nieuws

Kopers in gelijk gesteld in eerste uitspraak Arbitrage Instituut GIW Woningen

bouwbreed

Voor wat betreft de arbiter van de RvA: het AIG werkt niet met ‘eigen’ arbiters. Een zaak wordt verwezen door de directeur van het AIG naar hetzij een arbiter van de Raad hetzij een arbiter van het GIW. In casu lag verwijzing naar de Raad voor de hand, want de vordering was gegrond op de koop-aannemingsovereenkomst.

Voor wat betreft de arbiter van de RvA: het AIG werkt niet met ‘eigen’ arbiters. Een zaak wordt verwezen door de directeur van het AIG naar hetzij een arbiter van de Raad hetzij een arbiter van het GIW. In casu lag verwijzing naar de Raad voor de hand, want de vordering was gegrond op de koop-aannemingsovereenkomst.
De kwestie betrof de ramen van een woning. Volgens de technische omschrijving draaiden deze naar binnen en waren ze voorzien van een zogeheten draai-kiepbeslag; op de tekening zijn ze aangegeven als naar binnen draaiend. De ramen worden onder protest van de opdrachtgevers zonder het genoemde beslag aangebracht. De aanwezigheid van het beslag zou op een verschrijving berusten, aldus de aannemer. Immers, zo betoogt hij, ramen worden ofwel uitgevoerd als naar binnen draaiend of wel als draai-kiep. De combinatie naar binnen draaiend met draai-kiepbeslag is onmogelijk. Nu de tekst van de technische omschrijving onduidelijk is, dient de tekening die wel duidelijk is te prevaleren, zo stelt de aannemer.
Tevergeefs, want arbiter overweegt als volgt. Wellicht is feitelijk (cursivering ook in origineel) sprake van een verschrijving: kenbaar aan opdrachtgevers is dat niet. Draai-kiepramen draaien immers ook naar binnen. Op grond van de tekst van de technische omschrijving mochten opdrachtgevers draai-kiepramen verwachten. Voorzover die tekst strijdig is met de tot de contractstukken behorende tekening, geldt algemeen dat geschreven tekst vóór een tekening gaat. Arbiter volgt hiermee de algemene regel uit de UAV 1989 par. 2 lid 4 sub b, dat de beschrijving vóór de tekening gaat. Met het plaatsen van de naar binnen draaiende ramen schiet de aannemer tekort. Omdat deze niet gelijkwaardig zijn aan de overeengekomen ramen (verschil in regenwerendheid en inbraakgevoeligheid) vorderen opdrachtgevers terecht nakoming. Maar is herstel niet disproportioneel, zo verweert aannemer zich?
Nee: ondernemer heeft met de plaatsing van de ramen welbewust het risico genomen dat deze na het oordeel van arbiter weer uit zouden moeten met alle bijkomende kosten van dien. De gevolgen van de tekortkoming komen dan ook volledig voor risico van de ondernemer. Ook de dwangsom wordt toegewezen.

Scheidsgerecht

Artikel 5 lid 2 van de Geschillenprocedure bepaalt nog het vol-gende: ‘Indien de verkrijger in de zin van de GIW overeenkomst zich in enig geschil (mede) beroept op bouwkundige gebreken of tekortkomingen, richt de uitspraak van het scheidsgerecht zich naar de volgende regel. De verkrijger wordt (tenzij anders door hem aangegeven) geacht aan het scheidsgerecht te hebben verzocht om:
a. zijn aanspraak te toetsen aan zowel de overeenkomst als de GIW regeling;
b. bij toewijzingen terzake steeds tevens vast te stellen wat hem toekomt op basis van de GIW regeling.’ Arbiter overweegt dat hij in casu niet aan deze bepaling toekomt, want het onderhavige werk is nog niet opgeleverd.

Griffiegeld

Kortom: de kopers worden in het gelijk gesteld en op grond van artikel 5 van het Geschillenreglement hebben zij dan ook recht op teruggave van het gestorte griffiegeld van € 305. De totale kosten van de procedure komen voor rekening van ondernemer. Inning daarvan geschiedt door de bij het GIW aangesloten organisatie.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels