nieuws

Waterschappen moeten uit de kast

bouwbreed

Waterschappen leven in hun besloten eigen wereld, maar dat zullen ze niet lang meer kunnen volhouden. Deze voorspelling doet Bert Roelofs, voorzitter van Risnet. Met 27 waterschappen zijn er meer opdrachtgevers dan gespecialiseerde opdrachtnemers en dat maakt de watermarkt kwetsbaar.

Een sprong voorwaarts met meer innovatieve contracten zal onafwendbaar zijn, waarschuwt de voorzitter van het kennisnetwerk risicomanagement, gekoppeld aan CROW en CUR. Pianoo, Regieraad Bouw en de Unie van waterschappen organiseerde afgelopen week een bijeenkomst bij Waternet voor opdrachtgevers en opdrachtnemers in de waterschapsector. Slechts één dijkgraaf was aanwezig en voor het overige veel projectleiders en hoofden bouwzaken en ongeveer eenderde van de zestig bezoekers kwam uit het bedrijfsleven.

Open markt

De boodschap van Roelofs was hard en duidelijk: waterschappen hebben een eigen technische en kwalitatief hoogwaardige wereld gecreëerd, maar de Europese regels en internationalisering zal daarin een bres slaan. “Ik zeg niet de praktijk verkeerd is, maar wees gewaarschuwd. De Europese wetgever eist een open markt en er is een trend gaande dat grote bedrijven samenwerken en steeds vaker over de grens kijken. Pareer het of gebruik het, maar uit de weg gaan, zal zeker niet lukken.”
Roelofs kan bogen op uitgebreide ervaring in het bedrijfsleven en was tot voor kort directeur en grootaandeelhouder van BM Managers van het bouwproces. Hij analyseert de waterschapsector als een gesloten markt met weinig nieuwe aanbieders. Opdrachtgevers die nog alle technische kennis zelf in huis hebben en hoge kwaliteit nastreven. Een kwetsbaar marktmodel waar relatief veel opdrachtgevers zijn, maar slechts een handjevol gespecialiseerde ingenieursbureau’s en aannemers. Een markt waar wel ruim 600 miljoen euro per jaar in omgaat.
Tegelijk werken de waterschappen behoudend en staan nauwelijks open voor nieuwe contractvormen. De afgelopen jaren is sprake van een handjevol experimenten als de Afvalzuivering Harnaschpolder en de Waterkrachtkoppeling in Apeldoorn. In de ogen van Roelofs heeft een markt baat bij een beperkt contracten-menu, waarbij de risico’s en uitdagingen voor de markt bij pps-vormen steeds verder oploopt. Waar een deel van de risico’s ook bij ingenieursbureau’s kan liggen als die steeds meer uitvoerende taken voor zijn rekening zou nemen. “U gebruikt een traditie om buitenlandse aanbieders buiten de deur te houden”, gooit hij de knuppel in het hoenderhok.
De aanwezige vertegenwoordigers van waterschappen reageren terughoudend. “We hebben in opdracht van ons bestuur ons één keer gewaagd aan een d0x26c-contract. Het werd een complete mislukking”, reageert een deelnemer. “Dat kan gebrek aan ervaring zijn of misschien was de opdracht niet geschikt, maar er zijn inmiddels tientallen d0x26c-contracten die vlekkeloos zijn verlopen.”

Trends

Roelofs verwacht dat de trends die al jaren zichtbaar zijn in de Anglo-Amerikaanse wereld steeds meer Europa zullen binnendringen. Waarbij alleen de sterkste en beste aanbieders overleven en de verschillen tussen klein- en grootbedrijf steeds verder toenemen. Tegelijk vergroot de wereld van generalisten zich ten opzichte van de specialisten. Een wereld waarbij transparantie en integriteit een stempel drukken en concurrentie belangrijk is.
Trends waar grote opdrachtgevers als Rijkswaterstaat al lang op inspringen met concepten als ‘markt, tenzij’, functionele eisen en ruimte voor alternatieven. Roelofs is ervan overtuigd dat de waterschappen in de nabije toekomst zullen volgen. “Om politieke en economische redenen. De Europese wetgeving dwingt een open markt af. De markt heeft baat bij vergroting van het aantal aanbieders en de waterschappen bij wijziging van hun kwetsbare marktmodel. Creëer innoverend vermogen en vergroot concurrentie door flexibiliteit in procesmodellen”, houdt hij zijn gehoor voor.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels