nieuws

Alert op luchtkwaliteit

bouwbreed

In de visie van de NVB blijft luchtkwaliteit nog steeds een thema en lijkt het nog te vroeg voor een echte jubelstemming. Frits Nuss en Nico Rietdijk adviseren namens de NVB daarom toch nog altijd onderzoek te laten verrichten.

Heeft het Kabinet met het introduceren van het begrip ‘Niet in betekenende mate’ in de luchtkwaliteitsdiscussie het lek boven water? Toepassing van dit begrip maakt immers op papier realisering van bouwprojecten mogelijk die de grenswaarde van fijn stof beperkt overschrijden. Dit zonder dat het project hoeft te worden onderbouwd met onderzoek naar de effecten op de luchtkwaliteit en de toetsing aan de grenswaarden.
De discussie rond de luchtkwaliteit heeft geleid tot de komst van het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit. Daarmee worden de gevolgen van de slechte luchtkwaliteit niet langer op het bordje van de bouwsector gelegd. Ontsluitingsweg
Wij zijn blij met het besluit van het Kabinet om met het introduceren van het begrip ‘Niet in bete-kende mate’ (Nibm) te kiezen voor een gedeeltelijke ontkoppeling tussen de normen van luchtkwa-liteit en ruimtelijke plannen. Dit komt er op neer, dat projecten die niet in betekenende mate de luchtkwaliteit verslechteren niet langer met een onderzoek naar de luchtkwaliteit hoeven te worden onderbouwd. Tot de invoering van het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit(NSL) in 2009 gaat het om een maximale overschrijding van 1 procent en daarna 3 procent van de gestelde grenswaarden. De 3 procent res- pectievelijk 1 procent is gekoppeld aan projectgrootten. Bij 3 procent : respectievelijk 3000 woningen bij twee ontsluitingswegen en 1500 woningen bij één ontsluitingsweg; bij 1 procent: 500 woningen. Kortom, dit alles lijkt een belangrijk winstpunt. Je loopt immers als initiatiefnemer niet langer het risico, dat je bouwplan bij de bestuursrechter sneuvelt. Toch is dat maar zeer de vraag. Immers, in het kader van de luchtkwaliteit blijven de Europese normen maat-gevend. De RvS heeft al gezegd dat aantoonbaar moet worden ge- maakt op welke wijze overschrijding van de normen elders gecom-penseerd wordt. De Raad van State (RvS) twijfelt echter of het Kabinet hieraan wel voldoet. In zijn reactie op de kritiek van de RvS stelt het Kabinet dat voor de toepassing van de 3 procent-norm voldoende compensatie via het NSL geboden kan worden. Wat de toepassing van de 1 procent-norm voor de interimperiode betreft, verwijst het Kabinet naar de in de nabije toekomst als gevolg van internationaal bronbeleid te verwachten verbetering van de luchtkwaliteit. Indien bij toepassing van de 1 procent-norm sprake is van een beperkte verslechtering van de luchtkwaliteit kan deze verslechtering (veelal ruim) binnen een jaar gecompenseerd worden met de trendmatige verbetering van de luchtkwaliteit, aldus het Kabinet. Deskundigen uit zowel de juridische adviespraktijk als de onderzoekswereld, betwijfelen echter of het Kabinet met deze redenering de kritiek van de RvS wel voldoende onderbouwt. Critici verwijzen naar de huidige juris- prudentie van de RvS. Zo betekent de 1 procent-norm een overschrijdingssituatie van maximaal 0,4 µg/m3Deze overschrijding vindt de RvS op basis van de huidige Europese normen niet toelaatbaar. De Raad van State vindt al een overschrijding van 0,1µg/m3 on-toelaatbaar. De RO-advocaat mr. D.S.P. Fransen zegt daarom in een artikel in het tijdschrift ‘Bouwrecht’ dat het niet is uitgesloten, dat de RvS in de eerste procedure die over deze kwestie speelt, zoge-naamde prejudiciële vragen aan het Europese Hof gaat stellen. Een procedure die veel tijd zal vergen en tal van projecten zal vertragen. Mevrouw mr. D.A. Cleton- adviseur van NVB-leden- is zelfs nog funda- menteler in haar kritiek. Onder verwijzing naar het commentaar van de RvS, stelt zij dat het Kabinet niet heeft aangetoond of de gekozen systematiek, waarbij negatieve effecten op de luchtkwaliteit weer gecompenseerd worden door positieve effecten – derhalve plussen en minnen-, überhaupt wel werkt. Zowel wanneer het NSL straks van kracht wordt als thans al onder de overgangssituatie. Het gaat hier namelijk om het totaal van de Nibm-projecten en compenserende maatregelen, die in de tijd gezien continu in beweging zijn. Ieder nieuw project vraagt immers weer om nieuwe maatregelen en in totaal moeten al die plannen en maatregelen steeds weer aan de normen voldoen. Toon dat maar eens aan, ook op regionaal en lo-kaal niveau. Dat is een vrijwel on-mogelijke taak, met alle juridi-sche risico’s van dien. Initiatief-nemers lopen daarom door blind te varen op de projectgrootte en geen nader onderzoek te plegen, het risico dat hun plannen met succes aangevochten worden bij de bestuursrechter, omdat zij simpelweg niet aan de Europese normen voldoen.

Risico’s

Wij adviseren ontwikkelaars en bouwondernemers om toch altijd hun plannen met een onderzoek te laten onderbouwen dat de hui-dige geldende Europese normen niet worden overschreden. Of dat een lichte overschrijding ( niet in betekenende mate; Nibm) voldoende gecompenseerd wordt. Natuurlijk, projectontwikkeling is uiteraard inherent aan het nemen van risico’s, maar in dit geval gaat zonder meer het gezegde op: “Neem het zekere voor het onzekere”.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels