nieuws

Beton storten soms kwestie van intuïtie

bouwbreed

Via een onnavolgbare route door kleine openingen moet de betonmortel elk hoekje bereiken van de reusachtige sculpturen van kunstenaar Ruud Kuijer. Hoewel constructeurs en betontechnologen voortdurend over zijn schouder meekijken, komt veel aan op intuïtie.

Als Ruud Kuijer het over betonnen kunstwerken heeft, bedoelt hij niet sluizen of viaducten maar beelden. Qua schaal sluiten die beelden tegenwoordig trouwens wel aan bij constructies uit de weg- en waterbouw. En ook de naam verwijst vaak naar de civiele techniek. Het beeld waaraan hij momenteel werkt voor het hoofdkantoor van Boskalis,. wordt ruim 8 meter hoog en weegt 30 ton
In een oude hal van Werkspoor in Utrecht maakt hij op betrekkelijk ambachtelijke wijze zijn beelden. Met hulp van de timmerlieden, betonvlechters en ingenieurs die hij in de afgelopen jaren om zich heen verzamelde. Vier reusachtige sculpturen plaatste hij al langs het Amsterdam-Rijnkanaal waar hij uiteindelijk zeven betonnen reuzen hoopt neer te zetten. Steun verzamelend voor dit project wierp Boskalis zich als hoofdsponsor op en vroeg hem meteen maar een beeld te maken bij het hoofdkantoor.
Van de baggeraar kreeg Kuijer de vrijheid om naar eigen inzicht een beeld te maken in de lijn van de waterwerken. Daarbij werkt hij steevast met vormen die water in- of juist uitsluiten. Badkuipen, teilen, zeilbootjes, emmers, rioolbuizen … alles zet de kunstenaar in als bekisting. De ene keer benut hij de binnenkant de andere keer de buitenkant. Dat is volgens Kuijer ook de essentie van de beeldhouwkunst. “Je kunt een vorm maken door iets toe te voegen, maar ook door juist iets weg te halen. En eigenlijk is dat in een notendop ook wat Boskalis doet in zijn werk.”

Werf

Voor Boskalis liet hij zich inspireren door materialen die hij op de werf in Papendrecht aantrof. Vooral het slakkenhuis van een centrifugaalpomp intrigeerde hem. Hij bemachtigde een kunststof contramal voor zo’n pomphuis, verzaagde dat en laat het nu in meerdere gedaanten terugkeren in zijn sculptuur. De kenner zal ook de basisplaat voor de schoepen ergens in het beeld terugvinden. Maar verder wil Kuijer de verwijzingen niet te letterlijk maken.
Dinsdag tijdens de tweede en laatste stort van het beeld is de spanning op de steiger regelmatig te snijden. Een maand eerder bleek namelijk een kunststof rioolbuis, die als bekisting voor een kolom fungeerde, toch niet helemaal goed te zijn afgesloten. Beton dat 5 meter verderop in de vulopening van een slakkenhuis was gegoten, kwam via een balk en de buis ineens onderaan vrij. In een mum van tijd lag er anderhalve kuub zelfverdichtende mortel op de vloer.
Daarom neemt Kuijer ditmaal het zekere voor het onzekere en geeft betontechnoloog Hennie van den Oever van Mebin, die zelf aan de pomp staat, onmiddellijk de opdracht de betontoevoer te staken zodra hij een verdacht geluid hoort. Dat geeft de beton de tijd iets op te stijven en de kist de mogelijkheid om zich een beetje te zetten. In de tussentijd bekloppen Kuijer en zijn timmerlieden de bekisting waar ze maar kunnen. Zo weten ze zeker dat het beton ook echt overal komt, want de mortel moet vaak heel grillige routes afleggen. Ook worden zo luchtbellen die mogelijk aan de bekistingswand kleven, geprikkeld op te stijgen.
Om dezelfde reden wordt er heel langzaam gestort. Kuijer stelt namelijk hoge eisen aan de huid van zijn beelden. Die moet de vlammen van het bekistingshout laten zien, of de welvingen van de golfplaat, of het patroon van de traanplaat. Met het speciaal door Mebin uitgedokterde mengsel van cement, een derde generatie hulpstof, zandfractie 0-4 en steenmeel lukt dat goed. Dat laten de delen van de sculptuur zien die al zijn ontkist.

Zorgen

Halverwege de stort, als 3 van de geplande 6 kuub is gestort, maakt Kuijer zich vooral zorgen over het grote slakkenhuis dat op een hoogte van zo’n 5 meter in het beeld zweeft. Er verdwijnt uiteindelijk wel een kuub beton in en de kunstenaar lijkt er niet helemaal gerust op dat de bekisting en de verbindende wapening met de aansluitende delen van het beeld dat gewicht kunnen dragen. Constructeur Johan Grimmelikhuizen kan hem ook niet echt helpen. “Rekenen aan de grillige constructies van Kuijer is onbegonnen werk. Het meeste gebeurt op gevoel. Het is dus een kwestie van voldoende dikke wapeningsstaven gebruiken. Rond 8 om de 15 centimeter, rond 12 op de hoeken en rond 20 in de nauwe doorgangen. En niet tornen aan de dekking van 3 centimeter”, waarschuwt de constructeur nog.
Maar het gaat uiteindelijk goed. Volgende week start Kuijer heel voorzichtig met het verwijderen van de bekisting die de afgelopen maanden met veel pijn en moeite in elkaar is gezet. Het is de bedoeling dat Mammoet het beeld in mei vervoert en op zijn plek zet in Papendrecht.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels