nieuws

Computer overtroeft lijst bij complexe installatie

bouwbreed

Gebrekenlijsten leren tot in detail in welke staat een gebouw en de installaties verkeren. Een nieuw onderdeel van NEN 2767-1; de norm voor de conditiemeting van onder meer installaties. “Eigenlijk al een beetje achterhaald”, vindt Gijs Linthorst van Technisch Installatiebedrijf H. Linthorst uit Apeldoorn.

Linthorst vertelde in Den Haag op een bijeenkomst van normaliseerder NEN over
zijn werk voor hotelketen Van der Valk. Daar hoort ook de conditiemeting van de
installaties bij. Deel 2 van NEN 2762 biedt daarvoor inspectielijsten die op
mankementen wijzen. Linthorst: “In een gemiddeld hotel beslaan de installaties
zo’n 30 procent van de kosten.” Bijvoorbeeld omdat de kamers niet zelden
tegelijk kunnen koelen, verwarmen en ventileren. Ook in gebruiksruimten als de
keuken en de vergaderzalen zitten tegenwoordig uitgebreide installaties. “De
technische ruimte van waaruit alle onderdelen worden bediend wordt daarmee zo
ingewikkeld dat de installateur nog maar weinig kan zeggen over de staat waarin
de voorzieningen verkeren”, zegt Linthorst. “Ook met een genormeerde
gebrekenlijst in de hand.” Dit is de reden dat Linthorst meer vertrouwt op het
gebouwbeheersysteem dat de installaties bestuurt en controleert dan de papieren
controlelijsten. De computer die over dat systeem waakt legt alle mankementen
vast en herinnert er aan dat het weer tijd wordt om bepaalde onderdelen te
vervangen; de installateur kan daar uit afleiden wat hij moet doen; als het
beheersysteem daar al geen suggesties voor doet. “Op die manier worden heel wat
kosten bespaard.” En dat is precies waardoor Linthorst de voorkeur geeft aan een
gebouwbeheersysteem om de conditie van installaties te meten. “Daarvan
profiteert ook de opdrachtgever.” Niet in de laatste plaats omdat met een
dergelijk systeem bijvoorbeeld restwarmte en restkoude opnieuw te gebruiken
zijn. Voor de conditiemeting van de bouwkundige onderdelen voldoet de papieren
lijst nog goed, denkt Kees Kerkhoven van ICP+ Consult. “De uitkomsten zijn niet
meer dan een momentopname die aangeeft dat er wel of niet iets moet gebeuren.”
Dat ‘iets’ hangt af van de functie die een gebouw moet vervullen. Kerkhoven:
“Bij een monument gaat het er om dat het monumentale tot in lengte van jaren
behouden blijft. Bij meer recenter bouwwerken gaat het vooral om het beleid van
de eigenaar.” En dat bepaalt weer de waarde van de conditiemeting. Gebreken
opsommen is één aspect; het verhelpen ervan hangt af van wat de eigenaar met
zijn pand wil. Als daar herstel uit volgt, leert de praktijk dat het werk
nauwkeurig omschreven moet worden; als het even kan met een verwijzing naar een
norm. “Een kelder of een souterrain moet volgens het bestek ‘waterdicht’ zijn”,
weet Kerkhoven. “Maar vaak ontbreekt de toelichting op wat onder ‘waterdicht’
wordt verstaan en hoe dat wordt bereikt.” Nu zijn normen er niet om slaafs op te
volgen, meent Jos Gerrits van Siemens. “Gezond verstand en kennis van zaken
moeten zwaarder wegen”, is zijn stelling. Dat laat onverlet dat normen garant
staan voor de kwaliteit van uitbesteed werk. De opdrachtgever hoeft geen
uitgebreide beschrijvingen te maken om te krijgen wat hij wil en kan na de
oplevering makkelijk nagaan of het werk aan de eisen voldoet. Aan de hand van de
normen kan de opdrachtgever ook zijn planning voor het onderhoud opstellen en
besluiten wanneer bijvoorbeeld een installatie moet worden vernieuwd. Daarbij
helpt de werkwijze die de normen voorschrijven ook de budgetten voor onderhoud
en revisie te bewaken. “Het verkleint de kans op misverstanden.”

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels