nieuws

Bouwbesluit voor eisen GIW slechts kale kip

bouwbreed

Zowel minister Vogelaar als de Vereniging Nederlandse Gemeenten en Bouwend Nederland hechten groot belang aan het facet kwaliteit bij het certificeren van woningen. Dat verzekert Jacob Kohnstamm, voorzitter van het Garantie Instituut Woningbouw (GIW).

SDLqIn een gesprek met de minister heeft zij benadrukt er voor te zorgen dat de sector de kwalitatieve kant van het garantiecertificaat vorm en inhoud heeft. Mocht dat niet lukken dan gaf minister Vogelaar te kennen opnieuw te gaan nadenken of ze het bouwbesluit moet aanpassen”.
Het GIW zit in zijn maag met het oordeel van de rechtbank in Breda uit 2006 waarin werd bepaald dat de gemeente niet het recht heeft om als absolute voorwaarde voor de af te geven bouwvergunningen te eisen dat de te bouwen huizen onder het GIW waarborgcertificaat dienen te vallen. Die waarborg gaat immers verder dan de wettelijke verplichtingen vastgelegd in het Bouwbesluit, zo is de gedachte. De gemeente Breda laat de afwijzing niet op zich zitten en vecht bij het Hof het oordeel juridisch aan. Gelijktijdig wordt door het GIW steun gezocht bij de Vereniging Nederlandse Gemeenten, de politiek, de consumentenorganisaties en de brancheorganisaties in de bouw. De kwaliteitseisen als voorwaarde bij de afgifte van bouwgronden zijn volgens Kohnstamm een onmisbaar element voor de versterking van de zwakke positie van de burger die een koopwoning laat bouwen.
Kohnstamm: “Een GIW-certificaat moet niemand zich onthouden. Wie een huis laat bouwen kan moeilijk bekijken wat de solvabiliteit van de aannemer is. Je zit vreselijk in de nesten als het bouwbedrijf plotseling failliet gaat”.
Aan het garantiecertificaat van het GIW worden op voorstel van de commissie Regelgeving van het GIW, die is samengesteld uit vertegenwoordigers van bouworganisaties en consumentenorganisaties, extra kwaliteitseisen voor de op te leveren huizen toegevoegd. Daartegenover staat het Bouwbesluit, door Kohnstamm aangeduid als een kale kip. De daarin opgenomen eisen zijn zo sober mogelijk opgesteld om ervoor te zorgen dat de markt snel en effectief in kan spelen op wensen van kopers en op veranderingen van de technische mogelijkheden in de bouw. Een uitbreiding met kwaliteitseisen zoals in het GIW-certificaat verwoord, zou bij vastlegging daarvan in het Bouwbesluit makkelijk leiden tot ongewenste vertraagde en politiek lastige besluitvorming. Volgens Kohnstamm is minister Vogelaar bereid dat nadeel op te koop toe te nemen als de betekenis van het huidige garantiecertificaat voor de woningbouw wordt uitgehold.
Kohnstamm denkt dat zijn instituut met recente aanpassingen een goed antwoord heeft gevonden op de – ook in zijn ogen – terechte kritiek op de praktijk van het GIW. Bureau Berenschot gaf begin 2007 het advies voortaan het arbitrageproces intensiever te monitoren. Kritiek gaven de onderzoekers op het ontbreken van voldoende menskracht bij het GIW na de invoering in 2004 van de opleveringsarbitrages die als kort geding behandelt dienden te worden. Diverse interim-juristen werden aangesteld om het enorme stuwmeer aan zaken weg te werken. Een nadere analyse moet uitwijzen hoe groot – in arbeidskrachten – de normale slagkracht van het GIW moet zijn. Ook het voorstel van Berenschot om de arbitrage beter te organiseren kreeg gehoor. Het instituut voerde de roljurist in, een functie om efficiënt hapklare dossiers samen te stellen ten behoeve van de bij de vonnissen betrokken juristen.

Preventie-eisen

Een belangrijke aanpassing is ook op til op het vlak van de bekritiseerde paragraaf in de GIW regelgeving over de installatietechniek. Kohnstamm erkent dat in de oude regeling – op voorstel van de Commissie regelgeving – te veel is gehamerd op de uitvoeringseisen. Vanaf augustus worden ten aanzien van de installaties de prestatie-eisen als uitgangspunt genomen. De uitvoeringseisen krijgen een adviserend karakter. De bouwers kunnen immers beter zelf beoordelen hoe de prestatiedoelen te halen. De technische mogelijkheden veranderen in hoog tempo.
Het GIW geeft sedert het midden van de jaren tachtig gemiddeld 40.000 garantiecertificaten per jaar af. Doorgaans wordt een certificaat twee jaar voor oplevering van de woning verstrekt. Uit de daling naar 35.000 certificaten in 2008 trekt het GIW de conclusie dat de woningbouwproductie de komende jaren zal dalen.
In de eerste helft van dit jaar ontving het GIW 625 aanvragen voor arbitrage, een lichte daling ten opzichte van de 1493 aanvragen in heel 2007. De gemiddelde kosten van een arbitrage schommelen rond de 2000 euro. Per 1 januari 2007 is een nieuwe structuur ingevoerd waarbij het Arbitrage Instituut GIW als scheidsrechter functioneert voor de GIW-certificaten.
In het bestuur van het GIW zijn – onder een onafhankelijk voorzitter – drie stromingen vertegenwoordigd. De bouwers hebben inbreng via de stichting Waarborgfonds Koopwoningen, Bouwfonds en Woningborg. De burgers zijn van de partij via de Consumentenbond en de vereniging Eigen Huis. De overheid neemt deel via de VNG.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels