. Ze stellen vast dat dergelijke naoorlogse modernistische wijken steeds meer op waar-de worden geschat: “Het inzetten van kennis over de gemeenschappelijke modernistische erfenis in het ontwerp leidt tot betekenisvolle resultaten.” Het Jaarboek kan natuurlijk niet helemaal om de retro trend heen, dus in teksten wordt nog wel iets gezegd over ondermeer Soeters en Molenaar 0x26 Van Winden. Geen van deze pro-jecten bereikt echter de status van gekozen project in het Jaarboek. Via een ingewikkelde denkbeweging worden de traditionalisten weggeschreven: ‘Zo lijken de traditionalisten van nu hun werk te zien als een verbetering van de modernistische geschiedenis: weg ermee! Een mooi staaltje vooruitgangsdenken, dat op dit moment zeer succesvol en populair is. Toch is het niet moeilijk te voorspellen dat deze winkelcentra over maxi-maal 30 jaar opnieuw aan de vol-gende gezelligheidsheidstrend ten prooi zullen vallen. Hoe serieus moeten opdrachtgevers en be-stuurders deze voorspelling ne-men? Wat het Jaarboek betreft is het vooral aan hen te wijten dat dit traditionalisme de overhand krijgt, ze geven de indruk dat als het aan architecten zelf zou liggen zij dit nooit zouden bouwen. De zogenaamde iconische architectuur wordt volgens het Jaarboek opgedrongen aan de architecten door deze bestuurders en opdrachtgevers, die daarmee ‘de kopers willen verleiden en de po-litici of corporatiedirecteuren wil-len bevredigen. Waar volgens het Jaarboek de architecten zelf de macht hebben, hebben ze juist het lef om bijvoorbeeld kiezen voor het behoud van de modernistische structuur van Pendrecht. Het Jaarboek onderscheidt in zijn analyse het modernisme en de neo-nieuwe truttigheid. Het is verrassend dat in 2008 dit soort oude termen opnieuw gebruikt worden voor de analyse van de architectuur. Je zou verwachten dat er toch ook in de architectuur kritiek is iets nieuws verzonnen wordt. Nu is er wel een nieuwe term verzonnen, door Ruud Brouwers, de godfather van het Jaarboek en al vanaf de jaren 70 architectuurcriticus. Brouwers heeft het over Nieuw Realisme, en dat gaat dan over de markt die de bouwproductie steeds meer zou bepalen in plaats van de architecten. Volgens de analyse van het Jaarboek zijn het dus de échte authentieke architecten die nog durven te kiezen voor de enige echte architectuur: het modernisme, terwijl alle andere architecten ten prooi vallen aan de macht van de markt en machteloos moeten toezien hoe hun te-kenpen retro en traditionalisme voortbrengt. Ik ben erg benieuwd hoeveel Nederlandse architecten zich herkennen in deze analyse van het Jaarboek architectuur? Zijn al die traditionalisten en retro architecten echt machteloos afge-dwaald van de ware architectuur? Het lijkt erop alsof de samenstellers van het Jaarboek, uitgegeven door het NAI, een andere belangwekkende publicatie van het NAI nog niet gelezen hebben.

Dogma’s

In het boek Bouwmeesters dat vorig jaar uitkwam, geven twaalf van Nederlands bekendste archi-tecten een analyse van de mislukking van het modernisme, en hoe zij zich te lang hebben laten leiden door deze beperkende dogma’s. Hoe die verschuiving plaatsgevonden heeft wordt bijvoorbeeld heel mooi geïllustreerd door Carel Weeber. Naar aanleiding van de sloop van de Zwarte Madonna haalt het Jaarboek een oud citaat aan van Weeber, die destijds stelde dat hij “iets mooiers dan de Madonna niet kan maken.” In het boek Bouwmeesters erkent hij echter dat hij de Zwarte Madonna vooral ontwierp om te irriteren. Het is logisch dat gebouwen die gemaakt zijn om te irriteren weer snel gesloopt worden, maar het is de grote vraag of die sloop wordt ook zal gelden voor de traditionalistische winkel-centra waar het Jaarboek zich tegen verzet.

Binnenhuisstedenbouw

Het Jaarboek komt bijna ondanks zichzelf tot de constatering dat de aura van het voorbije heel belangrijk geworden is in de architectuur. Dit kan natuurlijk op een moderne manier gerealiseerd worden, zoals in Pendrecht en in het project dat volgens Jaarboek de geest van het jaar 2007 het beste samengevat: de verbouwing van de NDSM-loods in Amsterdam-Noord. Het architectenbureau Dynamo heeft dit rijksmonument als een soort ‘binnenhuisstedenbouw’ aangepakt, waar binnen het casco iedereen zijn eigen vorm kon kiezen. Terecht een voorbeeldproject. Maar de traditionalistische projecten zijn even terecht een voorbeeldproject, en zolang het Jaarboek deze niet haar plek geeft, is het te veel gericht op het eigen kringetje, al is het wel een mooi boek met prachtige voorbeelden van Nederlands architectuur.

Architectuur in NederlandJaarboek 2007/08

Daan Bakker, Allard Jolles, Michelle Provoost, Cor Wagenaar, NAI Uitgevers,
Rotterdam, 2008,
184 pagina’s,
€ 39,50
ISBN: 978 90 6450 558 4

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels