nieuws

Opdrachtgevers laten enveloppen ongemoeid

bouwbreed

Grote rijksopdrachtgevers voelen niets voor systematische analyse van inschrijfstaten. Rijkswaterstaat opent als enige wel alle enveloppen, maar alleen om te checken op rechtmatige inschrijvingen. Rijksgebouwendienst en ProRail controleren alleen bij vermoedens van fraude.

Alleen controle bij vermoeden van fraude

De Algemene Rekenkamer schreef vorig jaar een vernietigend rapport over de weinige lessen die opdrachtgevers hebben getrokken uit de parlementaire enquête bouwnijverheid. De Rekenkamer concludeerde dat opdrachtgevers hun aanbestedingspraktijk wel hebben geprofessionaliseerd, maar ook dat veel oude gebruiken in stand zijn gebleven. Bijvoorbeeld dat opdrachtgevers niet altijd de enveloppen openen en nog altijd verzuimen offertes stelselmatig te analyseren. Aan die praktijk is nog altijd geen einde gekomen, blijkt uit navraag bij Rijkswaterstaat, Rijksgebouwendienst en ProRail.
De grote rijksopdrachtgevers zien nog altijd geen aanleiding tot nadere analyse. Vorig najaar beloofden de opdrachtgevers de Rekenkamer nog beterschap, maar uit beantwoorde Kamervragen van eerder dit jaar blijkt nog altijd weinig veranderd. Rijkswaterstaat heeft er geen vertrouwen in dat analyse aanwijzingen zal opleveren voor onregelmatigheden, schrijft de minister nu aan het parlement. Door de toegenomen praktijk van functionele eisen in het bestek zijn gedetailleerde inschrijvingsstaten ook steeds minder aan de orde. In een eerder stadium voerden de opdrachtgevers dreiging van schadeclaims en gebrek aan ‘cultuur’ als argumenten aan.

Marktverstoring

Het rapport van de Rekenkamer is wel aanleiding geweest voor de Rijksgebouwendienst om evenals Rijkswaterstaat enkele keren per jaar overleg te voeren met de NMa over vermoedens van marktverstoring. Tot een algemene aanbestedingstrategie is het bij de Rijksgebouwendienst nog altijd niet gekomen.
Rijkswaterstaat is de enige opdrachtgever die consequent alle enveloppen opent en inschrijfstaten controleert. Elke aanbestedende dienst van de grootste gww-opdrachtgever heeft een onafhankelijke commissie die deze taak voor haar rekening neemt. Daarbij gaat het alleen om controle op rechtmatige inschrijvingen en niet om vergelijking onderling.
“Enveloppen worden geopend om geldigheid van inschrijvingen vast te leggen. Gedetailleerde inschrijvingsbegrotingen worden in de regel niet verlangd en dus ook niet vergeleken. We kijken uiteraard wel als de prijsopbouw onderdeel uitmaakt van de gunningscriteria”, licht woordvoerder Nienke de Boer van Rijkswaterstaat toe.

Lege vellen

In de periode van ongeoorloofd vooroverleg schreven relatief veel bouwers in, maar zaten in de inschrijfenveloppen regelmatig lege velletjes of rekenstaten van andere opdrachten. De praktijk was namelijk om de inschrijfstaten ongeopend retour te zenden en alleen de laagste inschrijving te controleren. De bouwenquête maakte een abrupt einde aan het vooroverleg en sindsdien blijken opdrachtnemers veel selectiever in te schrijven.
Onrechtmatigheden komen dan ook maar zelden aan het licht en de NMa behandelt de bouwsector inmiddels niet langer met speciale aandacht. Zowel Rijksgebouwendienst (4 procent) als Rijkswaterstaat (5 procent) heeft wel regelmatig te maken met maar één geïnteresseerde inschrijver, maar de opdrachtgevers kunnen niet hardmaken dat marktpartijen daar bewust op aansturen.
De Rijksgebouwendienst opent wel alle enveloppen met de inschrijvingen, maar niet de bijbehorende enveloppen met de inschrijvingsbegrotingen. “Dat gebeurt alleen bij de inschrijver die voor de opdracht in aanmerking komt. De begrotingen van de overige inschrijvers worden verzegeld en bewaard gedurende de opdracht. Mochten er signalen van onregelmatigheden komen, dan hebben we die begrotingen beschikbaar voor de NMa of Justitie”, licht woordvoerder Vivienne Scheltema van de Rijksgebouwendienst toe. De Algemene Rekenkamer was het meest kritisch over de RGD en wees de dienst op het feit dat hij nog altijd geen eenvormig aanbestedingsbeleid had opgetuigd zoals de collega’s bij de RWS.

Achteraf

ProRail hanteert een vergelijkbare praktijk. “De inschrijfstaten gaan alleen open als daar een reden voor is”, legt woordvoerder Ilse Heemskerk uit. De spooropdrachtgever heeft iets meer vrijheid omdat hij niet onder de BAO, maar onder de BAS voor speciale sectoren vallen. De praktijk is dat veel aandacht uitgaat naar de voorfase waarbij opdrachtnemers zoveel mogelijk informatie krijgt over de verwachtingen van de opdrachtgever. “Op die manier krijgen we vergelijkbare aanbiedingen en vallen ongeschikte partijen al snel af, zodat we geen appels naast peren hoeven te leggen.” Voor controle van staten achteraf is weinig tot geen tijd beschikbaar.

Meldingen NMa

Verdachte meldingen: 2005 5
2004 12
2003 10
2002 26
Bron: Algemene Rekenkamer

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels